Advertentie

2 Koningen 9:1-13

13 verzen · 25 kanttekeningen · Statenvertaling

Jehu koning van Israël

Vers 1 Toen riep de profeet Elisa een van de zonen der profeten, en hij zeide tot hem: Gord uw lenden, en neem deze oliekruik in uw hand, en ga heen naar Ramoth in Gilead.1 zonen Zie 1 Kon. 20:35.2 Gord uw lenden, Zie 1 Kon. 18:46, en boven, 2 Kon. 4:29.3 Ramoth in Gilead. Zie Deut. 4:43. Het blijkt uit dit verhaal dat de Israëlieten deze stad weder van de Syriërs aan hun zijde gekregen hadden. Zie onder, 2 Kon. 9:14, en de aantekeningen.Vers 2 Als gij daar zult gekomen zijn, zo zie, waar Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, is; en ga in, en doe hem opstaan uit het midden zijner broederen, en breng hem in een binnenste kamer.4 de zoon van Josafat, En is vervolgens te onderscheiden van een Jehu, die een profeet en de zoon van Hanani was. Zie 1 Kon. 16:1.5 broederen, Dat is, zijner metgezellen, der andere krijgsofficieren en kapiteinen. Zie onder, 2 Kon. 9:5.6 binnenste kamer. Hebreeuws, kamer in kamer.Vers 3 En neem de oliekruik, en giet ze uit op zijn hoofd, en zeg: Zo zegt de Heere: Ik heb u tot koning gezalfd over Israël. Doe daarna de deur open, en vlied, en vertoef niet.7 gezalfd Zie 1 Kon. 1:34.Vers 4 Zo ging de jongeling, die jongeling van den profeet, naar Ramoth in Gilead.8 van den profeet, Anders, de jongeling, de profeet.Vers 5 En toen hij inkwam, ziet, daar zaten de hoofdmannen van het heir, en hij zeide: Ik heb een woord aan u, o hoofdman! En Jehu zeide: Tot wien van ons allen? En hij zeide: Tot u, o hoofdman!9 Ik heb een woord Dat is, ik heb u alleen in het heimelijke wat aan te zeggen. Daarom zal het u believen op te staan en mij in het bijzonder te horen.Vers 6 Toen stond hij op, en ging in huis; hij dan goot de olie op zijn hoofd, en hij zeide tot hem: Zo zegt de Heere, de God Israëls: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des Heeren, over Israël.10 hij op, Namelijk, Jehu.11 in huis; In de binnenste kamer, gelijk boven, 2 Kon. 9:2.12 hij dan goot Namelijk, des profeten jongeling.Vers 7 En gij zult het huis van Achab, uw heer, slaan, opdat Ik het bloed van Mijn knechten, de profeten, en het bloed van alle knechten des Heeren, wreke van de hand van Izebel.13 huis van Achab, Dat is, het geslacht. Zie 1 Kon. 14:10.14 slaan, Dat is, ombrengen en uitroeien. Zie Gen. 8:21.15 van de hand Dat is, hetwelk door last en bevel van Izebel vergoten is.Vers 8 En het ganse huis van Achab zal omkomen; en Ik zal van Achab uitroeien, wat mannelijk is, ook den beslotene en verlatene in Israël.16 wat mannelijk is, Zie 1 Kon. 14:10.17 den beslotene Dat is, ik zal niemand laten overblijven. Zie Deut. 32:36.Vers 9 Want Ik zal het huis van Achab maken als het huis van Jerobeam, den zoon van Nebat, en als het huis van Baësa, den zoon van Ahia.Vers 10 Ook zullen de honden Izebel eten op het stuk lands van Jizreël, en er zal niemand zijn, die haar begrave. Toen deed hij de deur open en vlood.18 het stuk Hebreeuws, deel, of bezitting. Alzo onder, 2 Kon. 9:21,25,26, enz. Versta het stuk lands, of akkers, hetwelk den vromen Naboth door de valse beschuldigingen en loze praktijken van Izebel ontweldigd was. Zie 1 Kon. 21:23, en onder, 2 Kon. 9:21,25.19 lands Dit woord is hier ingevoegd uit 2 Kon. 9:25.Vers 11 En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.20 Is het al wel? Hebreeuws, Is het vrede? Alzo onder, 2 Kon. 9:17. Zie Gen. 29:6.21 onzinnige Zo worden de profeten en de dienaren Gods genoemd van de wereldse en goddeloze mensen, omdat zij hun leer niet begrijpen en hun doen niet verdragen kunnen, Joh. 10:20; Hand. 26:24. Mogelijk hebben zij den profeten dezen naam gegeven, omdat zij enige extraordinaire gebaren of manieren van doen over zich hadden, als de Geest des Heeren vaardig over hen werd. Zie 1 Sam. 18:10.22 Gij kent den man Dat is, gij kunt merken dat hij een profeet is, en omdat hij zulk een is, kunt gij oordelen wat hij pleegt te spreken, te weten een ieder tot zijn schuldigen plicht te vermanen, gelijk hij aan mij gedaan heeft.Vers 12 Maar zij zeiden: Het is leugen; geef het ons nu te kennen. En hij zeide: Zo en zo heeft hij tot mij gesproken, zeggende: Zo zegt de Heere: Ik heb u gezalfd tot koning over Israël.23 Zo en zo Hebreeuws, na dit en na dit.Vers 13 Toen haastten zij zich, en een iegelijk nam zijn kleed, en leide het onder hem, op den hoogsten trap; en zij bliezen met de bazuin, en zeiden: Jehu is koning geworden!24 leide het Te weten, tot een teken dat zij zich Jehu als hun heer en koning onderwierpen. Vergelijk Matth. 21:7.25 op den hoogsten Hebreeuws, op de hoogte der trappen. Versta [naar het meeste gevoelen der geleerden], een hoge en verheven plaats, verspreid met der kapiteinen opperklederen, die inplaats van tapijten waren, op welke zij Jehu gezet hebben.

Lees heel 2 Koningen 9

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.