Advertentie

Exodus 12:29-51

23 verzen · 28 kanttekeningen · Statenvertaling

Tiende plaag. Dood der eerstgeborenen

Vers 29 En het geschiedde ter middernacht, dat de Heere al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.59 al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, Dit heeft God gedaan tot een straf over het ongelijk, hetwelk Farao en zijn onderdanen aan Israël, Gods eerstgeborene, gedaan hadden, Exod. 4:22,23.60 tot op den eerstgeborene van den gevangene, Vergelijk met deze manier van spreken, boven Exod. 11:5.61 die in het gevangenhuis was, Hebreeuws, in het huis van den put, of van den kuil.Vers 30 En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.Vers 31 Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israël; en gaat heen, dient den Heere, gelijk gijlieden gesproken hebt.62 Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht, Mozes en Aäron kwamen niet tot Farao, maar des konings gezanten moesten tot hen komen, en Mozes met nederigheid bidden, dat zij toch wilden uittrekken, gelijk af te nemen is uit Exod. 10:29, en Exod. 11:8.63 gelijk gijlieden gesproken hebt. Te weten, zonder enige conditiën, waarvan de koning tevoren gesproken heeft.Vers 32 Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.64 schapen en uw runderen, Of, uw klein vee, en uw groot vee.65 zegent mij ook. Dat is, bidt God voor mij dat Hij mij van deze plaag verlosse. Dit begeert Farao ook Exod. 8:8, en Exod. 9:28, en Exod. 10:16,17. Het schijnt dat Farao in zijn hart overtuigd was dat hij zich gruwelijk tegen God den Heere bezondigd had, handelende tegen zijn eigen conscientie.Vers 33 En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!66 zijn allen dood! Zie Gen. 20:3.Vers 34 En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.Vers 35 De kinderen Israëls nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.Vers 36 Daartoe had de Heere het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.67 beroofden de Egyptenaren. Aldus is vervuld hetgeen God Abraham beloofd had, Gen. 15:14, en den Israëlieten, Exod. 3:22.Vers 37 Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.68 Rameses Zie Gen. 47:11.69 Sukkoth, Een plaats, zo geheten, omdat de kinderen Israëls, toen zij daar waren gekomen, hutten van takken hebben gemaakt; en dit is hun eerste rustplaats, nadat zij uit Egypte getrokken zijn. Vergelijk Lev. 23:43. Dit Sukkoth is te onderscheiden van een ander, waarvan gesproken wordt Gen. 33:17.70 zeshonderd duizend te voet, Onder welk groot getal niet één zwak, noch krank mens was; Ps. 105:37.71 kinderkens. Versta hieronder ook de vrouwen, zonder wier hulp de kindertjes zich niet helpen konden, alzo ook Exod. 10:24.Vers 38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.72 veel vermengd volk trok ook met hen op, Te weten, Egyptenaars en anderen, die door de wonderwerken, welke zij gezien hadden, bewogen waren mede te trekken, doch daarna bezweken zijn; Num. 11:4,5.73 gans veel vee. Hebreeuws, zeer zwaar vee.Vers 39 En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.74 bakten van het deeg, Te weten, toen zij te Sukkoth gekomen waren.75 uitgedreven werden, Gelijk God de Heere voorzegd had, Exod. 5:24.Vers 40 De tijd nu der woning, dien de kinderen Israëls in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.76 is vierhonderd jaren en dertig jaren. Zie Gen. 15:13.Vers 41 En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des Heeren uit Egypteland gegaan zijn.Vers 42 Dezen nacht zal men den Heere op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des Heeren, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israëls, onder hun geslachten.77 Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, Anders, dit is die nacht, welken de HEERE in acht genomen heeft, om hen uit Egypteland te leiden. Hebreeuws, Dit is een nacht der onderhoudingen en Heere.Vers 43 Voorts zeide de Heere tot Mozes en Aäron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.78 zal daarvan eten. Wel verstaande, tenzij hij besneden is, gelijk af te nemen is uit Exod. 12:44,48.Vers 44 Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.79 nadat gij hem zult besneden hebben, Wel verstaande, nadat hij in de ware religie onderwezen zal zijn, en dezelve hebben aangenomen.Vers 45 Geen uitlander noch huurling zal er van eten.80 uitlander noch huurling Te weten, zodanig uitlander, die in een land woont, waar hij niet thuis behoort, of met een ander inwoont.81 zal er van eten. Versta, tenzij dat zij besneden zijn.Vers 46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.82 In een huis zal het gegeten worden; De zin is: Elk lam zal men in een bijzonder huis eten, elk huisgezin het zijne, gelijk boven, Exod. 12:3, gezegd wordt.83 gij zult geen been daaraan breken. Dit ziet op Christus, het rechte paaslam, aan wien geen been gebroken is; Joh. 19:33,36.Vers 47 De ganse vergadering van Israël zal het doen.84 het doen. Dat is, zal het pascha bereiden en eten, zoals de HEERE bevolen heeft; wie het verzuimde, werd afgesneden; Num. 9:13.Vers 48 Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den Heere het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.85 houden zal, Hebreeuws, doen zal; en zo in het volgende.86 hij zal wezen als een ingeborene des lands; Dat is, hij zal hetzelfde recht genieten, hetwelk de ingeborenen genieten.Vers 49 Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.Vers 50 En alle kinderen Israëls deden het; gelijk als de Heere Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij.Vers 51 En het geschiedde even tenzelfden dage, dat de Heere de kinderen Israëls uit Egypteland leidde, naar hun heiren.

Lees heel Exodus 12

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.