Reisplan naar Korinthe
Vers 15 En op dit betrouwen wilde ik te voren tot u komen, opdat gij een tweede genade zoudt hebben;31 op dit betrouwen Namelijk dat gij in zulke achting bij mij zijt, en ik bij u was.32 wilde ik te voren Namelijk volgens mijn schrijven; 1 Cor. 16:5,6,7.33 een tweede genade Dat is, die mij meer en meer versterkt zoudt worden in de genade en gaven van Christus, waarmede gij in mijn eerste komst tot u alrede begenadigd waart.Vers 16 En door uw stad naar Macedonië gaan, en wederom van Macedonië tot u komen, en van ulieden naar Judea geleid worden.34 van ulieden naar Dat is, van enigen van ulieden daartoe bestemd.Vers 17 Als ik dan dit voorgenomen heb, heb ik ook lichtvaardigheid gebruikt? Of neem ik het naar het vlees voor, hetgeen ik voorneem, opdat bij mij zou wezen, ja, ja, en neen, neen?35 naar het vlees Dat is, naar de wijze van vleselijke mensen; of uit vleselijke bedenkingen, die ongestadig zijn, en lichtelijk komen te veranderen; 2 Cor. 10:3.36 ja, ja, en Dat is, zeggen en loochenen; of zeggen en niet doen, hetgeen men zegt.Vers 18 Doch God is getrouw, dat ons woord, hetwelk tot u is geschied, niet is geweest ja en neen.37 God is getrouw dat Een wijze van spreken, wanneer men iets sterk wil betuigen, en is zoveel alsof hij zeide: Zo waarachtig als God getrouw is, zo is ons woord, enz. Of, God, die getrouw is, weet dat, enz.38 ons woord, Namelijk dat van ons tot u is gepredikt. Want in deze volgende vijf verzen wederspreekt de apostel eerst het besluit der valse leraars, die omdat de apostel deze belofte van tot hen te komen niet scheen gehouden te hebben, daaruit wilden besluiten dat dan zijn gehele predikatie onvast was, en daarop niet was te steunen. Doch op de belofte zelve van tot hen te komen, antwoordt hij hierna 2 Cor. 1:23,24.39 ja en neen. Dat is, onvast en onzeker, gelijk als de mensen, die nu ja nu neen zeggen over een zelfde zaak, onvast en onzeker zijn in hunne woorden en doen.Vers 19 Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons is gepredikt, namelijk door mij, en Silvanus, en Timotheüs, was niet ja en neen, maar is geweest ja in Hem.40 was niet ja en neen, Namelijk in onze prediking. Gelijk Christus de Zaligmaker niet veranderlijk is, maar gisteren, heden en in eeuwigheid dezelfde is, Hebr. 13:8, alzo is Hij ook niet anders van ons gepredikt en is altijd hetzelfde Evangelie van Christus aan de gemeente van ons voorgesteld. Zie Gal. 1:7,8,9.41 in Hem. Namelijk God. Want gelijk hij Hem den Zoon Gods genaamd had, zo betuigt hij ook dat Christus is Ja, dat is, standvastigheid en waarheid in God of in Gods beloften, die enkel waarheid en vastheid zijn, gelijk in 2 Cor. 1:20 verklaard wordt.Vers 20 Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.42 in Hem ja en zijn Namelijk in Christus Jezus. Want gelijk Christus altijd dezelfde is in Gods beloften, die onveranderlijk zijn, alzo zijn alle beloften Gods van onze zaligheid Ja, dat is waarheid, en Amen, dat is gewisheid en vastigheid, in Christus, omdat God in het Nieuwe Verbond gene beloften der zaligheid doet noch volbrengt dan in Christus en door Christus. Zie Joh. 14:6; Hand. 4:12; Ef. 1:3, enz.43 door ons. Dat is, door den dienst van ons apostelen en leraars, die in deze leer ook niemand moeten kennen dan Christus en dien gekruisigd; 1 Cor. 2:2; Col. 2:9,10, enz.Vers 21 Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God;44 bevestigt Namelijk in de waarheid.45 in Christus, Dat is, om de vrucht en kracht van alle beloften Gods te zoeken in Christus en door de gemeenschap met Christus.46 gezalfd heeft, Dat is, met de gaven des Heiligen Geestes begaafd heeft, die in de Schrift dikwijls bij olie of zuivere zalf wordt vergeleken. Zie Ps.. 45:8; Hand. 4:27, en Hand. 10:38; 1 Joh. 2:20,27.Vers 22 Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.47 verzegeld, Dat is, als met opdrukking van zijn zegel verzekerd, namelijk van onze gemeenschap met Christus, en vervolgens van onze aanneming tot kinderen en tot erfgenamen Gods; Rom. 8:15,16; 1 Cor. 2:12.48 het onderpand des Gr. Arrhabon, welk woord, gelijk ook Arrha, eigenlijk betekent een onderpand, dat een deel of begin is van het toekomende goed, dat ons beloofd en verzekerd wordt, gelijk als iemand enig geld gereed geeft tot een begin en verzekering der betaling die beloofd is. Zie 2 Cor. 5:5; Ef. 1:13,14. De eerste gave dan des Geestes en des levens is een onderpand van onze gehele erve; alzo dat deze zalving, verzegeling en onderpand tot een zelfde einde dienen. Doch dit verhaal van deze weldaad dient daartoe, om te bewijzen dat dezelve in onze harten altijd krachtiger en gewisser wordt.Vers 23 Doch ik aanroepe God tot een Getuige over mijn ziel, dat ik, om u te sparen, nog te Korinthe niet ben gekomen.49 over mijn ziel Namelijk dat Hij die straffe, zo ik de waarheid niet zeg. Een rechte wijze van een waren eed, dien de apostel daarom hierbij voegt, omdat er zeer veel aan gelegen was dat zijn woord niet voor onvast zou gehouden worden.50 om u te sparen Dat is, om niet te moeten gebruiken de apostolische macht in het straffen der ongehoorzamen. Zie 2 Cor. 10.Vers 24 Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof.51 heerschappij voeren De apostel spreekt alzo om te verzachten hetgeen hij terstond tevoren gezegd had van hen niet te sparen; waarvan de zin is dat hij zulks niet zeide om hen te dreigen of te overmeesteren als een heer over hen en hun geloof, maar om hen als een dienaar en medewerker van Christus tot rechte erkentenis en betering van hunne fouten, en vervolgens tot rechte blijdschap met hem te brengen, tevoren, eer hij tot hen kwam, en om hun geloof, waarin zij stonden, alzo meer en meer te versterken, gelijk in het begin van het volgende hoofdstuk verklaard wordt.