Dankzegging voor de hope der zaligheid
Vers 3 Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.11 Geloofd zij Grieks gezegend; gelijk Ef. 1:3.12 de God en Vader Zie hiervan 1 Cor. 15:24.13 ons heeft wedergeboren, Dat is, door zijn Geest vernieuwd of van de verdorvenheid onzer eerste geboorte en van de heerschappij der inwonende zonde verlost. Zie Joh. 3:5,6; Rom. 6:11, enz.14 een levende hoop, Dat is, een hoop des eeuwigen levens of ene levendmakende hoop, een hoop die in ons wakker en vast is en alle zwarigheden overwint, waaronder ook het geloof, waaruit deze hoop ontstaat, wordt begrepen.15 door de opstanding De apostel schrijft hier onze wedergeboorte aan de opstanding van Christus toe, niet om Zijn dood uit te sluiten, want daardoor zijn wij met God verzoend, en door de kracht van deze dood is onze oude mens ook gedood; maar omdat deze verzoening ons door Christus' opstanding wordt toegeëigend, en de nieuwe mens in ons wordt verwekt, gelijk Paulus Rom. 6:4, en vervolgens breder verklaart. Zie ook de aantekeningen op Rom. 4:25.Vers 4 Tot een onverderfelijke, en onbevlekkelijke, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u.16 in de hemelen Dit zegt de apostel, omdat vele Joden een aards koninkrijk onder den Messias verwachten.Vers 5 Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.17 in de kracht Gods Of door.18 bewaard wordt door Het Griekse woord betekent een bewaring, die door uitgezette wachten geschiedt. Zo is dan de kracht Gods gelijk een wacht en sterkte, waarmede wij tegen onze geestelijke vijanden rondom bezet zijn. Zie Ps. 34:7,8, en Ps. 91:1,2; Joh. 10:28,29.19 geopenbaard te Dat is, u in het openbaar gegeven en medegedeeld. Zie 1 Joh. 3:2.20 in den laatsten tijd. Dat is, in den uitersten dag, als Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden.Vers 6 In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen;21 In welke gij u Namelijk God. Of in welke; namelijk zaak.22 (zo het nodig is) Dat is, zo het Gods wil is, dien wij ons gaarne moeten onderwerpen; en zo zulks dienstig is tot onze zaligheid; 1 Cor. 11:32.23 verzoekingen; Dat is, verdrukkingen of vervolgingen, gelijk Jak. 1:2.Vers 7 Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;24 die veel kostelijker Dat is, van meerdere kracht en waarde dan de beproeving des gouds door het vuur. Zie Job 23:10; Jak. 1:3.25 bevonden worde Namelijk als gij daardoor beproefd en standvastig in het geloof gebleven zijt, niettegenstaande alle bezoekingen; zie Matth. 24:13.26 tot lof, en eer, Namelijk in den hemel voor God, gelijk Rom. 2:7; en dit wordt gesteld tegen smaad en oneer, die de wereldse mensen menen dat zij den gelovigen door de vervolging aandoen.27 in de openbaring Zie hiervoor 1 Petr. 1:5.Vers 8 Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;28 niet gezien hebt, Anderen lezen niet gekend hebt; namelijk naar het vlees. Hetwelk ook voor een teken van de vrucht van het ware geloof gesteld wordt; Joh. 20:29; 1 Joh. 4:20.29 u verheugt met een De gelovigen bedroeven zich ook in de verdrukkingen, gelijk 1 Petr. 1:6 gezegd is, omdat zij niet ongevoelig zijn in de kastijdingen; maar verheugen zich in den troost van den Geest, dien zij daardoor gevoelen, Rom. 5:3,4, en in het overdenken van de blijde uitkomst derzelve. Zie Hebr. 12:11.30 onuitsprekelijke en Dat is, die van de gelovigen door de werking van den Heiligen Geest, zelfs in het midden der verdrukkingen beter gevoeld dan met den mond voor anderen kan uitgesproken worden. Zie Joh. 14:17; Filipp. 4:4.31 heerlijke vreugde; Grieks verheerlijkte vreugde; dat is, die in dit leven uit goede en heerlijke oorzaken spruit en in het toekomende met de eeuwige heerlijkheid zal gemengd zijn. En deze eigenschap wordt hier gesteld tegen de wereldse vreugde, die dikwijls met oneer gemengd is en gewoonlijk tot schande uitvalt; Filipp. 3:19.Vers 9 Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen.32 het einde uws Of het loon van uw geloof; alzo genoemd, omdat dat op het einde van den arbeid ons uit genade zal worden gegeven. Zie hiervan in de gelijkenis Matth. 20:1, enz.33 der zielen. Hoewel deze zaligheid, die wij door Christus verwerven, den gehelen mens toekomt, zo wordt zij nochtans der zielen genoemd, omdat in dit leven en na dit leven deze zaligheid in de ziel begint, die na de opstanding der doden ook het lichaam zal gemeen gemaakt worden; Filipp. 3:20,21.Vers 10 Van welke zaligheid ondervraagd en onderzocht hebben de profeten, die geprofeteerd hebben van de genade, aan u geschied;34 Van welke zaligheid Namelijk ons door Christus verworven, om hier en hiernamaals te genieten; zie Hand. 3:24, en Hand. 10:43, enz.35 ondervraagd en Want de profeten, door Gods Geest daarvan onderricht zijnde, hebben altijd meer en meer daarvan gepoogd te weten; zie hiervan voorbeelden Jes. 63:1, enz.; Dan. 9:24, enz.; Luk. 10:24.36 van de genade, Zo noemt de apostel de vervulling der beloften, die in het Evangelie geschied is, gesteld tegen de blote voorbeelden en voorzeggingen van deze genade; zie Joh. 1:17.Vers 11 Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.37 hoedanigen tijd Dat is, niet alleen de genade zelf is van hen onderzocht maar ook de tijd, wanneer die over het huis van Israël zou komen; zie Gen. 49:10; Jes. 11:1; Dan. 9:24.38 de Geest van Dat is, de Heilige Geest, door wien de heilige mannen Gods gedreven zijn geweest en gesproken hebben, 2 Petr. 1:21; welke hier Christus' Geest genoemd wordt, omdat Hij van Christus voortkomt, en Hij Hem van den Vader, niet alleen tot de apostelen, maar ook tot de profeten heeft gezonden. Zie Joh. 12:41, en Joh. 15:26, vergeleken met Hand. 28:25; waarom Hij ook de Geest van den Zoon genoemd wordt; Gal. 4:6.39 heerlijkheid daarna Grieks de heerlijkheden.Vers 12 Denwelken geopenbaard is, dat zij niet zichzelven, maar ons bedienden deze dingen, die u nu aangediend zijn bij degenen, die u het Evangelie verkondigd hebben door den Heiligen Geest, Die van den hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.40 dat zij niet zichzelven, De apostel spreekt hier van de zaak zelf, namelijk van Christus' komst in het vlees, Zijn lijden en Zijn heerlijkheid, gelijk in 1 Petr. 1:11 is uitgedrukt, niet van de vruchten en werkingen derzelve in ons, die de gelovigen van het Oude Testament zowel als wij hebben ontvangen, gelijk hiervoor meermalen in aangewezen.41 Die van den hemel Namelijk op den Pinksterdag naar de profetie van Joël; Joël. 2:28; Hand. 2:4,16,17.42 in welke dingen Namelijk waarvan hij in 1 Petr. 1:12 en in 1 Petr. 1:11 heeft gesproken.43 de engelen Namelijk vanwege de verwondering en het vermaak, dat zij hebben in het erkennen van Gods veelvoudige wijsheid, die Hij gebruikt in het werk onzer verlossing en in de uitdeling Zijner genade over de gemeente, gelijk Paulus verklaart Ef. 3:10; en de apostel schijnt hier te zien op het voorbeeld van de ark des verbonds, waarover twee cherubijnen met uitgestrekte vleugels en gebogen hoofden naar den genadestoel of het verzoendeksel gedurig zagen. Zie Exod. 25:20; Hebr. 9:5.