Over de driejarige tienden
Vers 12 Wanneer gij zult geëindigd hebben alle tienden van uw inkomen te vertienen, in het derde jaar, zijnde een jaar der tienden; dan zult gij aan den Leviet, aan den vreemdeling, aan den wees en aan de weduwe geven, dat zij in uw poorten eten en verzadigd worden.6 zult geëindigd hebben Dat is, alle tienden bijeen zult gebracht hebben. Zie van de tienden Lev. 27:30.7 poorten eten Dat is, steden of plaatsen uwer woning.Vers 13 En gij zult voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, zeggen: Ik heb het heilige uit het huis weggenomen, en heb het ook aan den Leviet en aan den vreemdeling, aan den wees en aan de weduwe gegeven, naar al Uw geboden, die Gij mij geboden hebt; ik heb niets van Uw geboden overtreden, en niets vergeten.8 heilige uit het huis weggenomen, Versta, de tienden, die den Heere geheiligd waren, voor den Leviet, vreemdeling, enz.Vers 14 Ik heb daarvan niets gegeten in mijn leed, en heb daarvan niets weggenomen tot iets onreins, noch daarvan gegeven tot een dode; ik ben der stem des Heeren, mijns Gods, gehoorzaam geweest, ik heb gedaan naar alles, wat Gij mij geboden hebt.9 in mijn leed, Dat is, in mijn tegenspoed, ofschoon het mij niet welging, heb ik evenwel de tienden voor mij niet aangetast. Of, in mijn rouw, waardoor het onrein zou zijn geworden; waarop de volgende woorden mede zien.10 tot iets onreins, Dat is, tot enig onrein gebruik, of in onreinheid; dat is, zodat ik daardoor zou verontreinigd zijn.11 tot een dode; Tot enigen leedmaaltijd of begrafenis der doden, waarin men zulks met enigen schijn van heiligheid zou mogen zoeken te excuseren en nochtans verontreinigd worden.Vers 15 Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van den hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat Gij ons gegeven hebt, gelijk als Gij onzen vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig vloeiende.12 Israël, Dat is, de kinderen, of nakomelingen van Israël of Jakob.Vers 16 Te dezen dage gebiedt u de Heere, uw God, deze inzettingen en rechten te doen; houdt dan en doet dezelve, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.Vers 17 Heden hebt gij den Heere doen zeggen, dat Hij u tot een God zal zijn, en dat gij zult wandelen in Zijn wegen, en houden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en dat gij Zijner stem zult gehoorzaam zijn.13 Heden Dat is, in dezen tijd is het verbond, eertijds met Abraham en zijn zaad, opgericht, vernieuwd en door de vervulling van Gods belofte en het bewijs uwer dankbaarheid bekrachtigd.14 zeggen, Dat is, verklaren, beloven; en zo in Deut. 26:18.15 tot een God zal zijn, Zie Gen. 17:7.16 Zijn inzettingen, Zie boven, Deut. 5:31.Vers 18 En de Heere heeft u heden doen zeggen, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zult zijn, gelijk als Hij u gesproken heeft, en dat gij al Zijn geboden zult houden;Vers 19 Opdat Hij u alzo boven al de volken, die Hij gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid; en opdat gij een heilig volk zijt den Heere, uw God, gelijk als Hij gesproken heeft.17 hoog zette, U alzo doen uitsteken, dat gij boven alle volken geroemd, vermaard en verheerlijkt zijt, en dat tot prijs en heerlijkheid van Gods hogen en heerlijken naam, die de enige auteur is van allen genadigen, zo geestelijken als lichamelijken zegen. Vergelijk onder, Deut. 28:1, en boven, Deut. 10:21; 2 Sam. 7:23; Jer. 33:9, enz.18 heerlijkheid; Of, sieraad, smuk.