Maten en gewichten
Vers 13 Gij zult geen tweeërlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.30 tweeërlei weegstenen Hebreeuws, niet steen en steen; dat is, tweeërlei gewicht. Zie Lev. 19:36. Alzo ook onder, Deut. 25:15, en Spreuk. 20:10.Vers 14 Gij zult in uw huis geen tweeërlei efa hebben, een grote en een kleine.31 efa hebben, Hebreeuws, efa en efa. Zie Exod. 16:36.Vers 15 Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere, uw God, geven zal.32 gerechten weegsteen hebben; Hebreeuws, steen der gerechtigheid; en zo in het volgende.Vers 16 Want al wie zulks doet, is den Heere, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.33 is den HEERE, Hebreeuws, een gruwel des HEEREN. Zie boven, Deut. 17:1.