1 Kronieken 8:1-11
Vers 1 Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,Vers 2 Naho, den vierde, en Rafa, den vijfde,Vers 3 Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,Vers 4 En Abisua, en Naaman, en Ahoah,Vers 5 En Gera, en Sefufan, en Huram.Vers 6 Dezen nu zijn de kinderen van Ehud; dezen waren hoofden der vaderen van de inwoners te Geba, en hij voerde hen over naar Manahath;Vers 7 En Naaman, en Ahia, en Gera; dezen voerde hij weg; en hij gewon Uzza en Ahihud.Vers 8 En Saharaim gewon kinderen in het land van Moab (nadat hij dezelve weggezonden had) uit Husim en Baara, zijn vrouwen;Vers 9 En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Jobab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,Vers 10 En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.Vers 11 En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.