Haman gehangen
Vers 5 Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?11 die zijn hart vervuld heeft, Dat is, die in zijn hart vastelijk voorgenomen heeft zulks te doen. Hebreeuws, die zijn hart vervuld heeft. Zie dergelijke manier van spreken, Hand. 5:3.Vers 6 En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.Vers 7 En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.12 naar den hof Dat is, in den hof, die aan, of bij het paleis was.13 zijn leven Hebreeuws, zijn ziel, gelijk Esth. 7:3.14 hij zag, Zie Spreuk. 16:14, en Spreuk. 20:2.15 ten volle besloten was. Hebreeuws, volbracht was.Vers 8 Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.16 gevallen Te weten, om Esther te smeken en te bidden dat zij den koning voor hem zou willen bidden, dat hij zijn leven mocht behouden.17 op het bed, Versta hier, zulk een bed, of koets, gelijk boven, Esth. 1:6; zijnde gemaakt om aan de tafel te liggen als zij aten. Aldus heeft ook Christus en zijn discipelen aan de tafel gelegen, niet gezeten, Matth. 26:20; want dit was eertijds bij de Perzen, Romeinen en andere natiën gebruikelijk.18 verkrachten Of, geweld aandoen, overweldigen.19 bij mij Dat is, in mijn bijwezen en tegenwoordigheid.20 in het huis? Te weten, in dit huis van den maaltijd.21 woord ging uit Of, een woord; dat is, bevel.22 bedekten Hamans aangezicht. Die bij de Perzen in des konings ongenade gekomen was, dien werd het aangezicht bedekt, als niet waardig zijnde den koning te aanschouwen. Zie Job 9:24.Vers 9 En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.23 voor Mordechai, Te weten, om hem daaraan te hangen. Dit mag wel Charbona van iemand uit Hamans huisgezin vernomen hebben, toen hij gegaan was om Haman tot het tweede banket te halen, ziende daar deze galg opgericht.24 die goed voor den koning gesproken heeft, Te weten, ontdekkende de samenzwering der kamerlingen tegen den koning, daar hij zeer wel aan gedaan heeft, doende daarmede den koning den grootsten dienst, dien men hem doen kon, namelijk hem zijn leven behoudende; zie boven, Esth. 2:21,22.Vers 10 Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.