Deuteronomium 23:15-25
Verschillende voorschriften
Vers 15 Gij zult een knecht aan zijn heer niet overleveren, die van zijn heer tot u ontkomen zal zijn.Vers 16 Hij zal bij u blijven in het midden van u, in de plaats, die hij zal verkiezen, in een van uw poorten, waar het goed voor hem is; gij zult hem niet verdrukken.Vers 17 Er zal geen hoer zijn onder de dochteren van Israel; en er zal geen schandjongen zijn onder de zonen van Israel.Vers 18 Gij zult geen hoerenloon noch hondenprijs in het huis des Heeren, uws Gods, brengen, tot enige gelofte; want ook die beiden zijn den Heere, uw God, een gruwel.Vers 19 Gij zult aan uw broeder niet woekeren, met woeker van geld, met woeker van spijze, met woeker van enig ding, waarmede men woekert.Vers 20 Aan den vreemde zult gij woekeren; maar aan uw broeder zult gij niet woekeren; opdat u de Heere, uw God, zegene, in alles, waaraan gij uw hand slaat, in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.Vers 21 Wanneer gij den Heere, uw God, een gelofte zult beloofd hebben, gij zult niet vertrekken die te betalen; want de Heere, uw God, zal ze zekerlijk van u eisen, en zonde zou in u zijn.Vers 22 Maar als gij nalaat te beloven, zo zal het geen zonde in u zijn.Vers 23 Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den Heere, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt.Vers 24 Wanneer gij gaan zult in uws naasten wijngaard, zo zult gij druiven eten naar uw lust, tot uw verzadiging; maar in uw vat zult gij niets doen.Vers 25 Wanneer gij zult gaan in uws naasten staande koren, zo zult gij de aren met uw hand afplukken; maar de sikkel zult gij aan uws naasten staande koren niet bewegen.