Mara en Elim
Vers 22 Hierna deed Mozes de Israëlieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.32 Sur, De naam van een woestijn, tussen Egypte en Arabië. Zie Gen. 16:7.Vers 23 Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara.33 Mara; Toen Mozes met de Israëlieten aan deze plaats kwam, heette zij nog niet Mara, dat is, bitterheid; maar zij werd straks daarna zo genoemd, gelijk blijkt in Exod. 15:23.Vers 24 Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?34 murmureerde het volk tegen Mozes, Murmureren is kwalijk van God, zijn woord en werken in zijn hart gevoelen, en met de tong onwaardiglijk daarvan spreken.Vers 25 Hij dan riep tot den Heere; en de Heere wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve,35 toen werd het water zoet. Dit water is zoet geworden tot den dienst en het gebruik der Israëlieten, voor een tijdlang, maar het is niet altijd zo gebleven, gelijk blijkt uit Plin. lib. 6, natur. hist. c. 29, die te zijner tijd melding maakt van deze bittere wateren. Zie 2 Kon. 2:21.36 Hij Te weten, God.37 het volk een inzetting en recht, Te weten, het volk van Israël.Vers 26 En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des Heeren uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de Heere, uw Heelmeester!38 met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, Hebreeuws, horende zult horen.39 Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! God de Heere wil zeggen: Ik ben het, die u aan de ziel en aan het lichaam helen, en voor alle ellenden bewaren kan, tegenwoordige en toekomende.Vers 27 Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.