Advertentie

1 Timotheüs 1:18-20

3 verzen · 15 kanttekeningen · Statenvertaling

Opwekking tot moedig strijden

Vers 18 Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt;45 beveel ik u, Het Griekse woord betekent eigenlijk iemand iets bevelen, dat men bij hem weglegt, of hem te bewaren geeft.46 naar de profetieën, Dat is, voorzeggingen. Want ten tijde der apostelen werden enige mannen Gods, door het bevel van den Heiligen Geest, tot den dienst des Evangelies afgezonderd, gelijk Paulus en Barnabas zo werden uitgezonden, Hand. 13:2; of van hen werd voorzegd door enige profetieën wat hun zou overkomen, gelijk te zien is Hand. 11:27,28, en Hand. 20:23, en Hand. 21:11. Van Timotheüs wordt zulks ook betuigd hierna 1 Tim. 4:14.47 dezelve Namelijk voorzeggingen of profetieën, dat is, in die dingen die u te voren voorzegd zijn.48 den goeden strijd strijdt; Hetwelk niet alleen van den arbeid, vlijt en strijd verstaan wordt, die allen gelovigen in hun algemeen beroep opgelegd is, maar ook den trouwen leraars in het bijzonder. Zie 2 Tim. 4:7,8.Vers 19 Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;49 Houdende Gr. hebbende; dat is, behoudende, of vast houdende.50 het geloof, en Dat is, de belijdenis, of de leer des waren geloofs, gelijk blijkt uit de tegenstelling der lasteringen van Hymeneüs en Alexander in het 1 Tim. 1:20.51 een goed geweten, Dat is, een oprecht geweten, dat zichzelf in al zijn doen richt naar hetgeen, waarvan hij uit Gods Woord is onderricht, en niet naar eergierigheid, geldgierigheid, of andere genegenheden; waarvan lichtelijk kan geoordeeld worden bij degenen die de woorden der mensen met hun doen vergelijken.52 hetwelk sommigen Namelijk goede of oprechte conscientie.53 verstoten hebbende, Dat is, niet nagekomen, of waargenomen hebbende.54 van het geloof Of, omtrent, in, aangaande het geloof, dat is, van de ware leer, of bekentenis des geloofs, gelijk 1 Tim. 1:20 vereist, en gelijk Paulus nader verklaart 2 Tim. 2:17,18.55 schipbreuk geleden hebben; Dat is, vervallen, of afgevallen zijn; ene gelijkenis, genomen van degenen die door schipbreuk hunne goederen verliezen. Zie hierna 1 Tim. 4:1.Vers 20 Onder welken is Hymeneüs en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.56 Alexander, die ik Velen menen, dat deze dezelfde Alexander is, waarvan gesproken wordt Hand. 19:33, hetwelk evenwel niet vaststaat. Doch dewijl hij hier bij Hymeneüs wordt gesteld, zo moet hij ook aan dezelfde dwalingen en lasteringen schuldig zijn geweest, waarvan deze Hymeneüs door Paulus beschuldigd wordt, 2 Tim. 2:18; namelijk dat hij de opstanding der doden loochende.57 den satan overgegeven Namelijk door den Kerkelijken ban; zie daarvan nadere verklaring 1 Cor. 5:5.58 zouden leren niet meer Dat is, zich beter mochten bedenken en tot erkentenis van hunne dwalingen komen, hetwelk het doel van de Kerkelijke tucht is, gelijk Paulus ook betuigt 1 Cor. 5:5, en 2 Thess. 3:14. Of, zo zij zich niet bekeerden, zij de Kerk Gods te minder schade zouden doen, en door hunne straf een voorbeeld voor andere lasteraars en verleiders zouden zijn. Want het Griekse woord betekent beide, geleerd en getuchtigd te worden.59 lasteren. Dat is, van de gezonde leer of Goddelijke waarheid kwalijk spreken, gelijk hetzelfde woord blasphemein ook van de leer gebruikt wordt hierna 1 Tim. 6:1, en Tit. 2:5.

Lees heel 1 Timotheüs 1

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.