Advertentie

2 Samuël 17:15-22

8 verzen · 13 kanttekeningen · Statenvertaling

David door Husai gewaarschuwd

Vers 15 En Husai zeide tot Zadok en tot Abjathar, de priesters: Alzo en alzo heeft Achitofel Absalom en den oudsten van Israël geraden, maar alzo en alzo heb ik geraden.Vers 16 Nu dan, zendt haastelijk henen, en boodschapt David, zeggende: Vernacht dezen nacht niet in de vlakke velden der woestijn, en ook ga spoedig over; opdat de koning niet verslonden worde, en al het volk, dat met hem is.27 spoedig Hebreeuws, overgaande gaat over.28 over; Over de Jordaan, gelijk in het volgende verklaard wordt.Vers 17 Jonathan nu en Ahimaäz stonden bij de fontein Rogel; en een dienstmaagd ging henen en zeide het hun aan; en zij gingen henen en zeiden het den koning David aan; want zij mochten zich niet zien laten, dat zij in de stad kwamen.29 Jonathan Zie boven, 2 Sam. 15:27,28.30 stonden bij de fontein Rogel; Dat is, zij verhielden zich daar, en verwachtten tijding, die zij David mochten overbrengen. Van de plaats, zie Joz. 15:7, en Joz. 18:16.31 dienstmaagd ging henen Die men zonder nadenken tot een fontein kon zenden, om iets te wassen of om water te halen.32 mochten zich niet zien laten, Dat is, zij durfden in de stad niet komen, en alsdan weder uitgaan naar David, om geen achterdenken te geven.Vers 18 Een jongen dan nog zag hen, en zeide het Absalom aan; doch die beiden gingen haastelijk, en kwamen in eens mans huis te Bahurim, dewelke een put had in zijn voorhof, en zij daalden daarin.33 voorhof, Versta, een open plaats aan zijn huis.Vers 19 En de vrouw nam en spreidde een deksel over het opene van den put, en strooide gort daarop. Alzo werd de zaak niet bekend.34 het opene van den put, Hebreeuws, het aangezicht.Vers 20 Toen nu Absaloms knechten tot de vrouw in het huis kwamen, zeiden zij: Waar zijn Ahimaäz en Jonathan? En de vrouw zeide tot hen: Zij zijn over dat waterriviertje gegaan. En toen zij hen gezocht en niet gevonden hadden, keerden zij weder naar Jeruzalem.35 waterriviertje gegaan. Of, waterveer.Vers 21 En het geschiedde, nadat zij weggegaan waren, zo klommen zij uit den put, en gingen henen en boodschapten het den koning David; en zij zeiden tot David: Maakt ulieden op, en gaat haastelijk over het water, want alzo heeft Achitofel tegen ulieden geraden.36 zij weggegaan waren, Absaloms knechten.37 water, De Jordaan, gelijk volgt.38 alzo Gelijk boven verhaald is.Vers 22 Toen maakte zich David op, en al het volk, dat met hem was; en zij gingen over de Jordaan. Aan het morgenlicht ontbrak er niet tot een toe, die niet over de Jordaan gegaan was.39 ontbrak er niet tot een toe, Bij nacht gingen zij allen over, zodat er in den morgen niet een aan de andere zijde gebleven was.

Lees heel 2 Samuël 17

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.