Advertentie

2 Samuël 19:1-15

15 verzen · 26 kanttekeningen · Statenvertaling

Terugkeer van David naar Jeruzalem

Vers 1 En Joab werd aangezegd: Zie, de koning weent, en bedrijft rouw over Absalom.Vers 2 Toen werd de verlossing te dienzelven dage het ganse volk tot rouw; want het volk had te dienzelven dage horen zeggen: Het smart den koning over zijn zoon.1 verlossing Of, heil, overwinning, victorie; dat is, de vreugde, die het volk zou getoond hebben over de victorie, werd veranderd in rouw.2 Het smart den koning Of, de koning is zeer bedroefd.Vers 3 En het volk kwam te dienzelven dage steelsgewijze in de stad, gelijk als het volk zich wegsteelt, dat beschaamd is, wanneer zij in den strijd gevloden zijn.3 steelsgewijze Hebreeuws, het volk stal zich om te komen, of, komende.4 stad, Mahanaïm.Vers 4 De koning nu had zijn aangezicht toegewonden, en de koning riep met luider stem: Mijn zoon Absalom, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!5 toegewonden, Of, bedekt. Tot een teken van groten rouw. Zie boven, 2 Sam. 15:30.6 Mijn zoon Absalom, Zie boven, 2 Sam. 18:33.Vers 5 Toen kwam Joab tot den koning in het huis, en zeide: Gij hebt heden beschaamd het aangezicht van al uw knechten, die uw ziel, en de ziel uwer zonen en uwer dochteren, en de ziel uwer vrouwen, en de ziel uwer bijwijven heden hebben bevrijd;7 ziel, en de ziel uwer zonen Dat is hier, uw leven of persoon, gelijk elders dikwijls.Vers 6 Liefhebbende die u haten, en hatende die u liefhebben; want gij geeft heden te kennen, dat oversten en knechten bij u niets zijn; want ik merk heden, dat zo Absalom leefde, en wij heden allen dood waren, dat het alsdan recht zou zijn in uw ogen.Vers 7 Zo sta nu op, ga uit, en spreek naar het hart uwer knechten; want ik zweer bij den Heere, als gij niet uitgaat, zo er een man dezen nacht bij u zal vernachten! En dit zal u kwader zijn, dan al het kwaad, dat over u gekomen is van uw jeugd af tot nu toe.8 naar het hart Zie Gen. 34:3.9 zo er een man dezen nacht bij u zal vernachten! Versta daarop, zo doe mij God dit en dat. Een manier van eedzweren, gelijk dikwijls.Vers 8 Toen stond de koning op, en zette zich in de poort. En zij lieten al het volk weten, zeggende: Ziet, de koning zit in de poort. Toen kwam al het volk voor des konings aangezicht, maar Israël was gevloden, een iegelijk naar zijn tenten.10 Israël was gevloden, Die Absalom gevolgd hadden.11 tenten. Dat is, woonplaatsen.Vers 9 En al het volk, in alle stammen van Israël, was onder zich twistende, zeggende: De koning heeft ons gered van de hand onzer vijanden en hij heeft ons bevrijd van de hand der Filistijnen, en nu is hij uit het land gevlucht voor Absalom;12 twistende, Met berouw en schaamte zichzelven veroordelende.Vers 10 En Absalom, die wij over ons gezalfd hadden, is in den strijd gestorven; nu dan, waarom zwijgt gijlieden van den koning weder te halen?13 gezalfd hadden, Dat is, dien wij tot koning hadden verkozen en meenden te doen zalven.14 zwijgt gijlieden Of, zijt stil. Zie Richt. 18:9.15 koning weder te halen? David, onzen wettelijken en weldadigen koning.Vers 11 Toen zond de koning David tot Zadok en tot Abjathar, de priesteren, zeggende: Spreekt tot de oudsten van Juda, zeggende: Waarom zoudt gijlieden de laatsten zijn, om den koning weder te halen in zijn huis? (Want de rede van het ganse Israël was tot den koning gekomen in zijn huis.)16 zeggende: Spreekt tot de oudsten van Juda, Dat is, hij zond heen en liet hun zeggen.17 huis? In het koninklijke hof te Jeruzalem.18 rede In de voorgaande verzen verhaald.19 huis. Te Mahanaïm.Vers 12 Gij zijt mijn broederen; mijn been en mijn vlees zijt gij; waarom zoudt gij dan de laatsten zijn, om den koning weder te halen?20 mijn been en mijn vlees zijt gij; Zie boven, 2 Sam. 5:1. Alzo in 2 Sam. 19:13.Vers 13 En tot Amasa zult gijlieden zeggen: Zijt gij niet mijn been en mijn vlees? God doe mij zo, en doe er zo toe, zo gij niet krijgsoverste zult zijn voor mijn aangezicht, te allen dage, in Joabs plaats.21 gijlieden zeggen: Priesters, Zadok en Abjathar.22 been en mijn vlees? Want hij was Davids zusters zoon. Zie boven, 2 Sam. 17:25.23 doe mij zo, Van zulk zweren, zie Ruth 1:17, en 1 Kon. 19:2.24 Joabs plaats. Zie boven, 2 Sam. 3:39.Vers 14 Alzo neigde hij het hart aller mannen van Juda, als van een enigen man; en zij zonden henen tot den koning, zeggende: Keer weder, gij en al uw knechten.25 hij het hart Te weten, David. Sommigen duiden het op Amasa.26 als van een enigen man; Dat zij zo eendrachtig waren als een enig man. Zie Richt. 20:1.Vers 15 Toen keerde de koning weder, en kwam tot aan de Jordaan; en Juda kwam te Gilgal, om den koning tegemoet te gaan, dat zij den koning over de Jordaan voerden.

Lees heel 2 Samuël 19

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.