Het gezicht van het vuur
Vers 4 Wijders deed mij de Heere Heere aldus zien; en ziet, de Heere Heere riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een groten afgrond, ook verteerde het een stuk lands.13 twisten Of, pleiten, rechten; en vervolgens straffen. Zie Hos. 4:1, met de aantekening.14 vuur; Van krijg en oorlog, gelijk in Amos 1:4,7,10. Sommigen verstaan het naar de letter van een hemelsen brand, gelijk Sodom en Gomorra overkwam, of anderen gemenen brand, of grote droogte. Zie Joël 1:19, met de aantekening.15 groten afgrond, Dat is, diepte van wateren; waarvan Syrië verwoest door Tiglath-Pilezer, de Jordaan. Zie 2 Kon. 15:29; 1 Kron. 5:26.Vers 5 Toen zeide ik: Heere Heere! houd toch op; wie zou er van Jakob blijven staan; want hij is klein!Vers 6 Toen berouwde zulks den Heere. Ook dit zal niet geschieden, zeide de Heere Heere.16 geschieden, Dat het ganse land op ditmaal zou verteerd worden door het vuur.