Advertentie

Exodus 17:8-16

9 verzen · 15 kanttekeningen · Statenvertaling

Israël slaat de Amalekieten

Vers 8 Toen kwam Amalek en streed tegen Israël in Rafidim.13 Amalek Dat is, de Amalekieten, de nakomelingen van Ezau, den broeder van Jakob, Gen. 36:15,16. Hetgeen hier verhaald wordt, is geschied toen Mozes met de Israëlieten op den weg naar Horeb trok. Zie Deut. 25:17,18.14 tegen Israël in Rafidim. Dat is, tegen de Israëlieten.Vers 9 Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.15 hoogte des heuvels staan, Hebreeuws, hoofd.16 de staf Gods zal in mijn hand zijn. Dat is, de staf, waarmede God grote wonderen gedaan heeft.Vers 10 Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aäron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.17 Hur Deze Hur is te onderscheiden van Hur, die de vader was van Bezaleël, en de zoon van Kaleb, 1 Kron. 2:19.Vers 11 En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israël de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.Vers 12 Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aäron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, de ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.18 de een op deze, en de ander op de andere zijde; Hebreeuws, van hier een, en van daar een.Vers 13 Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.19 Amalek en zijn volk Het schijnt, dat men hier door Amalek moet verstaan den koning of overste, en door zijn volk het leger. Anderen verstaan door Amalek de Amalekieten, en door zijn volk de natiën, die hem te hulp gekomen waren.20 krenkte, Of, verzwakte, verbrak.21 scherpte des zwaards. Hebreeuws, mond.Vers 14 Toen zeide de Heere tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.22 in een boek, Te weten, waarin gij de historiën der Israëlieten zult beschrijven.23 en leg het in de oren van Jozua, Dat is, scherp het Jozua uw navolger en druk hem het wel in.24 geheel uitdelgen zal Hebreeuws, uitdelgende zal uitdelgen.25 van onder den hemel. Dat is, overal, zover zich de hemel uitstrekt.Vers 15 En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De Heere is mijn Banier!26 De HEERE is mijn Banier! Hebreeuws, Jehova Nissi. Aldus heeft Mozes dit altaar genoemd ter gedachtenis van de victorie over Amalek.Vers 16 En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des Heeren is, zo zal de oorlog des Heeren tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht!27 de hand op den troon des HEEREN is, Versta, de hand Gods, dat is, zijn macht, die Hij van den hemel [als zijnde zijn troon] uitstrekt tot bescherming van zijn volk, en demping van zijn vijanden. Men kan ook door den troon verstaan de kerk Gods. Sommigen leggen het uit van Gods eedzweren. Anders, dewijl de hand [Amaleks] tegen den troon des Heeren is; dat is, tegen hem en zijn volk geweest is. De plaats is wat duister.

Lees heel Exodus 17

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.