Advertentie

Daniël 9:1-23

23 verzen · 70 kanttekeningen · Statenvertaling

Gebed van Daniël

Vers 1 In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeën;1 het eerste jaar van Darius, Zie boven Dan. 6:1.2 Ahasveros, Verscheidene koningen der Perzen hebben dezen naam gehad.3 uit het zaad der Meden, Dat is uit het geslacht, uit de natie der Meden. Dit wordt hier bijgevoegd tot onderscheiding van Darius, den koning in Perzië, in wiens tweede jaar de tempel is volbouwd geworden; Ezra 4:24.4 die koning Of, in hetwelk, te weten jaar, hij koning geworden was.5 gemaakt was Zie boven Dan. 6:1.Vers 2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des Heeren tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.6 merkte ik, Daniël, Of, verstond ik Daniël, uit, enz.7 in de boeken, Te weten in de schriften van den profeet Jeremia. Ofschoon Daniël zulk een wijs en voortreffelijk profeet was, zo heeft hij evenwel niet nagelaten de heilige Schrift te lezen, gelijk de geestdrijvers en verachters van Gods Woord dat nalaten.8 tot den profeet Jeremia geschied was, Zie Jer. 25:11,12, en Jer. 27:7, en Jer. 29:10.9 in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, Dat is, dat wanneer de verwoesting van Jeruzalem een einde zou nemen, zeventig jaar was.Vers 3 En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.10 ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, Hebreeuws, ik gaf mijn aangezicht.11 zak, en as. Dat is, in een zakkleed en in de as.Vers 4 Ik bad dan tot den Heere, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.12 deed belijdenis, Te weten van mijn eigen zonden en van de zonden van mijn volk, onder Dan. 9:20.13 Och Heere! Vergelijk dit gebed met het gebed van Nehemia, Neh. 1:5, en Neh. 9:32.14 verschrikkelijke God, Te weten den goddelozen.15 Hem liefhebben Verandering van persoon voor, die U liefhebben en uwe geboden houden.Vers 5 Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.16 Wij hebben gezondigd, Zie meer dergelijke belijdenissen, Ps. 106:6.17 gerebelleerd, Van trap tot trap opklimmende, en niet rustende totdat wij tot de hoogste trap der zonden gekomen waren.18 rechten. Versta hier, en elders meer, door rechten of oordelen, die wetten waarmede een ieder gegeven wordt wat hem toekomt, en het gelijke van het ongelijke onderscheiden wordt.Vers 6 En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.19 niet gehoord naar Uw dienstknechten, Dat is, niet gehoorzaamd.20 des lands. Te weten van het Joodse land.Vers 7 Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding, waarmede zij tegen U overtreden hebben.21 Bij U, o Heere! Dat is, aan uwe zijde, U komt de lof der gerechtigheid toe. Of, uwe is, enz.22 gerechtigheid, Zie Deut. 6:25.23 maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, Met deze woorden bekent de profeet, dat de oordelen Gods over zijn volk rechtvaardig zijn. Vergelijk Jer. 7:19.Vers 8 O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.24 omdat wij tegen U gezondigd hebben. Of, die wij tegen U gezondigd hebben.Vers 9 Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.25 den Heere, onzen God, Dat is, aan des Heeren barmhartigheid en genadige vergeving alleen, hangt ten enenmale al onze behoudenis; want bij ons is niets dan oorzaak van verderving te vinden.26 de barmhartigheden en vergevingen, Hij gebruikt deze woorden in het veelvoudig getal, om te betekenen de menigvuldige genaden des Heeren in het vergeven der veelvuldige zonden.Vers 10 En wij hebben der stem des Heeren, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.27 door de hand van Zijn knechten, de profeten. Dat is, door den dienst zijner dienstknechten.Vers 11 Maar geheel Israël heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.28 heeft Uw wet overtreden, Hebreeuws, hebben overtreden, ziende op den zin.29 uitgestort die vloek, Of, gedropen.30 die geschreven is in de wet van Mozes, Zie Lev. 26:14, enz.; Deut. 27:15, enz., en Deut. 28:15, enz., en Deut. 29:20, en Deut. 30:17, enz., en Deut. 31:17,18, en Deut. 32:19, enz.; Klaagl. 2:17.Vers 12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.31 bevestigd, Hebreeuws, verwekt, of doen opstaan.32 die ons richtten, Dat is, die ons regeerden.33 een groot kwaad, Te weten het kwaad der straf, dat is, een groot ongeluk, hetwelk in de Klaagliederen van Jeremia in het brede verhaald wordt. Zie aldaar Klaagl. 1:12, en Klaagl. 2:13, enz.Vers 13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des Heeren, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.34 in de wet van Mozes geschreven is, Zie boven Dan. 9:11.35 op Uw waarheid. Dat is, op de zekerheid uwer dreigementen.Vers 14 Daarom heeft de Heere over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de Heere, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.36 Daarom heeft de HEERE Of, daarom is de HEERE wakker geweest met dit kwaad. De zin is: Hij heeft doen blijken dat Hij niet sliep en zijne dreigementen niet vergeten had. Terwijl de zondaren in hunne zonden gerust slapen, zo waakt de Heere al vast over hunne straf. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen waken, maar ook vervroegen, verwakkeren, verhaasten, gelijk Jer. 1:12. Zie de aantekening aldaar.37 het kwade gewaakt, Zie Dan. 9:13.Vers 15 En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.38 Gij die Uw volk Tot dien einde heeft God de kinderen Israëls verlost uit Egypteland, om hun daardoor van zijnentwege te verzekeren, dat Hij hun God wilde zijn en blijven; zie Lev. 22:33; Ps. 81:11; Jes. 63:16. Daarom is het geen wonder dat de gelovigen zo menigmaal Gode deze zijne weldaad voorhouden, zo om hun geloof te sterken als om den Heere te bewegen aan zijn oude barmhartigheid te gedenken. Zie Exod. 32:11; Neh. 1:10, en Neh. 9:10; Ps. 77:8.39 hebt U een Naam gemaakt, De zin is: Gij hebt ons verlost en beschermd om uws naams wil, om uwe macht bekend te maken; Ps. 106:8. Wend derhalve uw toornig gemoed van ons, opdat uwe eer niet gekwetst worde. Zie Exod. 32:12; Ps. 115:1.40 wij hebben gezondigd, Dit moet men zo niet verstaan, alsof God onze gebeden verhoorde en ons weldeed omdat wij gezondigd hebben en goddeloos geweest zijn, want daarom is God op ons vertoornd en daarom straft Hij ons; maar alsdan verhoort Hij onze gebeden, als wij onze zonden belijden en onze onwaardigheid bekennen. Vergelijk Ps. 25:11, en Ps. 106:4,5,6.Vers 16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.41 naar al uw gerechtigheden, De zin is: Heere, dat Gij uwe dreigementen hebt waar gemaakt, ons verlatende en onzen vijanden sterkte tegen ons gevende, enz., dat is alles geschied naar uwe gerechtigheid, want wij hebben het met onze zonden duizendmaal over verdiend; maar, Heere, vergeet ook dat deel uwer gerechtigheid niet, waardoor Gij allen boetvaardigen houdt hetgeen Gij hun uit genade beloofd hebt. Gelijk God maar één is, alzo is er ook maar ééne gerechtigheid of rechtvaardigheid in God, maar er zijn velerlei betoningen derzelve, en onder anderen betoont Hij dezelve, wanneer Hij den boetvaardigen houdt hetgeen Hij hun uit genade beloofd heeft. Vergelijk Neh. 1:8,9, en Neh. 9:8; Ps. 51:16.42 laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid Dat is, laat toch ophouden die zware straffen, die Gij rechtvaardiglijk over Jeruzalem en het ganse Joodse volk hebt uitgestort om hunne zonden te straffen. Zie Micha 7:9; Openb. 15:7. Anders: uw toorn en uwe grimmigheid wende zich af van, enz.43 Uw stad Jeruzalem, Alsof hij zeide: Dit is uwe stad, die Gij u verkoren hebt uit al de steden van den gansen aardbodem, wend derhalve uw toorn van haar af.44 Uw heiligen berg; Hebreeuws, den berg uwe heiligheid. Zie Ps. 2:6.45 bij allen, Hebreeuws, bij al onze rondommigheden; dat is, bij allen die rondom ons gelegen zijn. Vergelijk Klaagl. 1:8, enz., en Klaagl. 2:15,16, en Klaagl. 3:14, en Ps. 44:14,15,16,17, en Ps. 79:4, en Ps. 89:42,51.Vers 17 En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des Heeren wil.46 het gebed Uws knechts, Dat is, naar mijn gebed, die uw knecht ben.47 lichten Dat is, aanschouw uw heiligdom met een vriendelijk en gunstig gelaat. Van deze manier van spreken, zie Num. 6:25.48 over Uw heiligdom, Dat is, over uwen tempel, of veel meer, over de binnenste plaats des tempels, waar God op de ark of cherubim zat.49 om des HEEREN wil. Dat is, doe het niet om onze waardigheid, maar om des Heeren Christus' wil. Alzo staat er Jes. 10:27: Het juk zal afgescheurd worden om des Gezalfden, of om des Messias' wil. En Ps. 80:16: Om des Zoons wil; en ook Ps. 84:10.Vers 18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.50 Neig Uw oor, mijn God! Vergelijk de woorden, die de koning Hizkia gebruikt, Jes. 37:17.51 onze verwoestingen, Dat is, hoe jammerlijk wij verwoest zijn.52 die naar Uw Naam genoemd is; Dat is, die de stad des Heeren genoemd wordt; zie Deut. 28:10; Amos 9:12; 1 Kon. 14:21. Hebreeuws, over welke uw naam is [of wordt] aangeroepen, of uitgeroepen.53 wij werpen onze smekingen Zie van deze manier van spreken Jer. 36:7; Ps. 141:2.54 op onze gerechtigheden, Dat is, steunende op onze rechtvaardige daden, of werken, of vanwege.Vers 19 O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.55 Uw stad, en Uw volk Zie boven Dan. 9:18.Vers 20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des Heeren, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;56 nederwierp Gelijk boven Dan. 9:18.57 om den wil van de heiligen bergs mijns Gods; Hebreeuws, over, of voor den berg der heiligheid van mijnen God; dat is, opdat Gods kerk in haar vorigen stand moge hersteld worden.Vers 21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriël, dien ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.58 de man Zie boven Dan. 8:15.59 Gabriël, Zie van den naam en persoon van dezen engel, boven Dan. 8:16.60 in het begin in een gezicht gezien had, Of, tevoren, of in het eerste, te weten in het gezicht van den ram met twee horens en van den bok, Dan. 8.61 snellijk gevlogen, Hebreeuws, met vermoeidheid; niet dat de engelen kunnen vermoeid of moede worden, maar het wordt zo gezegd om uit te drukken zulk ene snelheid als, naar ons begrip, vermoeidheid moet veroorzaken. Anders: in de vlucht.62 mij aanrakende, Bij dit aanraken, of aanroeren des engels heeft God den profeet gesterkt. Zie onder Dan. 10:19.63 des avondoffers. Dat is, in het laatste vierendeel van den dag, ter welker uur het avondoffer placht geofferd te worden; toen de tempel en Joodse godsdienst nog in wezen waren; zie Exod. 28:39,41; Num. 28:4. Te dezer tijd bad ook Elia, 1 Kon. 18:36, enz., zie ook Hand. 3:1. Hieruit nemen sommigen af dat Daniël hier geopenbaard is in welken tijd van den dag Christus zichzelven voor onze zonden zou opofferen.Vers 22 En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniël! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.64 uitgegaan, Te weten uit den hemel, van God gezonden zijnde.65 den zin te doen verstaan. Hebreeuws, het verstand; namelijk om u te onderrichten van de wederopbouwing der stad Jeruzalem en de herstelling van den staat van het Joodse volk.Vers 23 In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.66 In het begin uwer smekingen Dat is, van dien tijd af, dat gij hebt begonnen te bidden voor de verlossing van Israël, heb ik bevel ontvangen van u te antwoorden.67 het woord uitgegaan, Dat is, het bevel.68 een zeer gewenst man; Hebreeuws, begeerten; dat is, een man der begeerten; zie onder Dan. 10:11; dat is, een man dien men zeer begeert, een man Gode en den mensen aangenaam; alzo staat er Dan. 10:3: brood der begeerten, en vaten der begeerten, 2 Kron. 20:25, en klederen der begeerten, Gen. 27:15. Sommigen menen dat Daniël genoemd wordt een man der begeerten, omdat hij meer dan ooit enig man begeerd en gewenst heeft de verlossing van zijn volk, wederopbouwing van den tempel en den godsdienst, gelijk zulks af te nemen is uit zijn gebed en zijn vasten, Dan. 10.69 dit woord, Of, deze zaak.70 merk op dit gezicht. Of, leer dit gezicht, dat is, deze profetie, die ik u zal te kennen geven, wel terdege verstaan.

Lees heel Daniël 9

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.