Advertentie

Daniël 5:5-31

27 verzen · 72 kanttekeningen · Statenvertaling

Het wonderbare schrift op den wand

Vers 5 Ter zelfder ure kwamen er vingeren van eens mensen hand voort, die schreven tegenover den kandelaar, op de kalk van den wand van het koninklijk paleis, en de koning zag het deel der hand, die daar schreef.16 vingeren van eens mensen hand Niet een gehele hand, maar vingers, of wat meer van de hand, Dan. 5:24; het waren de vingeren Gods, die genoemd worden vingeren van eens mensen hand, omdat zij in de ogen des konings waren als vingers van een mens, die genoegzaam waren om den koning en allen die dezelve zagen verschrikt en verbaasd te maken.17 voort, Te weten uit den muur, of uit den hemel wonderbaarlijk.18 den kandelaar, Die vermoedelijk gehangen heeft in het midden der zaal of eetkamer, waar deze grote maaltijd gehouden werd, hetwelk te geloven is, dat geduurd zou hebben tot diep in den nacht, had God het niet verstoord.19 op de kalk van den wand Dat is, op den gewitten, gekalkten, of gepleisterden wand.20 de koning zag het deel der hand, Dit dient tot bevestiging van dit wonder. Had alleen iemand van de aanwezende personen dit gezien, die het den koning had te kennen gegeven, zo mocht hij aan de zekerheid van dit wonder getwijfeld hebben, denkende dat iemand heimelijk, of met kunst, dit aan den wand geschreven had; maar toen hij zelf de vingers zag gaan, zo had hij geen reden om te twijfelen; maar hij werd in zijn eigen conscientie overtuigd dat het een teken uit den hemel was, God hem verschrikkende, dien hij tevoren gehoond had, Dan. 5:2.Vers 6 Toen veranderde zich de glans des konings, en zijn gedachten verschrikten hem; en de banden zijner lendenen werden los, en zijn knieën stieten tegen elkander aan.21 de glans des konings, Chaldeeuws, de glansen. Hetwelk men kan verstaan van zijn gehele glans. Vergelijk Dan. 4:36, alzo ook hieronder Dan. 5:9,10. De zin is dat al de vreugde schielijk in droefenis veranderde. De koning wist nog niet wat dit schrift beduidde, goed of kwaad. Maar zijn eigen conscientie heeft hem betuigd dat het de dreigende hand des Heeren was, vanwege zijn goddeloos leven, handel en wandel.22 werden los, Dat is, zijne kracht bezweek, òf werden losgemaakt, òf werden gelost; dat is, gelijk anderen, men moest hem ontgorden, gelijk men hen doet die bezwijmen, of in flauwte en onmacht vallen.23 tegen elkander aan. Chaldeeuws, deze aan dien; dat is, de een aan den ander, te weten uit schrik en vrees.Vers 7 Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeën en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.24 met kracht riep Of, met macht; dat is, overluid, dat het alle man bescheidenlijk hoorde. Het betaamde wel de waardigheid van den koninklijken persoon niet aan de tafel luide te roepen, maar hiermede wordt aangewezen de bangheid en schrik, die den koning omvangen had.25 de sterrekijkers, Versta onder deze drie soorten ook die allen, die genoemd staan Dan. 1:20, en Dan. 2:2,27, zie aldaar. Daniël was in vergetenheid gesteld, onaangezien hij enige jaren hier tevoren aan den grootvader van dezen koning zijn droom had uitgelegd, Dan. 2.26 antwoordde Dat is, ving aan te spreken, gelijk elders meer.27 purper gekleed worden, Dit is zoveel te zeggen, als dat de koning dien, die dit schrift kon lezen en uitleggen, zou rekenen of stellen onder het getal zijner vorsten en der groten van zijn rijk; want eertijds droegen de vorsten en de statelijksten aan de hoven der koningen zodanige klederen, zij en geen andere personen.28 keten om zijn hals, Anders: gouden halsbanden, of gouden ketens, want de Chaldeeuwse tekst wordt verscheidenlijk gelezen.29 hij zal de derde heerser Anders: hij zal over het derde deel van het koninkrijk heersen; alzo onder Dan. 6:2, en in Dan. 5:16,29.30 in dit koninkrijk zijn. Te weten in het koninkrijk van Babel.Vers 8 Toen kwamen al de wijzen des konings in; maar zij konden dit schrift niet lezen, noch den koning deszelfs uitlegging bekend maken.31 zij konden dit schrift niet lezen, God heeft hun ogen en verstand verblind, want het was in het Chaldeeuws, dat is in hunne moedertaal geschreven, gelijk blijkt Dan. 5:25, enz. Vergelijk hiermede Jes. 29:10, en 2 Cor. 3:14. Al hadden zij dit schrift kunnen lezen, ja al hadden zij het duizend maal gelezen en herlezen, zo zouden zij den zin daarvan niet verstaan hebben.Vers 9 Toen verschrikte de koning Belsazar zeer, en zijn glans werd aan hem veranderd, en zijn geweldigen werden verbaasd.32 zijn glans werd aan hem veranderd, Zie boven Dan. 5:6.33 zijn geweldigen werden verbaasd. Omdat deze mede schuld hadden aan verscheidene zonden van den koning, daarom moesten zij ook de straf mede dragen. Ook heeft God de Heere gewild dat hun dit mede aan het hart zou treffen, opdat door hen dit wonder in alle koninkrijken en landen zou verkondigd worden.Vers 10 Om deze woorden des konings en zijner geweldigen, ging de koningin in het huis des maaltijds. De koningin sprak en zeide: O koning, leef in eeuwigheid! laat u uw gedachten niet verschrikken, en uw glans niet veranderd worden.34 Om deze woorden des konings Dat is, toen zij gehoord had de woorden van den koning en der vorsten, en hetgeen wat daar geschied was.35 de koningin in het huis des maaltijds. Niet van de huisvrouw van den koning Belsazar [want Dan. 5:2 staat, dat zijne vrouwen mede op den maaltijd gekomen waren], daarom moest men dit verstaan van de nagelaten weduwe van den koning Nebukadnezar, de grootmoeder van Belsazar, of zijne moeder.36 O Koning, Anders: de koning leve in eeuwigheid. Chaldeeuws, in eeuwigheden. Van deze manier van groeten, zie boven Dan. 2:4, en Dan. 3:9.Vers 11 Er is een man in uw koninkrijk, in wien de geest der heilige goden is, want in de dagen uws vaders is bij hem gevonden licht, en verstand, en wijsheid, gelijk de wijsheid der goden is; daarom stelde hem de koning Nebukadnezar, uw vader, tot een overste der tovenaars, der sterrekijkers, der Chaldeën, en der waarzeggers, uw vader, o koning!37 uws vaders Dat is, uw grootvader. Zie boven Dan. 5:2.38 licht, en verstand, en wijsheid, Of, verlichting; dat is wijsheid, kennis, wetenschap om verborgen dingen te openbaren.39 gelijk de wijsheid der goden is; Dat is, meer dan menselijke wijsheid, zodanige namelijk, die met de wijsheid der goden te vergelijken is.40 stelde hem de koning Nebukadnezar, Zie boven Dan. 2:48.41 een overste der tovenaars, Zie boven Dan. 4:9.42 uw vader, o koning! Dit diende tot vermeerdering van Daniëls gezag, want Nebukadnezar is geacht geweest te zijn een wijs en zeer verstandig man.Vers 12 Omdat een voortreffelijke geest, en wetenschap, en verstand van een, die dromen uitlegt, en der aanwijzing van raadselen, en van een, die knopen ontbindt, gevonden werd in hem, in Daniël, dien de koning den naam van Beltsazar gaf; laat nu Daniël geroepen worden, die zal de uitlegging te kennen geven.43 die knopen ontbindt, Dat is, die ingewikkelde en verwarde dingen ontknoopt, of die zware en moeilijke kwestiën, die met banden der donkerheid als vast toegeknoopt zijn, kan beantwoorden en uitleggen; zie Dan. 4:9. Sommigen zetten het begin van Dan. 5:12 aldus over: Omdat een voortreffelijke geest, met wetenschap en verstand, die [te weten geest] dromen en aanwijzing [of, voorstelling] van raadselen uitlegt, en die knopen ontbindt, enz., of, dromen uitleggende en raadselen aanwijzende, enz.44 gaf; Chaldeeuws, stelde.Vers 13 Toen werd Daniël voor den koning ingebracht. De koning antwoordde en zeide tot Daniël: Zijt gij die Daniël, een uit de gevankelijk weggevoerden van Juda, die de koning, mijn vader, uit Juda gebracht heeft?45 antwoordde Dat is, hief aan te spreken, en alzo elders meer.46 Zijt gij die Daniël, Dit vraagt de koning met verwondering. Hij kent Daniël niet, die nochtans van zijn grootvader gesteld was tot een heerser over de ganse provincie van Babel, Dan. 2:48. Maar daarna schijnt hij van Belsazar teruggesteld en vergeten te zijn, zodat deze koning hem niet kent. Het kan wel wezen dat enige staatzuchtigen hem uit alle bedieningen te stoten gearbeid hebben, en dat hij niet veel tegenweer gedaan heeft om daarin te blijven, wetende hoe besmettelijk der koningen hoven zijn.47 mijn vader, Dat is, mijn grootvader Nebukadnezar.Vers 14 Ik heb toch van u gehoord, dat de geest der goden in u is, en dat er licht, en verstand, en voortreffelijke wijsheid in u gevonden wordt.48 Ik heb toch van u gehoord, Hij had wel wat van Daniël horen spreken, maar tot nog toe had hij het niet geacht, maar nu in den nood wordt Daniël gezocht om raad en troost te geven.Vers 15 Nu, zo zijn voor mij ingebracht de wijzen en de sterrekijkers, om dit schrift te lezen, en deszelfs uitlegging mij bekend te maken; maar zij kunnen de uitlegging dezer woorden niet te kennen geven.49 zij kunnen de uitlegging Te weten de wijzen en sterrenkijkers. Ook konden de koning en zijne vorsten het niet lezen. Zie wijders boven Dan. 5:8; maar Daniël heeft het gelezen door het ingeven van God, die gewild heeft dat Daniël, dien men als vergeten had, nu hierdoor wederom in kennis zou komen.50 dezer woorden niet te kennen geven. Chaldeeuws, van dat woord. Alzo onder Dan. 5:26.Vers 16 Doch van u heb ik gehoord, dat gij uitleggingen kunt geven, en knopen ontbinden; nu, indien gij dit schrift zult kunnen lezen, en deszelfs uitlegging mij bekend maken, gij zult met purper bekleed worden, met een gouden keten om uw hals, en gij zult de derde heerser in dit koninkrijk zijn.51 geven, Chaldeeuws, uitleggen.52 zult met purper bekleed worden, De koning belooft grote dingen, weinig wetende hoe nabij zijn ondergang was, en tot hem mocht gesproken worden, als tot dien dwaas: dezen nacht zal uwe ziel van u genomen worden, Luk. 12:20.Vers 17 Toen antwoordde Daniël, en zeide voor den koning: Heb uw gaven voor uzelven, en geef uw vereringen aan een ander; ik zal nochtans het schrift voor den koning lezen, en de uitlegging zal ik hem bekend maken.53 Heb uw gaven voor uzelven, Aldus spreekt Daniël, opdat hij niet schijne uit staat of geldgierigheid te profeteren; hoogheden, rijkdommen en andere vergankelijke dingen, waarnaar de wereldse mensen gemeenlijk zozeer dorsten, konden dezen heiligen man niet zeer vermaken. Zie een gelijk voorbeeld in Elisa, 2 Kon. 5:16.Vers 18 Wat u aangaat, o koning! de allerhoogste God heeft uw vader Nebukadnezar het koninkrijk, en grootheid, en eer, en heerlijkheid gegeven;54 Wat u aangaat, Eer Daniël het schrift leest en uitlegt, zo geeft hij den koning te kennen waarom God hem dit teken van de schrijvende vingers vertoond had, namelijk om hem zijne ondankbaarheid en zijn godlasterlijke kerkroverij indachtig te maken.55 uw vader Nebukadnezar Dat is, grootvader, want Evilmerodach was Belsazars vader.56 grootheid, Of, zo men nu spreekt, heerlijkheid.57 eer, Of, heerlijkheid en sierlijkheid.Vers 19 En vanwege de grootheid, die Hij hem gegeven had, beefden en sidderden alle volken, natiën en tongen voor hem; dien hij wilde, doodde hij, en dien hij wilde, behield hij in het leven, en dien hij wilde, verhoogde hij, en dien hij wilde, vernederde hij.58 voor hem; Chaldeeuws, van voor hem.Vers 20 Maar toen zich zijn hart verhief, en zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten, en men nam de eer van hem weg.59 toen zich zijn hart verhief, Of, toen zijn hart verheven werd.60 werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten, Zie Job 12:18. Daniël herhaalt hier die gedenkwaardige geschiedenis, om den koning indachtig te maken zijne traagheid en vergeetzaamheid in het gedenken van dat grote wonderwerk, hetwelk de Heere aan Nebukadnezar, zijn grootvader, bewezen had.Vers 21 En hij werd van de kinderen der mensen verstoten, en zijn hart werd den beesten gelijk gemaakt, en zijn woning was bij de woudezelen; men gaf hem gras te smaken gelijk den ossen; en zijn lichaam werd van den dauw des hemels nat gemaakt, totdat hij bekende, dat God, de Allerhoogste, Heerser is over de koninkrijken der mensen, en over dezelve stelt, wien Hij wil.61 hij werd van de kinderen der mensen verstoten, Zie Dan. 4:25.62 zijn hart Anders: hij stelde zijn hart met de beesten; dat is, hij is een tijdlang zonder kennis en zonder verstand geweest; verstaande dat Hij, te weten de Heere, des konings hart dat der beesten heeft gelijk gemaakt.63 zijn woning Hij die tevoren zijn hof gehouden had in de beroemdste stad en in het schoonste paleis der wereld, moet nu met de beesten verkeren.64 men gaf hem gras te smaken De zin is dat hij gras at.Vers 22 En gij, Belsazar, zijn zoon! hebt uw hart niet vernederd, alhoewel gij dit alles wel geweten hebt.65 zoon! Dat is kleinzoon. Het schijnt dat Evilmerodach, de vader van Belsazar, een vromer heer geweest is en dat hij het wonderwerk, aan Nebukadnezar geschied, wel ter harte heeft genomen. Vergelijk 2 Kon. 25:27,28.66 alhoewel gij dit alles wel geweten hebt. En derhalve hetgeen hem wedervaren is, wel had behoren ter harte te nemen.Vers 23 Maar gij hebt u verheven tegen den Heere des hemels, en men heeft de vaten van Zijn huis voor u gebracht, en gij, en uw geweldigen, uw vrouwen, en uw bijwijven hebben wijn uit dezelve gedronken, en de goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch weten, hebt gij geprezen; maar dien God, in Wiens hand uw adem is, en bij Wien al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt.67 Zijn huis voor u gebracht, Dat is, van zijn tempel.68 die niet zien, Vergelijk Ps. 115:5, enz. en Ps. 135:15, enz.69 noch weten, Of, noch verstaan.70 in Wiens hand Dat is, die u het leven heeft gegeven, en zolang laat behouden als het hem belieft.71 uw adem is, Of, uwe ziel; dat is uw leven.72 al uw paden zijn, Dat is, al uw voornemen, al uwe werken en daden, zonder wien gij niets kunt uitrichten.Vers 24 Toen is dat deel der hand van Hem gezonden, en dit schrift getekend geworden.73 Toen is dat deel der hand Te weten toen nu uwe hovaardij tegen God op het hoogste gekomen was en uwe trotsheid tegen de mensen onverdragelijk geworden was, en gij nu de maat uwer zonden tot boven toe hadt vervuld.74 van Hem gezonden, Chaldeeuws, van voor hem; te weten van God, het is geen gespook, maar de hand Gods.Vers 25 Dit nu is het schrift, dat daar getekend is: MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN.75 MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN. Dat is, Hij heeft geteld, Hij heeft geteld; Hij heeft opgewogen, en zij verdelen het. Anders: hij is geteld, hij is geteld; hij is opgewogen, en zij verdelen te weten hem; dat is hij wordt verdeeld, of hij is verdeeld. Anders: telt, telt, weegt op, en zij verdelen. Het woord Mene staat er tweemaal, tot meerdere vastigheid en verzekering van de dreigementen Gods.Vers 26 Dit is de uitlegging dezer woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voleind.76 Hij heeft het voleind. Te weten alzo, dat nu de dagen van uw koninkrijk voorzeker een einde nemen. En nu is de dag verschenen in welken gij rekenschap van uw doen en laten zult moeten geven. Anders, en Hij heeft het overgegeven, te weten uw koninkrijk, aan de Perzen en Meden.Vers 27 TEKEL; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht gevonden.77 TEKEL; Tekel, is maar te zeggen: Hij heeft opgewogen, de andere woorden voegt er de profeet bij, tot bredere verklaring van het woord Tekel. De zin is: Gelijk de geldhandelaars hunne schalen en gewichten hebben, om te beproeven of het geld zijn behoorlijk gewicht heeft; alzo heeft ook God u gewogen in zijn goddelijke weegschaal, en gij zijt te licht bevonden. Aangaande deze gelijkenis, zie Ps. 62:10.78 gij zijt te licht gevonden. Dat is, gij zijt bevonden te zijn als een penning, die te licht is en derhalve niet ontvangbaar. Anders: gij zijt gebrekkelijk bevonden, te weten in uw volle gewicht; dat is, gij hebt u niet gedragen naar eis van uw koninklijk ambt en waardigheid.Vers 28 PERES; uw koninkrijk is verdeeld, en het is den Meden en den Perzen gegeven.79 PERES; Aan den wand stond Ufarsin, dat is, en zij verdelen het; zij, te weten de Meden en Perzen, als dienaren van God in deze verdeling. Maar hier stelt de profeet Peres, dat is, Hij verdeelt: Hij, te weten God. En de zin is: Het koninkrijk is van u genomen, en aan anderen gegeven, te weten den Meden en den Perzen.Vers 29 Toen beval Belsazar, en zij bekleedden Daniël met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem, dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.80 en zij bekleedden Daniël met purper, De koning heeft aldus willen betonen en doen blijken, niet alleen dat hij zijne belofte wilde houden, Dan. 5:16, maar ook betonen dat hij onverschrokken was.81 van hem, Of, over, voor hem.82 dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was. Het is vermoedelijk dat wel Daniël ongaarne dezen zwaren last op zich genomen heeft, nochtans heeft hij het gedaan, om door dat middel zijn ellendige landslieden te mogen behulpzaam zijn, in de aanstaande verandering der monarchie.Vers 30 In dienzelfden nacht, werd Belsazar, der Chaldeën koning, gedood.83 In dienzelfden nacht, Vergelijk Ps. 37:9,10,35, enz.; Jes. 21:9, en Jes. 47:11; Jer. 25:12, enz., en Jer. 51:39.84 gedood. Te weten van Gobrya en Gadata, of van de soldaten van Cyrus, van deze twee heren daartoe aangevoerd zijnde, toen Babel werd ingenomen. Vergelijk Jes. 21:5; Jer. 51:39. Doch anderen menen dat hij gedood is door ene heimelijke verbintenis van zijne groten, van wie een, alhier Darius genaamd, koning gemaakt is, en dat bij denzelfden tijd Babylon van Cyrus is ingenomen geweest. Zie boven Dan. 5:1.Vers 31 (6:1) Darius, de Meder nu, ontving het koninkrijk, omtrent twee en zestig jaren oud zijnde.1 Darius, Chaldeeuws, Dariaves; hij wordt de Meder genoemd, om hem te onderscheiden van Darius den Perzer, van wien zie Ezra 4:5,24.2 ontving het koninkrijk, Of, nam in, nam aan, kreeg, te weten naar veler gevoelen, van de hand van Cyrus, want toen Cyrus, met hulp van Darius zijn schoonvader, het rijk van Babylon had ingenomen, zo heeft hij het Darius overgegeven, en hij is naar Perzië getrokken om zijne zaken aldaar verder te verrichten en in orde te stellen. Doch toen Darius omtrent een jaar over het rijk van Babel geregeerd had, heeft Cyrus de regering van het Babylonische rijk weder tot zich genomen. Doch van het gevoelen van anderen zie boven Dan. 5:1,30.3 omtrent twee en zestig jaren oud zijnde Chaldeeuws, een zoon van omtrent twee en zestig jaren.

Lees heel Daniël 5

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.