Deuteronomium 8:1-20

Israël tot gehoorzaamheid vermaand

Vers 1 Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de Heere aan uw vaderen gezworen heeft.Vers 2 En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den Heere, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.Vers 3 En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des Heeren mond uitgaat.Vers 4 Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.Vers 5 Bekent dan in uw hart, dat de Heere, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.Vers 6 En houdt de geboden des Heeren, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.Vers 7 Want de Heere, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;Vers 8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;Vers 9 Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.Vers 10 Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den Heere, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.Vers 11 Wacht u, dat gij den Heere, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;Vers 12 Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen,Vers 13 En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn;Vers 14 Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den Heere, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;Vers 15 Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;Vers 16 Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;Vers 17 En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.Vers 18 Maar gij zult gedenken den Heere, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.Vers 19 Maar indien het geschiedt, dat gij den Heere, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.Vers 20 Gelijk de heidenen, die de Heere voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des Heeren, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus