Advertentie

2 Samuël 1:17-27

11 verzen · 25 kanttekeningen · Statenvertaling

Klaaglied van David over Saul en Jónathan

Vers 17 David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;23 deze klage Die in 2 Sam. 19:begint.Vers 18 Als hij gezegd had, dat men den kinderen van Juda den boog zou leren; ziet, het is geschreven in het boek des Oprechten.24 gezegd had, Dat is, bevolen, orde gesteld, om het volk Gods na huns konings dood vooreerst op te richten en tot kloekmoedigheid te vermanen, opdat zij door zijn volgend klaaglied niet versaagd mochten worden.25 van Juda Uit welken stam David zelf gesproten was, en die de belofte Gods had van het koninkrijk en dapperheid in den oorlog; Gen. 49:8,9,10.26 zou leren; Versta het hanteren van den boog, om geoefende schutters en krijgslieden te worden, naar Sauls en Jonathans exempel, 2 Sam. 1:22.27 het is geschreven in het boek Dit kan men alzo verstaan, dat in dit boek geschreven is geweest, wat David diepaangaande voor orde gesteld heeft, om de oefening der krijgswapenen bij zijn stam gemeen te maken.28 des Oprechten. Van dit boek, zie Joz. 10:13.Vers 19 O Sieraad van Israël, op uw hoogten is hij verslagen; hoe zijn de helden gevallen!29 Sieraad van Israël, Alzo noemt hij God, van welken al Israëls heerlijkheid en sieraad afkwam. Vergelijk Deut. 4:7,8, en Deut. 33:29. Anderen duiden het op Saul, of het beloofde land.30 hoogten Te weten, op de bergen van Gilboa [2 Sam. 1:21, en 1 Sam. 31:8], die hij Gods hoogten noemt, omdat ze God bijzonderlijk [als in Israël gelegen] toebehoorden.Vers 20 Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.31 Gath, Gath en Askelon waren beide bewoond van de Filistijnen, liggende in het zuidwesten van de bergen Gilboa aan de zee; Gath in Dan, en Askelon in Simeon. Zie Richt. 14:19, en onder, 2 Sam. 21:20,22.32 verblijden, God en zijn volk lasterende en beschimpende; gelijk Richt. 16:23, enz.33 onbesnedenen Zie Richt. 15:18.34 opspringen van vreugde. Met uiterlijke gebaren en tekenen van vreugde hun goden den lof dezer victorie toeschrijvende.Vers 21 Gij, bergen van Gilboa, noch dauw noch regen moet zijn op u, noch velden der hefofferen; want aldaar is der helden schild smadelijk weggeworpen, het schild van Saul, alsof hij niet gezalfd ware geweest met olie.35 Gij, bergen van Gilboa, Dit dient tot beweging en schrik der Israëlieten over de zaken, die aldaar gebeurd waren. Vergelijk Richt. 5:23; Job 3,en elders.36 noch velden der hefofferen; Dat is, er moeten op deze bergen geen vruchtbare velden zijn, waarvan men hefoffers zou kunnen doen. Of, op de verheven velden, hoge velden. Hebreeuws, velden der verheffingen.37 smadelijk weggeworpen, Of, verfoeilijk, verachtelijk.38 hij niet gezalfd ware geweest met olie. Namelijk, Saul, die zo smadelijk en verachtelijk gevallen was, dat het zeer deerlijk was voor een gezalfde des Heeren. Anderen duiden het op Sauls schild; gelijk men in dien tijd de schilden [als met leder overtrokken] met olie placht te zalven; zie Jes. 21:5. Anders, zonder den gezalfde met olie; dat is, afgezonderd van den gezalfde enz.; namelijk van Saul.Vers 22 Van het bloed der verslagenen, van het vette der helden, werd Jonathans boog niet achterwaarts gedreven; en Sauls zwaard keerde niet ledig weder.39 Van het bloed der verslagenen De zin is: Jonathans boog en Sauls zwaard plachten altijd zekerlijk te treffen, zodat zij niet wederkeerden zonder de dapperste krijgslieden des vijands nedergeveld te hebben; hoewel het nu, helaas, gans anders gevallen is.Vers 23 Saul en Jonathan, die beminden, en die liefelijken in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden; zij waren lichter dan arenden, zij waren sterker dan leeuwen.40 lichter dan arenden, Dat is, sneller.Vers 24 Gij, dochteren Israëls, weent over Saul; die u kleedde met scharlaken, met weelde; die u sieraad van goud deed dragen over uw kleding.41 kleedde met scharlaken, Het land tegen de vijanden beschermende, dat het in vrede en overvloed van allen rijkdom bloeide, waarvan dit een teken was.42 met weelde; Dat is, lustiglijk, lieflijk, tederlijk, dat het lieflijk was om te zien. Anders, met [allerlei, of met andere] wellustigheden.43 die u sieraad van goud Hebreeuws, die sieraad van goud deed opkomen op uw kleding, door de oorzaak in de voorgaande aantekening vermeld, alsmede door den roof, dien hij bekwam van de vijanden.Vers 25 Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten!44 uw hoogten! Zie 2 Sam. 1:19.Vers 26 Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.45 uw liefde Die gij mij toedroegt.46 vrouwen. Met welke men de vrouwen liefheeft; dat is, zij overtrof de allernauwste vriendschap, die tussen mensen kan wezen, zijnde tot Davids troost in Jonathans hart ontstoken en onderhouden door den Heiligen Geest.Vers 27 Hoe zijn de helden gevallen, en de krijgswapenen verloren!47 krijgswapenen verloren! Of, instrumenten van oorlog; te weten, Saul en Jonathan, die als wapenen Israëls waren, en middelen, waardoor Israël beschermd werd. Men kan het ook eigenlijk verstaan van de krijgswapenen, die de Filistijnen ten buit hebben gekregen.

Lees heel 2 Samuël 1

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.