Groet en zegenbede
Vers 19 Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.71 Priska en Aquila, Zie van dezen, Hand. 18:2; Rom. 16:3.72 Onesiforus. Zie van dezen, 2 Tim. 1:16.Vers 20 Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.73 Erastus is te Korinthe Zie van hem, Hand. 19:22; Rom. 16:23.74 Trofimus heb ik Zie van hem, Hand. 20:4, en Hand. 21:29.75 te Milete krank gelaten. Zie van deze stad, Hand. 20:15,17.Vers 21 Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.Vers 22 De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.76 met uw geest. Dat is, geve u zijne genade, voornamelijk naar de ziel.77 ulieden. Amen. Dat is, niet alleen met u Timotheüs, maar ook met alle gelovigen te Efeze.