1 Korintiërs 10:14-22
Het Avondmaal
Vers 14 Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst.Vers 15 Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.Vers 16 De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?Vers 17 Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.Vers 18 Ziet Israel, dat naar het vlees is; hebben niet degenen, die de offeranden eten, gemeenschap met het altaar?Vers 19 Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?Vers 20 Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.Vers 21 Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen.Vers 22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?