Joas koning van Juda
Vers 1 In het zevende jaar van Jehu werd Joas koning, en regeerde veertig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Zibja van Ber-seba.1 Jehu De koning Israëls; van welken zie boven, 2 Kon. 9:10.2 Joas Hebreeuws, Jehoasch.3 Zibja Hebreeuws, Tsibia.4 Ber-seba Zie van deze stad Gen. 21:31.Vers 2 En Joas deed dat recht was in de ogen des Heeren, al zijn dagen, in dewelke de priester Jojada hem onderwees.5 in dewelke Maar na den dood van Jojada den hogepriester, wiens goede leer hij heeft vergeten, is tot valsen godsdienst vervallen, en daarom ook gestraft geweest. Zie 2 Kron. 24:17,18.Vers 3 Alleenlijk werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.