Advertentie

2 Koningen 2:14-25

12 verzen · 16 kanttekeningen · Statenvertaling

Elísa volgt Elía op

Vers 14 En hij nam den mantel van Elia, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de Heere, de God van Elia? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elisa ging er door.22 HEERE, Te weten, die in een gelijke daad door Elia zijn kracht in het verdelen der wateren recht tevoren bewezen had. Zie boven, 2 Kon. 2:8.Vers 15 Als nu de kinderen der profeten, die tegenover te Jericho waren, hem zagen, zo zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa; en zij kwamen hem tegemoet, en bogen zich voor hem neder ter aarde.23 bogen Hem burgerlijke eer bewijzende, als een profeet, gekomen in Elia's plaats en rijkelijk met zijn profetische gaven voorzien. Zie Gen. 18:2.Vers 16 En zij zeiden tot hem: Zie nu, er zijn bij uw knechten vijftig dappere mannen; laat hen toch heengaan, en uw heer zoeken, of niet misschien de Geest des Heeren hem opgenomen, en op een der bergen, of in een der dalen hem geworpen heeft. Doch hij zeide: Zendt niet.24 uw knechten Dat is, bij ons, die bereid zijn u te dienen.25 dappere Of, sterke. Hebreeuws, mannen, zonen der dapperheid, sterkte, of kloekheid. Versta zulken, die bekwaam waren om deze reis en dit werk aan te nemen.26 opgenomen, Zij meenden dat hij hun niet voor altijd, maar alleen voor zekere dagen ontnomen was. Vergelijk de aantekening op 1 Kon. 18:12.27 Zendt niet. Want hij wist voorzeker dat hij naar lijf en ziel tot God in den hemel opgenomen was.Vers 17 Maar zij hielden bij hem aan tot schamens toe; en hij zeide: Zendt. En zij zonden vijftig mannen, die drie dagen zochten, doch hem niet vonden.28 tot schamens toe; Dit kan bekwamelijk verstaan worden van Elisa, omdat hij zolang moest gebeden worden, hoewel men het ook zou kunnen verstaan van de zonen der profeten, omdat zij zolang en veel moesten bidden.Vers 18 Toen kwamen zij weder tot hem, daar hij te Jericho gebleven was; en hij zeide tot hen: Heb ik tot ulieden niet gezegd: Gaat niet?Vers 19 En de mannen der stad zeiden tot Elisa: Zie toch, de woning dezer stad is goed, gelijk als mijn heer ziet; maar het water is kwaad, en het land onvruchtbaar.29 onvruchtbaar. Dat is, het land laat de vruchten der aarde niet tot haar vollen wasdom en rijpheid komen; ja ook is het leven der mensen en der beesten, mitsgaders huns lijfs dracht en vrucht, schadelijk, waardoor het land van inwoners beroofd wordt. Waarop het Hebreeuwse woord ziet, betekenende beroven van kinderen, mensen, of wat den mens lief is.Vers 20 En hij zeide: Brengt mij een nieuwe schaal, en legt er zout in. En zij brachten ze tot hem.30 Brengt Hebreeuws, neemt mij; dat is, neemt en brengt mij. Zie Gen. 12:15.Vers 21 Toen ging hij uit tot de waterwel, en wierp het zout daarin, en zeide: Zo zegt de Heere: Ik heb dit water gezond gemaakt, er zal geen dood noch onvruchtbaarheid meer van worden.31 dood Aan mensen en beesten.32 onvruchtbaarheid Te weten, niet alleen aan mensen en beesten, maar ook aan het land en het gewas der aarde. Zie boven, 2 Kon. 2:19.Vers 22 Alzo werd dat water gezond, tot op dezen dag, naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.Vers 23 En hij ging van daar op naar Beth-el. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!33 die bespotten hem, Uit verachting niet alleen zijns persoons, omdat hij kaal was, maar ook zijns ambts, omdat hij een profeet des Heeren was en dienvolgens een gedurig bestraffer der afgoderij, die deze jongens van der jeugd af ingedronken hadden, en die daar binnen Bethel zo afgrijslijk gepleegd werd, dat de profeten deze stad Bethaven, dat is een huis der ijdelheid en goddeloosheid genoemd hebben, Hos. 4:15; Amos 5:5.34 Kaalkop, Hebreeuws, kaal; dat is, die kaal is.Vers 24 En hij keerde zich achterom, en hij zag ze, en vloekte hen, in den Naam des Heeren. Toen kwamen twee beren uit het woud, en verscheurden van dezelve twee en veertig kinderen.35 vloekte hen, Niet uit haat van hun personen, maar van de afgoderij, die zij zozeer beminden, dat zij den waren God en zijn trouwe dienaren, van den tijd dat zij enig verstand gehad hadden, geleerd en gewend waren vijandelijk te haten.36 in den Naam des HEEREN. Dat is, door bevel en ingeving des Heeren; of met aanroeping zijns naams. In den naam des Heeren iets doen, is zulks te doen: I. door bevel, last en drijving Gods, Deut. 18:19; 2 Kron. 33:18; Joh. 5:43; II. met het vertrouwen op Gods hulp en de aanroeping zijns naams, Ps. 44:6, en Ps. 63:5; III. om Godswil, of ter oorzaak van hem, Matth. 18:5; ter ere Gods, Coloss. 3:17.Vers 25 En hij ging van daar naar den berg Karmel; en van daar keerde hij weder naar Samaria.37 Karmel; Zie 1 Kon. 18:19.

Lees heel 2 Koningen 2

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.