Advertentie

2 Samuël 13:1-22

22 verzen · 33 kanttekeningen · Statenvertaling

Bloedschande van Amnon

Vers 1 En het geschiedde daarna, alzo Absalom, Davids zoon, een schone zuster had, welker naam was Thamar, dat Amnon, Davids zoon, haar lief kreeg.1 zoon, een schone zuster had, Uit Maächa, dochter van Thalmai, koning van Gesur, boven 2 Sam. 3:3; uit deze had David ook Thamar; zijnde alzo Absalom en Thamar van één vader en ééne moeder geboren.2 zoon, haar lief kreeg. Uit Ahinoam, boven 2 Sam. 3:3.Vers 2 En Amnon was benauwd tot krank wordens toe, om zijner zuster Thamars wil; want zij was een maagd, zodat het in Amnons ogen zwaar was, haar iets te doen.3 maagd, En dienvolgens zo nauw bewaard, dat het Amnon niet wel mogelijk scheen in het heimelijke met haar te spreken en haar machtig te worden. Vergelijk Spreuk. 30:19.4 zwaar was, Of, onmogelijk. Hebreeuws eigenlijk, wonderlijk, verborgen. Vergelijk Gen. 18:14.Vers 3 Doch Amnon had een vriend, wiens naam was Jonadab, een zoon van Simea, Davids broeder; en Jonadab was een zeer wijs man.5 Simea, Zie 1 Sam. 16:9, en onder 2 Sam. 21:21.6 wijs man. Dat is hier, zeer listig en kloek om een kwaden raad te vinden, gelijk hij hier gedaan heeft, inplaats dat hij Amnon behoorde bestraft en dit feit afgeraden te hebben, ja zelfs den koning, desnoods daarvan gewaarschuwd. Vergelijk onder 2 Sam. 14:2; Ps. 58:6.Vers 4 Die zeide tot hem: Waarom zijt gij van morgen tot morgen zo mager, gij koningszoon, zult gij het mij niet te kennen geven? Toen zeide Amnon tot hem: Ik heb Thamar, de zuster van mijn broeder Absalom, lief.7 van morgen tot morgen Hebreeuws, in den morgen, in den morgen, of des morgens, des morgens; dat is, alle morgen, alle dagen, van dag tot dag. Hij wil zeggen: Wat schort u dat gij er dagelijks zo mager uitziet?8 mager, Hebreeuws, zo dun, uitgeteerd.Vers 5 En Jonadab zeide tot hem: Leg u op uw leger, en maak u krank; als dan uw vader zal komen om u te zien, zo zult gij tot hem zeggen: Dat toch mijn zuster Thamar kome, dat zij mij met brood spijzige, en de spijze voor mijn ogen toemake, opdat ik het aanzie, en van haar hand ete.9 Jonadab zeide Hebreeuws, Jehonadab.10 maak u krank; Of, stel u krank; dat is, houd u alsof gij krank waart.11 brood spijzige, Dat is, gelijk volgt, wat spijs of enig eten bereide.Vers 6 Amnon dan leide zich, en maakte zich krank. Toen nu de koning kwam om hem te zien, zeide Amnon tot den koning: Dat toch mijn zuster Thamar kome, dat zij twee koekjes voor mijn ogen toemake, en ik van haar hand ete.12 koekjes voor mijn ogen toemake, Of, stuifkens besla. In het Hebreeuws zijn twee woorden, die beide komen van een woord, dat het hart betekent; alsof men zeide: Hartelijke [koekjes] hartelijk make, of bereide; dat is, enige koekjes [waarvoor het Hebreeuwse woord genomen wordt] alzo bakke, dat mij het toebereiden en bakken zowel als de spijs, mijn hart verkwikke en aangenaam zij.Vers 7 Toen zond David heen tot Thamar in het huis, zeggende: Ga toch heen in het huis van uw broeder Amnon, en maak hem een spijze.13 zeggende: Dat is, hij liet haar zeggen.Vers 8 En Thamar ging heen in het huis van haar broeder Amnon, (hij nu was nederliggende), en zij nam deeg, en kneedde het, en maakte koekjes toe voor zijn ogen, en bakte de koekjes.14 nederliggende, Op zijn leger, of bed, gelijk boven 2 Sam. 13:5.Vers 9 En zij nam een pan, en goot ze uit voor zijn aangezicht; maar hij weigerde te eten. En Amnon zeide: Doet alle man van mij uitgaan. En alle man ging van hem uit.15 goot ze uit Of, schudde ze.Vers 10 Toen zeide Amnon tot Thamar: Breng de spijze in de kamer, dat ik van uw hand ete; zo nam Thamar de koekjes, die zij gemaakt had, en bracht ze haar broeder Amnon in de kamer.Vers 11 Als zij ze nu tot hem nabij bracht, dat hij ate, zo greep hij haar, en zeide tot haar: Kom, lig bij mij, mijn zuster!Vers 12 Maar zij zeide tot hem: Niet, mijn broeder, verkracht mij niet, want alzo doet men niet in Israël; doe deze dwaasheid niet.16 verkracht mij niet, Zie Gen. 34:2.17 Israël; Zijnde een heilig volk Gods, en belijdenis doende van godvruchtigheid.Vers 13 Want ik, waarhenen zou ik mijn schande brengen? En gij, gij zoudt zijn als een der dwazen in Israël; zo spreek toch nu tot den koning, want hij zal mij van u niet onthouden.18 niet onthouden. Het is te vermoeden dat zij dit gesproken heeft, om Amnons hand op ditmaal te ontgaan, niet twijfelende of de koning zou daarna middel vinden om zulk een huwelijk te beletten, dat in Gods wet verboden was, Lev. 18:9,11.Vers 14 Doch hij wilde naar haar stem niet horen; maar sterker zijnde dan zij, zo verkrachtte hij haar, en lag bij haar.Vers 15 Daarna haatte haar Amnon met een zeer groten haat; want de haat, waarmede hij haar haatte, was groter dan de liefde, waarmede hij haar had liefgehad; en Amnon zeide tot haar: Maak u op, ga weg.Vers 16 Toen zeide zij tot hem: Er zijn geen oorzaken om mij uit te drijven; dit kwaad zou groter zijn dan het andere, dat gij bij mij gedaan hebt; maar hij wilde naar haar niet horen.19 Er zijn geen oorzaken Anders, laat er geen oorzaak zijn; dat is, geef toch geen oorzaak tot een nieuw kwaad, waaruit meer kwaad zou volgen dat uit het voorgaande; gemerkt de zaak nu nog zou kunnen verborgen blijven, maar zo gij mij met schande openlijk van u verstoot, zal Gods naam bij de vijanden gelasterd, zijn volk geërgerd, gij en ik openlijk onteerd, de koning verstoord, en mijn broeder Absalom op u verbitterd worden en zich willen wreken. Op dit bidden van Thamar past het volgende bekwamelijk, waar Amnon haar bede afslaat.Vers 17 En hij riep zijn jongen, die hem diende, en zeide: Drijf nu deze van mij uit naar buiten, en grendel de deur achter haar toe.20 deze van mij uit naar buiten, Hatelijk en verachtelijk gesproken.Vers 18 Zij nu had een veelvervigen rok aan; want alzo werden des konings dochteren, die maagden waren, met mantels gekleed; en zijn dienaar bracht haar uit tot buiten, en grendelde de deur achter haar toe.21 veelvervigen rok aan; Zie Gen. 37:3.Vers 19 Toen nam Thamar as op haar hoofd, en scheurde den veelvervigen rok, dien zij aanhad; en zij leide haar hand op haar hoofd, en ging vast henen en kreet.22 nam Thamar Dat is, zij nam en wierp, of strooide.23 as op haar hoofd, Vergelijk boven, 2 Sam. 1:3.24 scheurde den veelvervigen rok, Zie Gen. 37:29.25 hand op haar hoofd, Naar de wijze der rouwdragende vrouwen. Zie Jer. 2:37.26 vast henen en kreet. Hebreeuws, ging gaande [te weten, naar haar broeder Absalom, gelijk volgt] en kreet; dat is, al gaande en krijtende. Vergelijk onder, 2 Sam. 16:5.Vers 20 En haar broeder Absalom zeide tot haar: Is uw broeder Amnon bij u geweest? Nu dan, mijn zuster, zwijg stil, hij is uw broeder; zet uw hart niet op deze zaak. Alzo bleef Thamar en was eenzaam in het huis van haar broeder Absalom.27 broeder Dat is, halfbroeder. Zie boven, 2 Sam. 13:1.28 Amnon bij u geweest? Sommigen menen dat Absalom zijns broeders naam hier alzo verandert uit verachting; want zijn naam was Amnon.29 zwijg stil, Om de eer onzes huizes.30 zet uw hart niet op deze zaak. Dat is, neem het niet al te zeer ter harte, kwel u daar niet over.31 eenzaam in het huis van haar broeder Absalom. Als beschaamd zijnde, het gezelschap der mensen mijdende en van niemand bezocht zijnde; of, verbaasd.Vers 21 Als de koning David al deze dingen hoorde, zo ontstak hij zeer.32 ontstak hij zeer. Hebreeuws, hem ontstak zeer; te weten, de toorn. Zie Gen. 4:5.Vers 22 Doch Absalom sprak niet met Amnon, noch kwaad noch goed; maar Absalom haatte Amnon, ter oorzake dat hij zijn zuster Thamar verkracht had.33 noch kwaad noch goed; Hebreeuws, van het kwade af tot het goede toe. Vergelijk Gen. 24:50, en Gen. 31:24. De zin is dat Absalom, hoewel verbitterd zijnde, nochtans dit tegen Amnon gans niet liet blijken, maar wachtte op gelegenheid van wraak.

Lees heel 2 Samuël 13

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.