1 Tessalonicenzen 2:17-20

Paulus' komst verijdeld; Timótheüs gezonden

Vers 17 Maar wij, broeders, van u beroofd geweest zijnde voor een kleine wijle tijds, naar het aangezicht, niet naar het hart, hebben ons te overvloediger benaarstigd, om uw aangezicht te zien, met grote begeerte.Vers 18 Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.Vers 19 Want welke is onze hoop, of blijdschap, of kroon des roems? Zijt gij die ook niet voor onzen Heere Jezus Christus in Zijn toekomst?Vers 20 Want gij zijt onze heerlijkheid en blijdschap.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus