Advertentie

1 Samuël 16:1-13

13 verzen · 27 kanttekeningen · Statenvertaling

David door Samuël tot koning gezalfd

Vers 1 Toen zeide de Heere tot Samuël: Hoe lang draagt gij leed om Saul, dien Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie, en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï, den Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien.1 Vul uw hoorn met olie, Zie boven, 1 Sam. 10:1.Vers 2 Maar Samuël zeide: Hoe zou ik heengaan? Saul zal het toch horen en mij doden. Toen zeide de Heere: Neem een kalf van de runderen met u, en zeg: Ik ben gekomen, om den Heere offerande te doen.2 Hoe zou ik heengaan? Samuël is hier bevangen geweest met menselijke vrees, en uit bekommernis vraagt hij den Heere raad, hoe hij zijn bevel bekwamelijk mocht in het werk stellen en het ogenschijnlijk perijkel ontgaan.3 horen en mij doden. Dat is, vernemen, gewaarworden.4 met u, en zeg: Hebreeuws, in uw hand. Hij wil zeggen: Heb een kalf vaardig, of bij de hand.5 offerande te doen. Hebreeuws, te slachten; te weten, een dankoffer.Vers 3 En gij zult Isaï ten offer nodigen, en Ik zal u te kennen geven, wat gij doen zult, en gij zult Mij zalven, dien Ik u zeggen zal.6 ten offer Of, tot den maaltijd, die gehouden werd na de gedane offerande, van dat vlees hetwelk God geofferd was. En hieruit blijkt dat dit niet geschied is ten huize van Isaï, want niemand wordt ter maaltijd in zijn eigen huis genodigd.7 nodigen, Hebreeuws, roepen.Vers 4 Samuël nu deed, hetgeen de Heere gesproken had, en hij kwam te Bethlehem. Toen kwamen de oudsten der stad bevende hem tegemoet, en zeiden: Is uw komst met vrede?8 kwamen de oudsten der stad Hebreeuws, beefden hem tegemoet. Vergelijk boven, 1 Sam. 13:7; onder, 1 Sam. 21:1; Hos. 11:10.9 zeiden: Hebreeuws, zeide; te weten, een uit aller naam.10 Is uw komst met vrede? Hebreeuws, is uw komen vrede? Zij dachten misschien dat Samuël voor Saul vluchtte, vermoedelijk gehoord hebbende dat Saul op hem vertoornd was, omdat hij hem had aangezegd dat God hem van het koninkrijk verstoten had; of misschien waren zij bezorgd dat zij een grote zonde begaan hadden, welke de profeet hun kwam openbaren, en om hun de straf Gods daarover te verkondigen.Vers 5 Hij dan zeide: Met vrede; ik ben gekomen om den Heere offerande te doen; heiligt u, en komt met mij ten offer; en hij heiligde Isaï en zijn zonen, en hij nodigde hen ten offer.11 heiligt u, Dat is, bereidt en schikt u daartoe, gelijk dat betaamt. Zie Exod. 19:10,14,15.12 hij heiligde Isaï en zijn zonen, Dat is, hij beval niet alleen Isaï, maar ook zijn zonen, dat zij zich zouden heiligen. Zonder twijfel heeft Samuël Isaï tegelijk geopenbaard dat hij van God gezonden was, om een van zijn zonen tot koning in Sauls plaats te zalven, gelijk blijkt uit de naastvolgende verzen.Vers 6 En het geschiedde, toen zij inkwamen, zo zag hij Eliab aan, en dacht: Zekerlijk, is deze voor den Heere, Zijn gezalfde.13 zij inkwamen, Te weten, de zonen van Isaï, die de een voor de ander na in zekere kamer kwamen.14 Eliab aan, Anders, Elihu genoemd, 1 Kron. 27:18.15 dacht: Hebreeuws, zeide; te weten, in zijn hart doch niet door ingeving Gods. Samuël, zijn schoonheid en grootte aanziende, heeft gemeend dat dit de rechte man was, dien de Heere verkoren had.16 Zekerlijk, Dat is, hij is de man, dien ik tot koning zalven moet; maar hij heeft hierin gemist, gelijk Nathan, 2 Sam. 7:3, sprekende naar zijn eigen gevoelen.Vers 7 Doch de Heere zeide tot Samuël: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan.17 zeide tot Samuël: Te weten, heimelijker wijze, gelijk onder, 1 Sam. 16:12, en boven, 1 Sam. 9:17.18 verworpen; Dat is, niet verkoren tot koning, en alzo 1 Sam. 16:8,9, enz., want van de verkiezing ter zaligheid wordt hier niet gesproken.Vers 8 Toen riep Isaï Abinadab, en hij deed hem voorbij het aangezicht van Samuël gaan; doch hij zeide: Dezen heeft de Heere ook niet verkoren.19 hij zeide: Te weten, Samuël.20 niet verkoren. Te weten, tot de koninklijke waardigheid.Vers 9 Daarna liet Isaï Samma voorbijgaan; doch hij zeide: Dezen heeft de Heere ook niet verkoren.21 Samma voorbijgaan; Anders genoemd Simea, 2 Sam. 13:3, en 1 Kron. 2:13.Vers 10 Alzo liet Isaï zijn zeven zonen voorbij het aangezicht van Samuël gaan; doch Samuël zeide tot Isaï: De Heere heeft dezen niet verkoren.22 zeven zonen Vergelijk 1 Kron. 2:13,14.Vers 11 Voorts zeide Samuël tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuël nu zeide tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.23 Zijn dit al de jongelingen? Hebreeuws, zijn de jongelingen geëindigd?24 rondom aanzitten, Hebreeuws, omsingelen, omwenden, omkeren.Vers 12 Toen zond hij heen, en bracht hem in; hij nu was roodachtig, mitsgaders schoon van ogen en schoon van aanzien; en de Heere zeide: Sta op, zalf hem, want deze is het.25 HEERE zeide: Te weten, door een heimelijke en inwendige ingeving des Heiligen Geestes.Vers 13 Toen nam Samuël den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des Heeren werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuël op, en hij ging naar Rama.26 hij zalfde hem Te weten, nadat hij zijn vader, hem en allen, die daar tegenwoordig waren, den wil des Heeren hiervan had te kennen gegeven.27 de Geest des HEEREN werd vaardig over David Zie dergelijk exempel Richt. 13:25, en 1 Sam. 11:6.

Lees heel 1 Samuël 16

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.