Deuteronomium 6:1-25

Bevel om Gods geboden te bewaren

Vers 1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de Heere, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;Vers 2 Opdat gij den Heere, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.Vers 3 Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de Heere, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.Vers 4 Hoor, Israel! de Heere, onze God, is een enig Heere!Vers 5 Zo zult gij den Heere, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.Vers 6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.Vers 7 En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.Vers 8 Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.Vers 9 En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.Vers 10 Als het dan zal geschied zijn, dat de Heere, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,Vers 11 En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;Vers 12 Zo wacht u, dat gij den Heere niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.Vers 13 Gij zult den Heere, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.Vers 14 Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.Vers 15 Want de Heere, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des Heeren, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.Vers 16 Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.Vers 17 Gij zult de geboden des Heeren, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.Vers 18 En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des Heeren; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de Heere uw vaderen gezworen heeft;Vers 19 Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de Heere gesproken heeft.Vers 20 Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de Heere, onze God, ulieden geboden heeft?Vers 21 Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de Heere heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.Vers 22 En de Heere gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;Vers 23 En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.Vers 24 En de Heere gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den Heere, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.Vers 25 En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des Heeren, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus