Advertentie

Amos 8:4-14

11 verzen · 35 kanttekeningen · Statenvertaling

Bedreigingen tegen Israël

Vers 4 Hoort dit, gij, die den nooddruftige opslokt! en dat om te vernielen de ellendigen des lands;9 den nooddruftige Of, [naar] den nooddruftige hijgt.10 opslokt! Hebr. opslorpt.11 vernielen Hebr. doen ophouden, en voorts wegdoen, vernielen, wegschaffen, gelijk het Hebr. woord ook gebruikt wordt.12 ellendigen des lands; Of, zachtmoedigen, nederigen.Vers 5 Zeggende: Wanneer zal de nieuwe maan overgaan, dat wij leeftocht mogen verkopen? en de sabbat, dat wij koren mogen openen? verkleinende de efa, en den sikkel vergrotende, en verkeerdelijk handelende met bedrieglijke weegschalen;13 de nieuwe maan overgaan, Wanneer men moest vieren en den godsdienst waarnemen. Zie Num. 10:10, en Num. 28:11, enz. Dit was dezen wolven verdrietelijk, dat zij zolang moesten stilstaan. Anders: deze maand, dat er een ander mag komen, waarin alles duurder is; maar het volgende van den sabbat past beter op de nieuwe maand, of maan.14 koren mogen openen? Dat is, de korenhuizen openen, om koren te koop te houden.15 efa, Zie Lev. 5:11; Ezech. 45:10,11, gebruikende kleine en valse maat in het uitleveren en verkopen, en nemende integendeel hogen prijs en zwaar geld, gebruikende een zwaar gewicht in het ontvangen van geld, tegen de wet; Deut. 25:13.16 sikkel vergrotende, Zie Gen. 23:15, en Gen. 24:22 met de aantekening. Idem Ezech. 45:12. De sikkel wordt hier genomen voor het gewicht van den sikkel.17 verkeerdelijk handelende Dat is, dat wij, de weegschaal vervalsende, daarmede bedriegen mogen. of aldus: verkerende [den koop] met bedriegelijke, of valse weegschalen des bedrogs.Vers 6 Dat wij de armen voor geld mogen kopen, en den nooddruftige om een paar schoenen; dan zullen wij het kaf van het koren verkopen.18 kopen, Niet alleen hen van goed beroven, maar ook hunne personen ons tot slaven mogen maken, tegen Gods wet, Lev. 25:39,40. Verg ook Amos 2:6.19 dan zullen wij Of, ja dat wij mogen, enz.20 het kaf van het koren verkopen. Hebr. den afval; dat is, het kaf en andere vuiligheid; die van het koren afvalt. Anders: kaf [voor] koren.Vers 7 De Heere heeft gezworen bij Jakobs heerlijkheid: Zo Ik al hun werken in eeuwigheid zal vergeten!21 heerlijkheid: Of, voortreffelijkheid, hoogheid, uitnemendheid; dat is, bij zichzelven, die Israëls eer en roem was, en behoorde te zijn. Zie Ps. 106:20, met de aantekening. Verg. Amos 4:2, en Amos 6:8, met de aantekening.22 Zo Ik Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk. Zie Ezech. 34:8, enz.23 al hun werken Of, enige van [deze] hunne werken, enz.Vers 8 Zou het land hierover niet beroerd worden, en al wie daarin woont treuren? Ja, het zal geheel oprijzen als een rivier, en het zal heen en weder gedreven en verdronken worden, als door de rivier van Egypte.24 Zou het land Alsof God zeide: En zouden zulke zonden niet genoeg zijn om het ganse land met plagen te vernielen en te doen overzwemmen, gelijk de rivier de Nijl Egypteland jaarlijks overloopt? Immers ja. Verg. Amos 9:5. Versta door het land de inwoners, gelijk volgt.25 het zal geheel oprijzen Land. Anders: en zou het [niet] geheel, enz., en alzo het volgende vragendewijze.26 rivier, Die opzwelt en overloopt. Of, als de rivier, namelijk de Nijl, gelijk in het volgende.27 gedreven en verdronken worden, Gelijk de baren van een holle zee. Anders: weggeraapt worden.28 rivier van Egypte. Zie Ezech. 29:3.Vers 9 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de Heere Heere, dat Ik de zon op den middag zal doen ondergaan, en het land bij lichten dage verduisteren.29 middag zal doen Als zij zullen menen in hun bloei te zijn, zal Ik hen, met den uiterste ellenden overvallen, betekent door de duisternis, enz. Zie Gen. 15:12, en verg. Jes. 59:9,10; Jer. 15:9; Joël 2:2,30,31, met de aantekening.30 ondergaan, Hebr. ingaan; te weten, in hare slaapkamer, dat is, ondergaan. Zie Ps. 19:6.31 lichten dage verduisteren. Hebr. dag des lichts.Vers 10 En Ik zal uw feesten in rouw, en al uw liederen in weeklage veranderen, en op alle lenden een zak, en op alle hoofd kaalheid brengen; en Ik zal het land stellen in rouw, als er is over een enigen zoon, en deszelfs einde als een bitteren dag.32 zak, Zie Gen. 37:34, en verg. Jes. 15:3; Jer. 48:37; Ezech. 7:18, enz.33 kaalheid brengen; Zie Jer. 16:6.34 [land] Dat is, Ik zal maken, dat de inwoners van het land over mijne plagen zo bitterlijk zullen treuren, gelijk ouders over den dood van een lieven enigen zoon plegen te doen. Zie Jer. 6:26; Zach. 12:10.35 deszelfs einde Te weten, van het land, zal Ik stellen, maken, enz. Of aldus: Deszelfs einde [Hebr. achterste, uiterste, laatste. Zie Ps. 37:37], [zal zijn] als een bittere dag.Vers 11 Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere Heere, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des Heeren.36 in het land zal zenden; Of, op de aarde.37 woorden des HEEREN. Om door dezelve enigen troost en verlichting te verkrijgen, en uit den mond van een profeet te vernemen wanneer er eens een einde zal zijn van al deze ellenden. Verg. Ps. 74:9, met de aantekening.Vers 12 En zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten; zij zullen omlopen om het woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden.38 oosten; Hebr. opgang, te weten, der zon; dit is, oosten.Vers 13 Te dien dage zullen de schone jonkvrouwen en de jongelingen van dorst versmachten;39 versmachten; Of, bezwijken, bezwijmen. Verg. Hos. 2:2.Vers 14 Die daar zweren bij de schuld van Samaria, en zeggen: Zo waarachtig als uw God van Dan leeft, en de weg van Ber-seba leeft! en zij zullen vallen, en niet weder opstaan.40 schuld van Samaria, Dat is, bij de afgoden, door welke de Israëlieten zich schuldig maken voor God, te Samaria, Dan, enz., waar deze afgoden waren opgericht. Verg. Deut. 9:21; Jes. 27:9; Hos. 10:8, met de aantekening.41 van Dan leeft, Of, o Dan.42 weg van Ber-seba leeft! Dat is, de god, die te Beër-seba, als god, geëerd en gediend wordt, naar den godsdienst, die aldaar gebruikelijk is; zie Amos 5:5, met de aantekening; weg voor godsdienst, religie, wijze van God te dienen, hier in het kwade, elders in het goede. Zie Jer. 32:29.43 opstaan. Gelijk in Amos 5:2.

Lees heel Amos 8

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.