Paulus' oordeel over zichzelf
Vers 12 Want wij durven onszelven niet rekenen of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet, dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven vergelijken.28 rekenen of vergelijken Of, vervoegen; dat is, onder zulken niet rekenen of oordelen te zijn.29 verstaan niet dat Of, zijn niet wijs.30 met zichzelven meten, Gr. in zichzelven; dat is, naar hun eigen goeddunken of behagen willen geacht hebben.31 met zichzelven vergelijken. Namelijk zonder op andere te zien, dien de Heere meer gaven en macht heeft medegedeeld, gelijk er waren de apostelen van Christus.Vers 13 Doch wij zullen niet roemen buiten de maat; maar dat wij, naar de maat des regels, welke maat ons God toegedeeld heeft, ook tot u toe zijn gekomen.32 buiten de maat; Gr. tot, of in dingen die zonder maat zijn; dat is, buiten de maat, die ons God heeft toegedeeld, gelijk als deze anderen doen.33 welke maat ons Of, welke God ons tot ene maat toegedeeld heeft; dat is, die ons God voorgeschreven, en waar Hij onzen dienst mede bepaald heeft; een gelijkenis, genomen van degenen, die elk zijne erve uitdeelt om daar te bouwen, of zijn akker om daarop te zaaien, of wijnberg om daarop te planten.34 ook tot u toe Namelijk in het verbreiden des heiligen Evangelies, en voortplanten der gemeente van Christus.Vers 14 Want wij strekken onszelven niet te wijd uit, als die tot u niet zouden komen; want wij zijn ook gekomen tot u toe, in het Evangelie van Christus;35 als die tot u Dat is, alsof wij tot u niet moesten komen. Gr. als tot u niet komende.Vers 15 Niet roemende buiten de maat in anderer lieden arbeid, maar hebbende hoop, als uw geloof zal gewassen zijn, dat wij onder ulieden overvloediglijk zullen vergroot worden naar onzen regel;36 buiten de maat Namelijk ons van Christus voorgeschreven, of bepaald.37 in anderer [lieden] Dat is, waar het Evangelie van Christus alrede door anderen is verbreid.38 gewassen zijn, Dat is, toegenomen hebben of versterkt zijn.39 vergroot worden Of, uitgebreid, namelijk in de voorgeschreven grenzen onzer prediking. Anderen voegen deze woorden alzo bijeen: Wanneer uw geloof zal gewassen, of gesterkt zijn onder ulieden, dat wij overvloedig zullen vergroot worden, dat is uitgebreid worden.40 naar onze regel, Dat is, in de uitbreiding van ons voorgeschreven perk alzo dat het woord regel hier genomen wordt voor het perk, of de afgepaalde maat van landen en steden, waar ieder apostel zijn arbeid moest besteden; en dit komt wel overeen met 2 Cor. 10:16. Want dit is het wat de apostel hier verklaart, dat hunne zwakheden en gebreken nog een hinderpaal waren, dat hij in de landen boven hen gelegen nog niet kon reizen om daar het Evangelie te planten, maar wanneer zij die gebreken zouden gebeterd hebben en in het geloof behoorlijk versterkt zijn, dat hij dan vrijmoedig en zonder achterdenken tot anderen zou mogen voortgaan.Vers 16 Om het Evangelie te verkondigen in de plaatsen, die op gene zijde van u gelegen zijn; niet om te roemen in eens anders regel over hetgeen alrede bereid is.41 in eens anders regel Dat is, waar een ander alrede de grenzen van zijn beroep had en predikte. Zie Rom. 15:20.Vers 17 Doch wie roemt, die roeme in den Heere.42 in den Heere. Dat is, schrijf den Heere al den lof van zijnen arbeid toe, alzo de kracht om zelf te arbeiden, en de vruchten daarvan, alleen van zijnen zegen voortkomen. Zie 1 Cor. 3:5, en 1 Cor. 15:10.Vers 18 Want niet die zichzelven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd.43 beproefd. Dat is, na beproeving trouw en oprecht gekend, gekeurd en bevonden.