Advertentie

2 Korintiërs 12:11-21

11 verzen · 24 kanttekeningen · Statenvertaling

Paulus verdedigt zich tegen verdenking

Vers 11 Ik ben roemende onwijs geworden; gij hebt mij genoodzaakt, want ik behoorde van u geprezen te zijn; want ik ben in geen ding minder geweest dan de uitnemendste apostelen, hoewel ik niets ben.18 minder geweest, Namelijk door de genade Gods, die mij geleid en bijgestaan heeft; 1 Cor. 15:10.19 niets ben. Namelijk van mijzelven; 1 Cor. 3:7.Vers 12 De merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten.20 merktekenen van ene Namelijk waaraan een recht apostel van Christus wordt gekend.21 betoond in alle Gr. uitgewrocht.22 met tekenen, en Gr. in.Vers 13 Want wat is er, waarin gij minder geweest zijt dan de andere Gemeenten, anders, dan dat ik zelf u niet lastig ben geweest? Vergeeft mij dit ongelijk.23 de andere gemeenten, Namelijk die van andere apostelen zijn geplant en gesticht, met welken hij zichzelven hier vergelijkt.24 niet lastig ben Namelijk van onderhoud van u te nemen voor mij en degenen, die met mij waren.25 Vergeeft mij dit ongelijk. Een scherpe berisping door een wijze van spreken, waarvan zie 2 Cor. 11:19. Of, deze ongerechtigheid.Vers 14 Ziet, ik ben ten derden male gereed, om tot u te komen, en zal u niet lastig zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u; want de kinderen moeten niet schatten vergaderen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.26 ten derden male Zie hiervan 2 Cor. 13:1.27 niet het uwe, maar Dat is, niet uwe goederen, maar uwe zaligheid.Vers 15 En ik zal zeer gaarne de kosten doen, en voor uw zielen ten koste gegeven worden; hoewel ik, u overvloediger beminnende, weiniger bemind worde.28 de kosten doen, en Namelijk om mij en de mijnen onder u te onderhouden.29 voor uwe zielen te Dat is, voor de zaligheid uwer zielen ook mijn leven in gevaar geven.Vers 16 Doch het zij zo, ik heb u niet bezwaard; maar alzo ik listig was, heb ik u met bedrog gevangen.30 alzo ik listig was, Dit is een lastering der valse apostelen, wier woorden hij verhaalt en daarna wederlegt.31 gevangen. Of, ingenomen; dat is, alzo met een zoeten toon tot mij gebracht, om daarna mijn voordeel met u te doen.Vers 17 Heb ik door iemand dergenen, die ik tot u gezonden heb, van u mijn voordeel gezocht?32 van u mijn voordeel Of, u iets afgedrongen, door gierigheid iets afgeperst, gelijk het Griekse woord medebrengt, alzo ook in 2 Cor. 12:18.Vers 18 Ik heb Titus gebeden, en den broeder medegezonden; heeft ook Titus van u zijn voordeel gezocht? Hebben wij niet in denzelfden geest gewandeld? Hebben wij niet gewandeld in dezelfde voetstappen?33 in denzelfden Geest Dat is, zijn wij niet door denzelfden Geest Gods in onzen handel en wandel onder u geleid geweest?Vers 19 Meent gij wederom, dat wij ons bij u verontschuldigen? Wij spreken in de tegenwoordigheid van God in Christus; en dit alles, geliefden, tot uw stichting.34 verontschuldigen? Namelijk om onze zaken alleen bij u schoon te maken en niet veel meer om uwentwil, om u in de aangenomene waarheid te bevestigen.35 in Christus; en dit Zie hiervoor de aantekingen 2 Cor. 12:2.Vers 20 Want ik vrees, dat als ik gekomen zal zijn, ik u niet enigszins zal vinden zodanigen als ik wil, en dat ik van u zal gevonden worden zodanig als gij niet wilt; dat er niet enigszins zijn twisten, nijdigheden, toorn, gekijf, achterklap, oorblazingen, opgeblazenheden, beroerten;36 zodanigen als ik wil, Dat is, velen onder u in dezelfde gebreken zorgeloos voortgaande, gelijk in het einde van dit vers 2 Cor. 12:20 verklaard wordt.37 als gij niet wilt; Dat is, scherper in het oefenen der kerkelijk straf, dan gij tot nog toe ervaren hebt.38 beroerten. Of, oproer, ontroeringen.Vers 21 Opdat wederom, als ik zal gekomen zijn, mijn God mij niet vernedere bij u, en ik rouw hebbe over velen, die te voren gezondigd hebben, en die zich niet bekeerd zullen hebben van de onreinigheid, en hoererij, en ontuchtigheid, die zij gedaan hebben.39 mij niet vernedere bij u, Dit zegt de apostel, omdat er niets was, dat hem verhoogde en verblijdde, dan dat zijn arbeid zijn behoorlijke vruchten onder hen had; en dat hem niets meer vernederde en bedroefde, dan wanneer door zonden en ergernissen zijn arbeid afbreuk scheen te lijden. Zie 1 Thess. 2:19,20.40 tevoren gezondigd Namelijk waarvan hij in den voorgaanden brief had geschreven.41 ontuchtigheid, die of, geilheid, dartelheid, wulpsheid.

Lees heel 2 Korintiërs 12

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.