Advertentie

Exodus 18:1-12

12 verzen · 16 kanttekeningen · Statenvertaling

Jethro bij Mozes

Vers 1 Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israël, Zijn volk, gedaan had: dat de Heere Israël uit Egypte uitgevoerd had;Vers 2 Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),1 (nadat hij haar wedergezonden had), Hebreeuws, na haar wederomzending.Vers 3 Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land);2 haar twee zonen, Te weten, Zippora.3 hij zeide: Te weten, Mozes, toen hij het kind dien naam gaf.4 in een vreemd land); Te weten, in het land Midian.Vers 4 En de naam des anderen was Eliëzer, want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard.Vers 5 Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,5 aan den berg Gods, Dit was de berg Horeb, op welken God de wet aan Mozes gegeven heeft.Vers 6 Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar.6 zeide hij tot Mozes: Dat is, hij ontbood door degenen, die hij vooruit schikte.Vers 7 Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.7 de een den ander Hebreeuws, de man zijn naaste, of, gezel.8 naar den welstand, Hebreeuws, vrede. Zie Gen. 37:14.9 naar de tent. Te weten, naar de tent van Mozes.Vers 8 En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de Heere aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israëls wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de Heere verlost had.10 ontmoet was, Hebreeuws, gevonden had.Vers 9 Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de Heere Israël gedaan had; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren.Vers 10 En Jethro zeide: Gezegend zij de Heere, Die ulieden verlost heeft uit de hand der Egyptenaren, en uit Farao's hand; Die dit volk van onder de hand der Egyptenaren verlost heeft!Vers 11 Nu weet ik, dat de Heere groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.11 goden; Versta hier de afgoden der heidenen, die goden genoemd worden, maar zij zijn het niet inderdaad.12 want in de zaak, De zin van deze woorden is, dat de Egyptenaars, menende door de hulp van hun goden het volk Gods te vernielen, door God in het Rode meer gestort zijn, tot spijt en schande van al hun afgoden, waarop zij vertrouwd hadden.13 was Hij boven hen. Dat is, Hij overtrof en overwon hen.Vers 12 Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aäron kwam, en al de oversten van Israël, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.14 Gode brandoffer en slachtofferen; Dat is, om aan God te offeren.15 brood te eten met den schoonvader van Mozes, Brood eten, is hier te zeggen een feestelijken maaltijd houden.16 voor het aangezicht Gods. Dat is, in de vreze des Heeren, den Heere voor ogen hebbende; of voor de majesteit Gods, verschijnende in de wolkkolom; vergelijk Deut. 12:7, en Deut. 27:7.

Lees heel Exodus 18

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.