1 Kronieken 8:12-53
Vers 12 De kinderen van Elpaal nu waren Eber, en Misam, en Semed; deze heeft Ono gebouwd, en Lod en haar onderhorige plaatsen;Vers 13 En Beria, en Sema; dezen waren hoofden der vaderen van de inwoners te Ajalon; dezen hebben de inwoners van Gath verdreven.Vers 14 En Ahjo, Sasak en Jeremoth,Vers 15 En Zebadja, en Arad, en Eder,Vers 16 En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.Vers 17 En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,Vers 18 En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.Vers 19 En Jakim, en Zichri, en Zabdi,Vers 20 En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,Vers 21 En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.Vers 22 En Jispan, en Eber, en Eliel,Vers 23 En Abdon, en Zichri, en Hanan,Vers 24 En Hananja, en Elam, en Antothija,Vers 25 En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.Vers 26 En Samserai, en Seharja, en Athalja,Vers 27 En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.Vers 28 Dezen waren de hoofden der vaderen, hoofden naar hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.Vers 29 En te Gibeon woonde de vader van Gibeon; en de naam zijner huisvrouw was Maacha.Vers 30 En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,Vers 31 En Gedor, en Ahio, en Zecher.Vers 32 En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.Vers 33 Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.Vers 34 En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.Vers 35 De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.Vers 36 En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;Vers 37 En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.Vers 38 Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.Vers 39 En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.Vers 40 En de zonen van Ulam waren mannen, kloeke helden, den boog spannende, en zij hadden vele zonen, en zoons zonen, honderd en vijftig. Al dezen waren van de kinderen van Benjamin.