2 Samuël 1:17-27
Klaaglied van David over Saul en Jónathan
Vers 17 David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;Vers 18 Als hij gezegd had, dat men den kinderen van Juda den boog zou leren; ziet, het is geschreven in het boek des Oprechten.Vers 19 O Sieraad van Israel, op uw hoogten is hij verslagen; hoe zijn de helden gevallen!Vers 20 Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.Vers 21 Gij, bergen van Gilboa, noch dauw noch regen moet zijn op u, noch velden der hefofferen; want aldaar is der helden schild smadelijk weggeworpen, het schild van Saul, alsof hij niet gezalfd ware geweest met olie.Vers 22 Van het bloed der verslagenen, van het vette der helden, werd Jonathans boog niet achterwaarts gedreven; en Sauls zwaard keerde niet ledig weder.Vers 23 Saul en Jonathan, die beminden, en die liefelijken in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden; zij waren lichter dan arenden, zij waren sterker dan leeuwen.Vers 24 Gij, dochteren Israels, weent over Saul; die u kleedde met scharlaken, met weelde; die u sieraad van goud deed dragen over uw kleding.Vers 25 Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten!Vers 26 Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.Vers 27 Hoe zijn de helden gevallen, en de krijgswapenen verloren!