Advertentie

Amos 7:10-17

8 verzen · 23 kanttekeningen · Statenvertaling

Amos en de priester Amázia

Vers 10 Toen zond Amazia, de priester te Beth-el, tot Jerobeam, den koning van Israël, zeggende: Amos heeft een verbintenis tegen u gemaakt, in het midden van het huis Israëls; het land zal al zijn woorden niet kunnen verdragen.28 Toen zond Amazia, Als de profeet deze gezichten het volk had voorgedragen.29 verbintenis tegen u gemaakt, Ennbehoort dienvolgens [wil hij zeggen] als een samenzweerder gestraft te worden; voorts ook als een opreormaker, omdat hij in het openbaar voor al het volk tegen u profeteert.30 verdragen. Het volk [wil hij zeggen] zal tot oproer tegen u door hem verwekt worden. De staat van het land en het gezag des konings vereisen dan dat hierin voorzien worde. Hebr. vatten, houden.Vers 11 Want alzo zegt Amos: Jerobeam zal door het zwaard sterven, en Israël zal voorzeker uit zijn land gevankelijk worden weggevoerd.31 Jerobeam zal door het zwaard sterven, Amos had gesproken van Jerobeams huis, Amos 7:3.32 voorzeker Hebr. gevankelijk weggevoerd wordende, gevankelijk worden weggevoerd.Vers 12 Daarna zeide Amazia tot Amos: Gij ziener! ga weg, vlied in het land van Juda, en eet aldaar brood, en profeteer aldaar.33 ziener! Zie 1 Sam. 9:9.34 vlied Hebr. vlied u, of voor u; het woordje u, of voor u, wordt gehouden als overtollig en dienende tot sieraad der spraak, anderzins moest men het hier nemen, voor u; dat is, tot uw best, om in geen lijden te komen. Verg. Gen. 12:1; Jer. 5:5; Micha 1:11, met de aantekening.35 Juda, Waar Thekoa was gelegen, het vaderland van den profeet, zie Amos 1:1.36 eet aldaar brood, Dat is, geneer, onderhoud u aldaar. Zie Gen. 3:19.Vers 13 Maar te Beth-el zult gij voortaan niet meer profeteren; want dat is des konings heiligdom, en dat is het huis des koninkrijks.37 voortaan Hebr. niets toedoen, of voortvaren meer te profeteren.38 niet meer profeteren; Verg. Amos 2:12.39 heiligdom, Dat is, de plaats, die de koning voor zijn heiligdom houdt, daar hij zijn plechtigen godsdienst bij het gouden kalf verricht, waartegen men hier geen profeteren mag lijden. Sommigen verstaan hierdoor den koning Melech, of Molech, den groten afgod en koning van Israël; zie Amos 5:26.40 huis des koninkrijks. Dit kan men verstaan van een koninklijk hof, dat de koning ongetwijfeld te Bethel mede gehad heeft, als hij daar woonde, om zijn afgoderij te plegen: of van de plaats waar het opperste recht en de koninklijke rijksraad geweest zijn; of men kan het alzo verstaan, dat gans Israël hier in den afgodischen tempel [huis voor tempel] gewoon was te komen, enz.; zulks dat het, naar zijnen zin, voor Amos niet alleen niet veilig, maar ook zulke profetieën aldaar gans onlijdelijk waren.Vers 14 Toen antwoordde Amos, en zeide tot Amazia: Ik was geen profeet, en ik was geen profetenzoon; maar ik was een ossenherder, en las wilde vijgen af.41 ossenherder, Het Hebr. woord komt, naar sommiger gevoelen, van een ander, dat runderen, ossen, of groot vee betekent. Verg. Amos 1:1. Anders: maar ik zocht en las af wilde vijgen; alzo het Hebr. woord eigenlijk zoeken betekent, en in het volgende vers staat dat hij achter het kleinvee of de schapen ging.42 las Het Hebr. woord wordt alleenlijk hier gevonden. Versta, òf voor zichzelven tot spijs, òf voor de beesten tot voedsel.43 wilde vijgen af. Of, vijgmoerbeziën. Zulke bomen waren er bij menigte in Kanaän. Zie 1 Kon. 10:27; Jes. 9: 9.Vers 15 Maar de Heere nam mij van achter de kudde; en de Heere zeide tot mij: Ga henen, profeteer tot Mijn volk Israël.44 kudde; Het Hebr. woord wordt eigenlijk van kleinvee gebruikt, maar is hier breder genomen.45 HEERE Dien ik meer moet gehoorzamen dan mensen. Verg. Hand. 4:19. Hieruit leiden sommigen af dat Amos niet is gevlucht. De Joden menen dat de koning Jerobeam de aanklacht van Amazia niet heeft aangenomen, maar de profeet laten begaan.Vers 16 Nu dan, hoor des Heeren woord: Gij zegt: Gij zult niet profeteren tegen Israël, noch druppen tegen het huis van Izak.46 druppen tegen het huis van Izak. Zie Deut. 32:2; Ezech. 21:2, met de aantekening.Vers 17 Daarom zegt de Heere alzo: Uw vrouw zal in de stad hoereren, en uw zonen en uw dochteren zullen door het zwaard vallen, en uw land zal door het snoer uitgedeeld worden; en gij zult in een onrein land sterven, en Israël zal voorzeker uit zijn land gevankelijk worden weggevoerd.47 hoereren, Dat is, òf zij zal zachtmoedigen tot hoererij begeven, òf als ene hoer van den vijand misbruikt worden.48 snoer uitgedeeld worden; Te weten, voor anderen. Zie Deut. 3:4, en Ps. 16:5.49 onrein land sterven, Het afgodisch Assyrië.50 voorzeker Gelijk in Amos 7:11.

Lees heel Amos 7

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.