Over de wederkomst van Christus
Vers 13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.25 die ontslapen Dat is, gestorven of gerust zijn, gelijk Joh. 11:11, enz.26 gelijk Hiermede toont de apostel dat hij niet alle droefheid over de gestorvenen verbiedt, die ook Christus zelf over Lazarus, Joh. 11:35; de gemeente over Stefanus, Hand. 8:2; en Paulus over Epafroditus, als hij dodelijk krank was,27 die geen Namelijk der zalige opstanding, waarvan hij in de volgende verzen spreekt. Want hoewel de heidenen aan de onsterfelijkheid der zielen geloofden, nochtans hebben zijn nooit de opstanding der lichamen en wedervereniging met hunne zielen kunnen begrijpen of geloven. Zie Hand. 17:32, en Hand. 26:23, enz.Vers 14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.28 in Of, door Jezus, dat is, door de kracht van Jezus, den rechter der levenden en doden; Joh. 5:21, enz.29 weder Namelijk in het leven en in heerlijkheid, wanneer Hij hen uit de graven zal opgewekt en met hunne zielen zal verenigd hebben.30 met Namelijk als Hij zal verschijnen uit den hemel ten laatsten dage, in het oordeel.Vers 15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.31 door Gr. in het woord des Heeren; waardoor sommigen verstaan de beloften van Christus, Matth. 24:31; Joh. 5:28; daar bijna dergelijke woorden staan. Anderen een bijzondere en nadere openbaring van Christus hiervan aan Paulus geschied, gelijk Hij betuigt 1 Cor. 15:5132 wij, die Namelijk gelovigen mensen, stellende zichzelven ook daaronder, om de onzekerheid van den dag van Christus' toekomst. Zie hiervan verder 1 Cor. 15:51.33 voorkomen Namelijk om van Christus verheerlijkt te worden.Vers 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;34 een geroep Het Griekse woord Keleusma betekent eigenlijk een geroep, dat met een bevel gevoegd is, gelijk aan degenen placht te geschieden, die enig werk gelijkelijk moeten doen, of een schip gelijkelijk voortroeien, of een strijd beginnen.35 de stem Wat dit voor ene stem of bazuin zal zijn, verklaart de Schrift niet breder, dan, daardoor wordt de grote macht en heerlijkheid van Christus in Zijn tweede toekomst voor ogen gesteld, die met Zijne engelen, als een overste zijn leger, met trompettengeluid en groot geschal zal komen, hetwelk schrikkelijk zal zijn voor zijne vijanden, en moed en troost geven aan zijne vrienden. Zie dergelijke beschrijvingen Matth. 25:31; Joh. 5:28; 1 Cor. 15:52; 2 Thess. 1:7, 2 Thess. 1:8; Jud.:14; Openb. 11:15.36 des archangels Dat is, van den oversten engel, die hier uitdrukkelijk wordt onderscheiden van Christus. Zie hiervan nader Jud.:9.37 in Christus Dat is, in het geloof van Christus, gelijk Openb. 14:13.Vers 17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.38 opgenomen Gr. gerukt, getrokken; namelijk nadat zij zullen veranderd en Zijn verheerlijkt lichaam in een ogenblik tijds gelijkvormig gemaakt zijn; 1 Cor. 15:51; Filipp. 3:20, Filipp. 3:21.39 in de wolken Die namelijk als een wagen zullen zijn, waardoor zij tot Christus in de lucht opgevoerd zullen worden, gelijk van Elia gezegd wordt, 2 Kon. 2:11, en van Christus zelf, Hand. 1:9.40 in de lucht Namelijk waar Hij Zijn gericht zal houden, voor de ogen aller mensen, die door de engelen zullen bijeengebracht zijn tot Zijne rechter- en tot Zijne linkerhand. Zie Matth. 25:31, enz.; Openb. 1:7.41 met den Heere Namelijk Christus Jezus in den hemel; Joh. 14:2, Joh. 14:3.Vers 18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.42 met Gr. in deze woorden; dat is, redenen of bedenkingen.