De verzoening door Christus
Vers 11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.24 den schrik des Heeren, Dat is, dit schrikkelijk en vreeslijk oordeel des Heeren, waardoor wij zorgvuldig moeten zijn, om voor Hem altijd oprecht te wandelen.Vers 12 Want wij prijzen onszelven u niet wederom aan, maar wij geven u oorzaak van roem over ons, opdat gij stof zoudt hebben tegen degenen, die in het aangezicht roemen en niet in het hart.25 prijzen onszelven Dat is, aanbevelen.26 van roem over ons, Namelijk dat wij trouwe apostelen van Christus zijn, en dat onze leer ene leer is, die de harten bekeert.27 die in het aangezicht Dat is, alleen in gemaakte en opgepronkte wijze van spreken en dergelijke, die wel een uitwendigen schijn hebben voor de mensen, maar het hart niet raken.Vers 13 Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd van zinnen zijn, wij zijn het ulieden.28 uitzinnig zijn, Zo spreekt de apostel, als hij zichzelven en zijn dienst moet prijzen, omdat het werk van uitzinnige en dwaze lieden schijnt te zijn van zichzelven te roemen, en verklaart dat hij dit doet, niet om zichzelven deze eer te geven, maar om Gode zijne eer te bewaren.29 gematigd van zinnen Zo spreekt de apostel, wanneer hij, zonder van zichzelven te moeten spreken, zijn dienst van hen eenvoudig uitvoert, hetwelk hij verklaart ook tot hun best te strekken. Zie 2 Cor. 11:1,16,17, enz., gelijk ook doorgaans in het 2 Cor. 12.Vers 14 Want de liefde van Christus dringt ons;30 de liefde van Christus Dit kan verstaan worden, òf van de liefde, waarmede Christus ons liefheeft, òf van de liefde, waarmede wij Hem liefhebben, omdat Hij Zichzelven voor ons gegeven heeft, hetwelk het navolgende vers schijnt mede te brengen, hoewel ook deze onze liefde uit Zijne liefde jegens ons vloeit.31 dringt ons. Dat is, bezit ons geheel en beweegt ons om hetzelfde te doen. Zie ook Hand. 18:5.Vers 15 Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.32 Als die dit oordelen, Dat is, voor vast houden.33 één Namelijk Christus.34 voor allen Namelijk die in Hem geloven; Joh. 3:16; Hand. 10:43; Rom. 3:22, en Rom. 10:4; Hebr. 5:9, en Hebr. 10:14.35 gestorven is, Namelijk om hunne zonden te vernietigen.36 zij dan allen gestorven zijn. Namelijk met Hem, om door Zijnen dood niet alleen vergeving der zonden en verzoening met God te verkrijgen, maar ook om de zonde af te sterven, gelijk Rom. 6:6; Hebr. 9:26,27,28.37 zichzelven zouden Dat is, tot hun zelfs gemak, nut en eer.38 dien, die voor hen Dat is, tot dienst en eer van dien.Vers 16 Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.39 naar het vlees; Dat is, naar uiterlijk aanzien, maagschap, gestalte, eer, wijsheid, of welsprekendheid; maar, [wil hij zeggen] alleen naar den Geest, dat is, naar de geestelijke kracht die in hem is en door hem gewrocht wordt.40 indien wij ook Gelijk Paulus getuigt dat hij ook Christus gezien heeft; 1 Cor. 9:1.41 nu niet meer Namelijk om daarover te roemen, of onze achting daardoor te zoeken, gelijk sommiger doen.Vers 17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.42 in Christus, Dat is, waarlijk Christus kent, en met Hem verenigd is.43 een nieuw schepsel; Dat is, door de kracht en den Geest van Christus wedergeboren, zonder op die vleselijke dingen meer te achten, of zijn geluk daarin te zoeken; Gal. 6:15.44 het is al nieuw Namelijk in het rijk van Christus, en hier ziet de apostel op de beloften Gods, Jes. 65:17, en Jes. 66:22, daar deze vernieuwing van alle dingen, die alleen voor God geldt, onder het rijk van Christus beloofd wordt; waarvan een deel nu vervuld is in de ware gelovigen, die door Gods Geest vernieuwd zijn, en het overige vervuld zal worden in het toekomende leven, na de opstanding. Zie 2 Petr. 3:13; Openb. 21:5.Vers 18 En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.45 al deze dingen zijn Namelijk die deze nieuwe schepping aangaan.46 ons met zichzelven Namelijk die in Christus geloven.47 verzoend heeft door Namelijk toen wij nog Zijne vijanden waren; gelijk Paulus spreekt Rom. 5:8, enz.Vers 19 Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.48 Want God Of, hoe dat God, enz.49 de wereld met Dat is, de uitverkorenen en gelovigen door de gehele wereld, gelijk Joh. 6:33,51.50 in ons gelegd. Dat is, ons toebetrouwd, om het in Zijnen naam te verkondigen.Vers 20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.51 laat u met God verzoenen. Namelijk door het geloof in Christus en Zijn bloed; Rom. 3:25.Vers 21 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.52 gekend heeft, heeft Hij Dat is, die van alle zonde vrij is geweest; 1 Petr. 2:22.53 zonde voor ons gemaakt, Dat is, ene offerande voor de zonde, gelijk Lev. 7:2. Of, zonde, door toerekening van onze zonden, gelijk Hij ook gezegd wordt een vloek geworden te zijn; Gal. 3:13.54 rechtvaardigheid Gods Dat is, gerechtvaardigd voor God. Of, dat de rechtvaardigheid Gods ons zou toegerekend worden; Rom. 4:4,5, enz.55 in Hem. Namelijk Christus, ten aanzien dat wij in Hem zijn, en Zijn gerechtigheid ons wordt toegerekend; Rom. 8:1, enz.