Advertentie

2 Koningen 5:1-19

19 verzen · 46 kanttekeningen · Statenvertaling

Náäman door Elísa genezen

Vers 1 Naäman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de Heere den Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.1 groot man Dat is, van groot vermogen, uit oorzaak van zijn goede deugden en grote daden. Vergelijk Exod. 11:3.2 heren, Namelijk, van den koning van Syrië. Alzo onder, 2 Kon. 5:4,18.3 en van hoog aanzien; Hebreeuws, verheven van aangezicht; dat is, zeer groot geacht en gezien bij allen. Anders, aangenaam; naar een manier van spreken, van welke zie Gen. 32:30.4 verlossing Te weten, in krijgsnoden en algemene gevaren des lands, door zijn wijzen raad en mannelijke daden.Vers 2 En er waren benden uit Syrië getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israël gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naäman was.5 En er waren Of, de Syriërs waren uitgetogen bij benden.6 benden Het Hebreeuwse woord betekent hopen en vergaderingen van krijgslieden, die in het land tot roven en plunderen uitvallen. Alzo 1 Sam. 30:8, onder, 2 Kon. 13:21, en 2 Kon. 24:2.7 in den dienst Hebreeuws, voor het aangezicht der huisvrouw van Naäman dat is, die Naämans huisvrouw diende. Alzo, voor iemands aangezicht staan, is hem dienen. Zie Deut. 1:38; 1 Kon. 1:2. Anders, die voor het aangezicht der huisvrouw van Naäman was; dat is, in haar tegenwoordigheid.Vers 3 Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.8 ontledigen. Sommigen menen dat dit ziet op de afzondering van de melaatsen en hunne vergadering tot het volk, wanneer zij genezen waren. Zie Num. 12:14. Alzo onder, 2 Kon. 5:6,7,11. Hebreeuws, verzamelen. Welke manier van spreken, iemand van zijn melaatsheid verzamelen, zoveel is als de melaatsheid van iemand verzamelen; dat is, wegnemen; omdat hetgeen, hetwelk men verzamelt, weggenomen wordt van de plaats, vanwaar men het verzamelt. Zie Ps. 26:9.Vers 4 Toen ging hij in en gaf het zijn heer te kennen, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die uit het land van Israël is.9 hij Namelijk, Naäman de Syriër, als men hem de woorden der Israëlietische dochter aangezegd had.10 in Te weten, tot den koning, zijn heer.Vers 5 Toen zeide de koning van Syrië: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israël zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.11 nam Te weten, tot een vrijwillig geschenk om den profeet daarmede te vereren. Zie 1 Kon. 14:3.12 in zijn hand Dat is, met hem. Vergelijk 1 Sam. 9:8; 2 Sam. 8:10; 1 Kon. 14:3; onder, 2 Kon. 8:8.13 tien talenten Zie van een talent Exod. 25:39.14 sikkelen gouds, Zie van de waarde eens gemenen gouden sikkels Gen. 24:22; Num. 7:14.15 wisselklederen. Zie Gen. 45:22.Vers 6 En hij bracht den brief tot den koning van Israël, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naäman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid.16 ontledigt Te weten, door middel van uw profeet Elisa, gelijk men kan oordelen dit zijn mening geweest te zijn, uit hetgeen boven, 2 Kon. 5:4, verhaald is; maar de koning Israëls heeft dit zo verstaan, alsof hij in eigen persoon door den brief belast geweest ware, den vorst Naäman van zijn melaatsheid te genezen, gelijk blijkt uit 2 Kon. 5:7.Vers 7 En het geschiedde, als de koning van Israël den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.17 zoekt. Te weten, om mij oorlog aan te doen indien ik dezen Naäman niet genees, want hij weet wel dat dit in mijn vermogen niet is.Vers 8 Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israël zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israël is.18 Waarom hebt gij Hij wil zeggen dat hij om deze oorzaak zijn klederen niet behoorde gescheurd, maar wel den Heere door hem raad gevraagd te hebben. Vergelijk boven, 2 Kon. 1:6,16.Vers 9 Alzo kwam Naäman met zijn paarden en met zijn wagen, en stond voor de deur van het huis van Elisa.19 zijn wagen, Of, zijn wagenen. Want het getal van één wordt met dit woord in zulks een zaak dikwijls voor het getal van velen genomen, gelijk Gen. 50:9; 1 Kon. 1:5, en 1 Kon. 10:26; Jes. 37:24.Vers 10 Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.20 zevenmaal Noch de Jordaan noch de zevenvoudige wassing hadden het vermogen om de melaatsheid te genezen, maar alleen de kracht Gods, die daardoor wilde werken.21 wederkomen, Te weten, dat door de melaatsheid u afgenomen en afgeteerd is.22 gij zult rein zijn. Hebreeuws, word rein; dat is, gij zult zekerlijk rein worden. Alzo 2 Kon. 5:13.Vers 11 Maar Naäman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mij zelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des Heeren, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.23 ik zeide Anders, ik zeide: Tot mij zal hij zekerlijk uitkomen, enz.24 zal zekerlijk Hebreeuws, uitkomende uitkomen.25 plaats strijken, Hebreeuws, bewegen.26 den melaatse Dat is, mij van mijn melaatsheid genezen. Anders, het melaatse; dat is, de melaatsheid wegnemen. Zie boven, 2 Kon. 5:3.Vers 12 Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israël; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.27 Abana Anders genaamd Amana, en bij de historieschrijvers Adonis.28 Farpar, In de historiën genaamd Orontes.29 zou ik Hij meende dat de kracht des waters hem zou kunnen genezen, daar het maar een teken en middel was van de beloofde genezing.Vers 13 Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?30 Mijn vader, Dit is een benaming van eerbied, liefde en vreze, die de onderzaten plegen hun oversten te geven, wanneer deze zich als vaders met de daad vertonen. Vergelijk de aantekening Gen. 41:43.31 grote zaak Dat is, u wat zwaars geboden had.Vers 14 Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.Vers 15 Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.32 zijn ganse heir, Hebreeuws, zijn ganse leger. Versta hierdoor al degenen, die hij met zich in deze reis genomen had, en die in menigte als een heirleger waren.33 zegen Dat is, geschenk. Zie Gen. 33:11.Vers 16 Maar hij zeide: Zo waarachtig als de Heere leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme! En hij hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij weigerde het.34 voor Wiens Dat is, denwelken ik dien. Zie Deut. 10:8.35 indien Versta daarop, de Heere straffe mij. Want in het eedzweren hebben de Hebreën gemeenlijk de straf verzwegen. Zie Gen. 14:23.Vers 17 En Naäman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den Heere.36 Zo niet; Dat is, indien gij mijne giften niet wilt ontvangen, gun mij slechts een andere bede, die ik u nu ga voorstellen. Zie een gelijke manier van spreken 2 Sam. 13:26.37 uw knecht Dat is, mij die u dienst schuldig ben.38 gegeven Hij verzoekt van den profeet twee dingen: I. van des lands aarde met zich in Syrië te voeren, om daarvan een altaar te maken, waarop hij den Heere offerande doen zou; II. dat het hem vergeven zou worden, als hij in het huis van de afgod Rimmon zijnen heer ten dienste wezen zou. Waarmede hij wel toont een goed voornemen om den waren God te dienen, maar niet naar wetenschap, menende dat de ene aarde heiliger was dan de andere, en dat men God ergens elders offeranden mocht doen dan in Jeruzalem, en biddende om vergiffenis van hetgeen hij doen zou met kwetsing zijner eigen conscientie en ergernis van anderen.39 van een juk muildieren; Dat is, zoveel als twee muilen tevens dragen kunnen.Vers 18 In deze zaak vergeve de Heere uw knecht: wanneer mijn heer in het huis van Rimmon zal gaan, om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de Heere vergeve toch uw knecht in deze zaak.40 mijn heer Te weten, de koning van Syrië alzo boven, 2 Kon. 5:1,4.41 Rimmon De naam van een afgod, dien de Syriërs dienden.42 buigen, Te weten, met aanbidding.43 nederbuigen Niet om den afgod te aanbidden, of enige godsdienstige eer te bewijzen, maar om zijn koning te dienen, die op zijn hand leunde, wanneer hij zich voor zijn afgod nederboog; waarom ook Naäman genoodzaakt werd zich te buigen.44 vergeve toch Zo verstond hij dan wel dat de nederbuiging voor de afgoden, ofschoon dien ter ere niets gedaan wordt, zonder zonde niet kan geschieden.Vers 19 En hij zeide tot hem: Ga in vrede. En hij ging van hem een kleine streek lands.45 Ga in vrede. De profeet, zonder hiermede te antwoorden op zijn verzoek of hem hetzelve toe te staan, wenst hem alleen den zegen des Heeren. 2 Kon. 5:18 kan ook aldus bekwamelijk naar Hebreeuwsen tekst worden overgezet: In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht; wanneer mijn heer in het huis Rimmons is ingegaan om zich daar neder te buigen, en hij zich op mijn hand geleund heeft, en ik mij in het huis Rimmons heb nedergebogen; als ik mij [alzo] heb nedergebogen in het huis Rimmons, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak; sprekende alzo niet van het toekomende, maar van het verledene, waarvan hij vergiffenis begeert. Zie een gelijk antwoord 1 Sam. 1:17.46 kleine streek lands. Zie Gen. 35:16.

Lees heel 2 Koningen 5

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.