Doodslag door onbekenden
Vers 1 Wanneer in het land, hetwelk de Heere, uw God, u geven zal, om dat te erven, een verslagene zal gevonden worden, liggende in het veld, niet bekend zijnde, wie hem geslagen heeft;Vers 2 Zo zullen uw oudsten en uw rechters uitgaan, en zij zullen meten naar de steden, die rondom den verslagene zijn.Vers 3 De stad nu, die de naaste zal zijn aan den verslagene, daar zullen de oudsten derzelver stad een jonge koe van de runderen nemen, met dewelke niet gearbeid is, die aan het juk niet getrokken heeft.Vers 4 En de oudsten derzelver stad zullen de jonge koe afbrengen in een ruw dal, dat niet bearbeid noch bezaaid zal zijn; en zij zullen deze jonge koe aldaar in het dal den nek doorhouwen.1 in een ruw dal, Deze omstandigheden dienden, naar sommiger gevoelens, om de gruwelijkheid van den doodslag enigszins af te beelden, en de mensen er van af te schrikken.Vers 5 Dan zullen de priesters, de kinderen van Levi, toetreden; want de Heere, uw God, heeft hen verkoren, om Hem te dienen, en om in des Heeren Naam te zegenen, en naar hun mond zal alle twist en alle plaag afgedaan worden.2 in des HEEREN Naam te zegenen, Zie boven, Deut. 10:8.3 naar hun mond Dat is, naar hunlieder woord, zeggen, uitspraak.4 afgedaan worden. Hebreeuws, zijn, of worden.Vers 6 En alle oudsten derzelver stad, die naast aan den verslagene zijn, zullen hun handen wassen over deze jonge koe, die in dat dal de nek doorgehouwen is;Vers 7 En zij zullen betuigen en zeggen: Onze handen hebben dit bloed niet vergoten, en onze ogen hebben het niet gezien;5 hebben het niet gezien; Dat is, hebben het niet zien vergieten.Vers 8 Wees genadig aan Uw volk Israël, dat Gij, o Heere! verlost hebt, en leg geen onschuldig bloed in het midden van Uw volk Israël! En dat bloed zal voor hen verzoend zijn.6 Wees genadig aan Uw volk Israël, Hebreeuws, verzoen, of, maak verzoening voor, of, over uw volk.7 leg geen onschuldig bloed Dat is, wil uw ganse volk dezen doodslag van een onschuldige niet toerekenen, of daarom straffen.8 dat bloed zal voor hen verzoend zijn. Dat is, aldus zullen zij van de schuld dezes doodslags ontlast zijn, dat zij hun niet toegerekend worde.Vers 9 Alzo zult gij het onschuldig bloed uit het midden van u wegdoen; want gij zult doen, wat recht is in de ogen des Heeren.