Advertentie

2 Samuël 19:31-40

10 verzen · 17 kanttekeningen · Statenvertaling

Vriendschapsbetuigingen van David aan Barzillai

Vers 31 Barzillai, de Gileadiet, kwam ook af van Rogelim; en hij toog met den koning over de Jordaan, om hem over de Jordaan te geleiden.59 Barzillai, Zie boven, 2 Sam. 17:27, en 1 Kon. 2:7.60 kwam ook af Eer de koning over de Jordaan toog.Vers 32 Barzillai nu was zeer oud, een man van tachtig jaren; en hij had den koning onderhouden, toen hij te Mahanaim zijn verblijf had; want hij was een zeer groot man.61 man van tachtig jaren; Hebreeuws, een zoon.62 groot man. Van vermogen of middelen; gelijk 1 Sam. 25:2.Vers 33 En de koning zeide tot Barzillai: Trekt gij met mij over, en ik zal u bij mij te Jeruzalem onderhouden.Vers 34 Maar Barzillai zeide tot den koning: Hoe veel zullen de dagen der jaren mijns levens zijn, dat ik met den koning zou optrekken naar Jeruzalem?63 Hoe veel Alsof hij zeide: Ik heb toch maar weinig tijds te leven, waartoe dan de moeite?Vers 35 Ik ben heden tachtig jaren oud; zou ik kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad? Zou uw knecht kunnen smaken, wat ik eet en wat ik drink? Zoude ik meer kunnen horen naar de stem der zangers en zangeressen? En waarom zou uw knecht mijn heer den koning verder tot een last zijn?64 tachtig jaren oud; Hebreeuws, een zoon van tachtig jaar.65 zou ik kunnen onderscheiden Hij wil zeggen dat hij te oud is om in zulks alles vermaak te nemen, dat het hem beter paste bij zijn graf te zijn en tot zijn sterfdag zich te bereiden.Vers 36 Uw knecht zal maar een weinig met den koning over de Jordaan gaan; waarom toch zou mij de koning zulk een vergelding doen?66 zulk een vergelding doen? Voor een kleine weldaad zo grote vergelding.Vers 37 Laat toch uw knecht wederkeren, dat ik sterve in mijn stad, bij het graf mijns vaders en mijner moeder; maar zie, daar is uw knecht Chimham, laat dien met mijn heer den koning overtrekken, en doe hem, wat goed is in uw ogen.67 Chimham, Onder, 2 Sam. 19:40, genoemd Chimham, een van Barzillai's zonen, gelijk afgenomen wordt uit 1 Kon. 2:7.Vers 38 Toen zeide de koning: Chimham zal met mij overtrekken, en ik zal hem doen, wat goed is in uw ogen; ja, alles, wat gij op mij begeren zult, zal ik u doen.68 uw ogen; Dat u aangenaam en welgevallig zal mogen zijn.69 begeren zult, Hebreeuws, verkiezen zult; te weten, om van mij te begeren, of wat u believen, behagen zal, wat u lief en aangenaam zal zijn. Zie boven, 2 Sam. 15:15.Vers 39 Toen nu al het volk over de Jordaan gegaan was, en de koning ook was overgegaan, kuste de koning Barzillai, en zegende hem; alzo keerde hij weder naar zijn plaats.70 overgegaan, Met de schouw; gelijk 2 Sam. 19:18.71 kuste de koning Barzillai, Nemende van hem afscheid, met dankzegging en wensing alles goeds. Zie Gen. 29:11.72 hij weder naar zijn plaats. Barzillai keerde weder naar Rogelim.Vers 40 En de koning toog voort naar Gilgal, en Chimham toog met hem voort; en al het volk van Juda had den koning overgevoerd, als ook een gedeelte van het volk Israëls.73 had den koning overgevoerd, Of, geleidde den koning; en alzo in 2 Sam. 19:41.74 een gedeelte Hebreeuws, de helft; hetwelk altemet voor een gedeelte genomen wordt.75 Israëls. Dat is, der andere stammen.

Lees heel 2 Samuël 19

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.