Advertentie

2 Koningen 23:31-37

7 verzen · 14 kanttekeningen · Statenvertaling

Jóahaz en Jójakim koningen van Juda

Vers 31 Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna.77 Jeremia, Die te onderscheiden is van Jeremia den profeet; want de profeet was van Anathoth in Benjamin, Jer. 1:1, maar deze van Libna in Juda.Vers 32 En hij deed dat kwaad was in de ogen des Heeren, naar alles, wat zijn vaderen gedaan hadden.78 zijn vaderen Namelijk, zijn grootvader Amon en zijn oudgrootvaders Manasse, Achaz, enz.Vers 33 Doch Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij leide het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.79 liet hem binden Dat is, legde hem in gevangenis. Dit geschiedde terwijl hij bezig was met den oorlog tegen de stad Karchemis; waarvan zie 2 Kron. 35:20; Jer. 46:2.80 te Ribla Een stad, gelegen in Syrië, van sommigen voor Apamia gehouden, van anderen voor Antiochië.81 opdat hij Anders, als hij regeerde te Jeruzalem.82 talenten zilvers Zie Exod. 25:39.Vers 34 Ook maakte Farao Necho Eljakim, den zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mede, en hij kwam in Egypte, en stierf aldaar.83 veranderde Hebreeuws, wendde, of keerde om. Hij wilde daarmede bewijzen dat hij macht en gebied over hem had. Zie gelijke exempelen onder, 2 Kon. 24:17; Dan. 1:7.84 aldaar. Te weten, gelijk Jeremia voorzegd had, 2 Kon. 22:12, waar hij 2 Kon. 23:11 Sallum, naar veler gevoelen, genoemd wordt.Vers 35 En Jojakim gaf dat zilver en dat goud aan Farao; doch hij schatte het land, om dat geld naar het bevel van Farao te geven; een ieder naar zijn schatting eiste hij het zilver en goud af van het volk des lands, om aan Farao Necho te geven.85 schatte het land, Dat is, Jojakim schatte of waardeerde de middelen van alle ingezetenen des lands, en deed hen daarnaar hun aandeel opbrengen.86 bevel van Farao Hebreeuws, mond.87 naar zijn schatting Dat is, naar dat hij van den koning geschat was.Vers 36 Vijf en twintig jaren was Jojakim oud, toen hij koning werd, en regeerde elf jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Zebudda, een dochter van Pedaja, van Ruma.88 koning werd, Te weten, alleen en volmachtig, na den dood van zijn broeder Joahaz, die, gevangen zijnde, nog voor koning gehouden werd, hoewel hij, namelijk Jojakim, het koninkrijk bediende. Anderen menen dat Jojakim vijf en twintig jaren oud was, als zijn broeder Joahaz afgezet en gevankelijk naar Egypte weggevoerd werd, en volgens dat hij de oudste der zonen van Josia was; verklarende de plaats 1 Kron. 3:15 van de eerstgeboorte, niet der natuurlijke voortteling, maar der koninklijke regering, en dat Joahaz daarom in zijn huldiging gezalfd zou zijn geweest, om zijn verkiezing te beter te verzekeren tegen de wederspreking van zijn oudsten broeder Jojakim, gelijk Salomo om zulk een oorzaak gezalfd werd, 1 Kon. 1:34,39.89 elf jaren Welverstaande, zo men zijn regering berekent van dien tijd af, dat hij de plaats zijns broeders bewaard heeft; hetwelk was terstond nadat zijn broeder in Egypte gevankelijk gevoerd was.Vers 37 En hij deed dat kwaad was in de ogen des Heeren, naar alles, wat zijn vaders gedaan hadden.90 vaders Zie boven, 2 Kon. 23:32.

Lees heel 2 Koningen 23

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.