Het plan van Haman ontdekt
Vers 1 Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;1 om te drinken Dat is, om maaltijden te houden en vrolijk te zijn; gelijk Gen. 43:34.Vers 2 Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther! en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.2 ten tweeden dag, Dat is, op den dag van den tweeden maaltijd, waarvan boven, Esth. 5:8, melding gemaakt wordt.3 op den maaltijd Zie boven, Esth. 5:6, alzo ook onder, Esth. 7:7.Vers 3 Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.4 mijn leven, Hebreeuws, mijn ziel.5 mijn volk, Te weten, de Joden, uit welken ik gesproten ben. Anders, en mijns volks; te weten, ziel, of leven.Vers 4 Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.6 wij zijn verkocht, Te weten, van Haman aan u, voor een grote som gelds. Het schijnt dat Esther ziet op het aanbod van het geld, hetwelk Haman gedaan had. Zie boven, Esth. 3:9, en Esth. 4:7.7 Indien wij nog Of, och of wij tot, enz.8 waren verkocht geweest, Te weten, tot profijt des konings.9 de onderdrukker Anders, de onderdrukking; [dat is, het profijt, dat van de onderdrukking zou komen] niet zou kunnen vergeleken worden met de schade des konings.10 de schade des konings Esther geeft hiermede te verstaan dat de koning groot profijt van de Joden genoot, te weten, vanwege de schattingen, die zij moesten betalen; en zij zegt dat de schade, die de koning door het verdelgen der Joden in al zijn koninkrijken lijden zou, zo groot zou wezen, dat Haman met zijn tien duizend talenten zilvers [boven, Esth. 3:9] dezelve niet zou kunnen vergoeden.