Advertentie

1 Samuël 4:1-17

17 verzen · 19 kanttekeningen · Statenvertaling

Israël door de Filistijnen geslagen. De ark genomen

Vers 1 En het woord van Samuël geschiedde aan gans Israël. En Israël toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-haëzer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.1 het woord van Samuël Dat is, de profetie, die Samuël van den Heere geopenbaard was, heeft hij het volk verkondigd, en is volbracht; zie 1 Sam. 3:11,21.2 Eben-haëzer, Dat is, steen der hulpe, helpsteen. Deze plaats heeft eerst naderhand dezen naam gekregen. Zie onder, 1 Sam. 7:12; alzo wordt Luz Gen. 12:Bethel genoemd, welken naam Jakob deze plaats lang daarna eerst gegeven heeft; Gen. 28.3 Afek. Een stad in den stam van Juda gelegen; Joz. 15:53. Doch er is een ander Afek in den stam van Issaschar, 1 Sam. 29; ook een in den stam van Aser, Joz. 19:30; Richt. 1:31.Vers 2 En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israël te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israël voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.4 de strijd uitspreidde, Dat is, de krijgslieden die streden. Hij wil zeggen, wanneer nu al de benden en compagnieën beiderzijds aan elkander gekomen waren om te vechten, zo sloegen zij, enz.5 zij sloegen Te weten, de Filistijnen.6 in de slagorden Hij wil zeggen, gedurende den slag, toen de beide legers nog in hun slagorden stonden.Vers 3 Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft ons de Heere heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des Heeren, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.7 Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN Dit hebben zij gedaan zonder God raad te vragen, menende dat deze uiterlijke ceremonie hen zou kunnen beschermen, of verlossen uit de handen hunner vijanden.Vers 4 Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des Heeren der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.8 de cherubim woont; Van tussen welke God tot Mozes en anderen sprak; Exod. 25:22; Num. 7:89.9 daar met de ark des verbonds van God. Te weten, in het leger.Vers 5 En het geschiedde, als de ark des verbonds des Heeren in het leger kwam, zo juichte gans Israël met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.Vers 6 Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreën? Toen vernamen zij, dat de ark des Heeren in het leger gekomen was.10 is de stem Dat is, beduidt.Vers 7 Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want diergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!Vers 8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.11 deze heerlijke Goden? Of, van dezen heerlijken God.12 de woestijn. Dat is, in de Schelfzee, welke ligt aan de woestijn Etham. Zie Exod. 13:20, en Exod. 14.Vers 9 Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreën niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.Vers 10 Toen streden de Filistijnen, en Israël werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israël vielen dertig duizend voetvolks.13 zijn tenten; Dat is, in zijn huis, gelijk onder, 1 Sam. 13:2, en 1 Kon. 12:16, enz.14 nederlaag, Hebreeuws, slag.Vers 11 En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.Vers 12 Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.15 zijn klederen waren gescheurd, Tot een teken van droefenis, en dat hij kwade tijding bracht. Van deze manier van doen, zie de aantekening Gen. 37:29; Joz. 7:6, enz., en 2 Sam. 1:2,11.16 er was aarde op zijn hoofd. Zie dergelijk exempel Joz. 7:6, en 2 Sam. 1:2.Vers 13 En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.17 schreeuwde de ganse stad. Dat is, de inwoners der stad riepen en schreeuwden overluid van droefheid, toen zij hoorden dat de ark des verbonds genomen was.Vers 14 En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli.Vers 15 (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)18 stonden stijf, Hebreeuws, stonden.Vers 16 En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?Vers 17 Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israël is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.19 hij, Of, de boodschapper.

Lees heel 1 Samuël 4

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.