1 Kronieken 3:16-24

Vers 16 De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.Vers 17 En de kinderen van Jechonia waren Assir; zijn zoon was Sealthiel;Vers 18 Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.Vers 19 De kinderen van Pedaja nu waren Zerubbabel en Simei; en de kinderen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja; en Selomith was hunlieder zuster;Vers 20 En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.Vers 21 De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.Vers 22 De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.Vers 23 En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.Vers 24 En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus