Geboorte van Samuël
Vers 20 En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuël: Want, zeide zij, ik heb hem van den Heere gebeden.Vers 21 En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den Heere te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte.44 toog op Te weten, naar Silo, gelijk boven, 1 Sam. 1:3.45 om den HEERE te offeren Te weten, hetgeen hij beloofd had den Heere te offeren, tot een teken der dankbaarheid, dat de Heere hem een zoon van zijn huisvrouw Hanna gegeven had, of om zijn belofte en die zijner vrouw, aangaande het kind, te volbrengen.46 het jaarlijkse offer, Hebreeuws, het offer der dagen; dat is, hetwelk op de zekere feestdagen ieder jaar geofferd werd.Vers 22 Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des Heeren verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.47 Hanna toog niet op: Den vrouwen was niet bevolen ieder jaar op trekken [hoewel zij het wel mochten, en somtijds ook plachten te doen] maar den mannen alleen, Exod. 23:17.48 in eeuwigheid. Dat is, zijn levensdagen. Zie boven, 1 Sam. 1:11, en onder, 1 Sam. 1:28.Vers 23 En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de Heere bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende.Vers 24 Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des Heeren te Silo; en het jongsken was zeer jong.49 een efa meels, Zie Exod. 16:36, en Lev. 5:11.Vers 25 En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli.Vers 26 En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den Heere te bidden.50 zo waarachtig als uw ziel leeft, Dat is, zo waarachtig als gij leeft.Vers 27 Ik bad om dit kind, en de Heere heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.Vers 28 Daarom heb ik hem ook den Heere overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den Heere gebeden. En hij bad aldaar den Heere aan.51 overgegeven Anders, geleend; te weten, om in den tabernakel te dienen.52 al de dagen, Anders, al de dagen, die hij wezen zal, zal hij den Heere gegeven zijn.53 hij bad aldaar den HEERE aan. Te weten, Samuël, of Eli, of ook Elkana en Hanna.