Vers 4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;9 tot een hoop Grieks, in ene hoop; dat is, gehoopte zaak, waartoe gij geroepen zijt, welke is de zaligheid uwer zielen.Vers 5 Een Heere, een geloof, een doop,10 Een Heere, Namelijk Jezus Christus, gelijk blijkt uit Ef. 4:6, waar God en de Vader van hem onderscheiden wordt.11 een doop, Namelijk niet alleen in het getal, maar ook de bediening over u allen; Rom. 6:3,4.Vers 6 Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.12 Een God Gelijk in Ef. 4:5 door het woord een Heere, de Vader niet wordt uitgesloten van onzen Heere te zijn, noch ook de Heilige Geest, die ook de Heere genaamd wordt, Jes. 6:8, vergelijk met Hand. 28:25; 2 Cor. 3:18; alzo wordt ook hier door het woord een God, de Zoon niet uitgesloten, noch de Heilige Geest. Zie 1 Cor. 12:4,5,6, maar wordt met deze verscheidenheid der titels alleen aangewezen de orde en eigenschap, die elk persoon in deze werking en samenvoeging dezes lichaams, dat is, der gemeente, heeft.13 van allen, Die Hier wordt eigenlijk niet gesproken van alle schepselen of mensen in het algemeen, dewijl God niet is aller Vader in Christus; maar hier wordt gesproken van alle ware leden der gemeente, die het lichaam van Christus is, over welke allen God de Vader het hoogste gebied heeft, door welke allen Hij zijn bijzondere regering uitstrekt, hetwelk zij beide met andere mensen gemeen hebben, en in welke allen Hij als een Vader met Zijne genade en Geest woont, hetwelk den gelovigen eigen is; Joh. 14:23.
Advertentie
Efeziërs 4:4-6