Advertentie

2 Samuël 21:15-22

8 verzen · 22 kanttekeningen · Statenvertaling

Filistijnse reuzen gedood

Vers 15 Voorts hadden de Filistijnen nog een krijg tegen Israël. En David toog af, en zijn knechten met hem, en streden tegen de Filistijnen, dat David moede werd.30 hadden de Filistijnen Anders, hadden gehad; verstaande, dat deze krijgen tegen de Filistijnen hier wel tot een besluit van Davids victoriën worden verhaald, maar al tevoren zouden geschied zijn.Vers 16 En Isbi Benob, die van de kinderen van Rafa was, en het gewicht zijner spies driehonderd gewicht kopers, en hij was aangegord met een nieuw zwaard; deze dacht David te slaan.31 Rafa was, Anders, van den reus, die te Gath woonde, onder 2 Sam. 21:22. Alzo in het volgende.32 spies Of, van het ijzer, scherp, of de spits zijner spies.33 gewicht kopers, Zie 1 Sam. 17:5.34 nieuw zwaard; Of, opnieuw; dat is, gewapend op een nieuwe wijze, tevoren in den krijg niet gebruikelijk.35 dacht David te slaan. Hebreeuws, zeide; te weten, bij zichzelven, dat is, dacht; gelijk elders.Vers 17 Maar Abisai, de zoon van Zeruja, hielp hem, en sloeg den Filistijn, en doodde hem. Toen zwoeren hem de mannen van David, zeggende: Gij zult niet meer met ons uittrekken ten strijde, opdat gij de lamp van Israël niet uitblust.36 mannen van David, De officieren en krijgslieden van David zwoeren David.37 lamp van Israël Of, kaars, lantaarn; dat is, opdat gij, die Israël met raad en daad voorlicht, niet omkomt. Zie wijders van deze schone gelijkenis 1 Kon. 11:36.Vers 18 En het geschiedde daarna, dat er wederom een krijg was te Gob tegen de Filistijnen. Toen sloeg Sibbechai, de Husathiet, Saf, die van de kinderen van Rafa was.38 Gob Gelegen bij Gezer, waar dit geschied is, 1 Kron. 20:4, in Efraïm, bij Benjamins grenzen, naar der Filistijnen land toe.39 Husathiet, Hebreeuws, Chuschatiet.40 Saf, Ook genoemd Sippai, 1 Kron. 20:4.Vers 19 Voorts was er nog een krijg te Gob tegen de Filistijnen; en Elhanan, de zoon van Jaare-oregim, sloeg Beth-halachmi, dewelke was met Goliath, den Gethiet, wiens spiesenhout was als een weversboom.41 Elhanan, Hebreeuws, Elchanan.42 Jaëre Oregim, Jaïr genoemd, 1 Kron. 20:5.43 met Anders, [broeder] van Goliath. Hetwelk sommigen hier invoegen uit 1 Kron. 20:5, waar hij genoemd wordt Lachmi; welke plaats de lezer met deze kan vergelijken.44 Goliath, Dien David verslagen had, 1 Sam. 17.Vers 20 Nog was er ook een krijg te Gath; en er was een zeer lang man, die zes vingeren had aan zijn handen, en zes tenen aan zijn voeten, vier en twintig in getal, en deze was ook aan Rafa geboren.45 Gath; Een vermaarde stad der Filistijnen, gelegen aan de Middellandse zee.46 zeer lang man, Hebreeuws, een man van mate; dat is, bovenmate groot. Vergelijk Num. 13:33.47 die zes vingeren had Hebreeuws, de vingers zijner handen en de vingers zijner voeten [waren] zes en zes, vier en twintig [in] getal.Vers 21 En hij hoonde Israël; maar Jonathan, de zoon van Simea, Davids broeder, sloeg hem. 48 hoonde Israël; Vergelijk 1 Sam. 17:10.49 Simea, Hebreeuws, Schima, ook genoemd Schamma, 1 Sam. 16:9.Vers 22 Deze vier waren aan Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.50 vielen Gelijk Goliath ook tevoren van David was omgebracht, 1 Sam. 17,die hier ook is geweest hun hoofd en voorganger, waarom hem mede toegeschreven wordt hetgeen zijn knechten gedaan hebben. Anders, en; dat is, te weten.51 knechten. Dat is, zijner officieren en helden.

Lees heel 2 Samuël 21

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.