1 Kronieken 15:1-8

Vers 1 En David maakte zich huizen in zijn stad; en hij bereidde der ark Gods een plaats, en spande een tent voor haar.Vers 2 Toen zeide David: Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de Heere verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.Vers 3 Ook vergaderde David gans Israel te Jeruzalem, om de ark des Heeren op te halen aan haar plaats, die hij haar bereid had.Vers 4 En David verzamelde de kinderen van Aaron en de Levieten.Vers 5 Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.Vers 6 Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.Vers 7 Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.Vers 8 Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus