2 Korintiërs 6:11-18
Geen gemeenschap met de heidenen
Vers 11 Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiers, ons hart is uitgebreid.Vers 12 Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.Vers 13 Nu, om dezelfde vergelding te doen, (ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.Vers 14 Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?Vers 15 En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige?Vers 16 Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn.Vers 17 Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.Vers 18 En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.