Advertentie

1 Korintiërs 1

31 verzen · 71 kanttekeningen · Statenvertaling

Opschrift, zegengroet en dankzegging 

Vers 1 Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Sosthenes, de broeder,1 een geroepen Van den van Paulus en hetgeen volgt, zie de aantekeningen Hand. 13:9; Rom. 1:1.2 Sosthenes Dezen menen enige dat geweest is dezelfde Sosthenes, die tevoren was een overste der synagoge te Corinthe, en tot Christus bekeerd is, Hand. 18:17, en dat hij nu bij Paulus was, of met hem van Corinthe was vertrokken, om de vervolging tegen hem, doch dit is onzeker.3 de broeder, Zo noemt hij dezen Sosthenes, niet alleen omdat hij een discipel van Christus was, maar ook een voornaam leraar en metgezel van Paulus, en bij de gemeente in grote achting. Zie dergelijke 2 Cor. 1:1; Gal. 1:2.Vers 2 Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen heiligen, met allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onzen Heere;4 Korinthe is Deze was de hoofdstad van Achaje in Griekenland, gelegen tussen twee zeeën, in de engte waarmede Peloponesus vast was aan Achaje, een zeer rijke en vermaarde koopstad, en daarbij vol weelde en overdaad, die eens was verwoest geweest van de Romeinen, maar daarna ten tijde van den keizer Augustus wederom opgebouwd, en tot haar vorigen bloeienden stand gebracht. Zie Hand. 18:1.5 den geheiligden Dat is, die door Christus en zijne gemeenschap van den gemenen hoop der wereld zijn afgezonderd tot ene gemeente Gods.6 den geroepenen heiligen Namelijk niet alleen uitwendig door het Woord, maar ook inwendig door de kracht des Heiligen Geestes, waardoor hij het beste deel der gemeente, dat is de ware gelovigen, verstaat, waarvan Christus spreekt Hand. 18:10.7 in alle plaats, Namelijk van Achaje, waar Corinthe in lag, gelijk 2 Cor. 1:1 wordt uitgedrukt. Of, der gehele wereld, waar de naam van Christus aangeroepen wordt, gelijk Hand. 9:14; 2 Tim. 2:22 de gelovigen daardoor beschreven worden. Want hetgeen Paulus aan ééne gemeente schrijft, is een voorschrift, waarnaar zich alle gemeenten moeten gedragen; gelijk Christus zeide tot Zijne discipelen; Mark. 13:37.Vers 3 Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.8 Genade zij u Zie hiervan, Rom. 1:7.Vers 4 Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade Gods, die u gegeven is in Christus Jezus;9 mijn God Dit is het woord des geloofs, hetwelk God voor zijn God erkent, Rom. 1:8, en Christus voor zijn Zaligmaker, Gal. 2:20; niet om andere gelovigen daarvan uit te sluiten, maar om hun een voorbeeld der ware belijdenis voor te schrijven. Zie dergelijke Job 19:25; Ps. 18:3, en Ps. 23:1, en Ps. 27:1; Jes. 63:16; Joh. 20:28; 1 Tim. 1:15, enz.10 in Jezus Christus; Of, door Christus Jezus.Vers 5 Dat gij in alles rijk zijt geworden in Hem, in alle rede en alle kennis;11 in alles zijt Dat is, met allerlei geestelijke gaven overvloedig begaafd geworden door hem. Hiermede legt hij een fondament om hun te tonen dat zij door deze gaven niet hoogmoedig moeten worden, of tegen elkander roemen, maar dat zij God in Christus daarover moeten danken, en die gebruiken tot stichting van elkander in vrede en enigheid.12 in alle rede Of, in allen woord. Dit wordt verstaan, òf van de gave van bekwamelijk te kunnen uitspreken hetgeen door de kennis van hen begrepen was, of van het woord des apostels zelf, waardoor zij tot deze kennis van alle verborgenheden des geloofs gebracht waren; Hand. 20:20.Vers 6 Gelijk de getuigenis van Christus bevestigd is onder u;13 de getuigenis Dat is, het woord des Evangelies van Christus, Rom. 1:16, gelijk hierna 1 Cor. 2:1.14 bevestigd is Namelijk uitwendig door verscheidene wonderen, die onder hen geschied waren, 2 Cor. 12:12, en inwendig door de verzegeling des Heiligen Geestes in hunne harten, 1 Cor. 2:12, en 2 Cor. 1:22. Zie ook Mark. 16:20.Vers 7 Alzo dat het u aan gene gave ontbreekt, verwachtende de openbaring van onzen Heere Jezus Christus.15 aan gene gave Namelijk tot zaligheid en stichting nodig. Anderszins kennen wij hier maar ten dele, en profeteren maar ten dele; 1 Cor. 13:9. En dit zegt hier de apostel in het algemeen van de ware christenen, die onder hen waren, welke hij daarna over het misbruik dezer gaven berispt ten aanzien van de gebreken, die ook onder sommigen van hen waren ingeslopen.16 verwachtende Namelijk in zijn tweede toekomst, in welke wij, in al hetgeen ons nog ontbreekt, eerst zullen volmaakt worden; 1 Cor. 13:10,11,12. Zie ook 1 Petr. 1:7,13.Vers 8 Welke God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus.17 bevestigen Of, versterken; namelijk in het geloof en begonnen goed, dat alrede in u is.18 onstraffelijk Dat is eigenlijk, die niemand zal kunnen beschuldigen; Rom. 1,33.19 in den dag Dat is, in den uitersten dag, wanneer Christus zal verschijnen om te oordelen en om de Zijnen volkomenlijk te verlossen; Rom. 2:16; Ef. 4:30.Vers 9 God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.20 getrouw, Namelijk in het uitvoeren zijner beloften, waarmede Hij beloofd heeft dat Hij de Zijnen niet zal verlaten. Zie Jes. 49:15.21 de gemeenschap Namelijk niet alleen de uitwendige, waardoor wij belijden gemeenschap te hebben aan Christus en Zijne weldaden, maar inzonderheid de inwendige, waarin wij door het geloof en door den Geest van Christus, met Hem verenigd en al Zijne weldaden deelachtig zijn. Zie Rom. 8:32; Ef. 3:17; 1 Joh. 1:3.

Waarschuwing tegen verdeeldheid 

Vers 10 Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfden zin, en in een zelfde gevoelen.22 ik bid u, Of, vermaan u. Hier begint de apostel hen te vermanen tegen de scheuringen, en hen te waarschuwen dat zij gene uitnemers moeten zijn der personen onder de leraars, alzo daaruit onenigheid rijst; noch om de uitwendige gaven den een meer aanhangen dan den ander. En de leraars zelf, da zij het Evangelie niet oppronken met menselijke wijsheid, of welsprekendheid, maar voorstellen in eenvoudigheid en kracht des Geestes van Christus.23 door den naam Dat is, door Christus, of om Christus' wil.24 hetzelfde spreekt Dat is, enerlei wijze van spreken gebruikt van hetzelfde geloof, of van de gronden deszelven geloofs; omdat namelijk uit de verscheidenheid van spreken dikmaals komt verscheidenheid van gevoelen, of tenminste ijdele twisting.25 scheuringen zijn, Gr. schismata; welke eigenlijk verdeeldheden zijn, die in de gemeente rijzen over enige verschillen in het geloof, die niet fondamenteel zijn; of die het geloof zelf niet aangaan, maar de liefde en uitwendige ordeningen alleen; die zowel als ketterijen [welke eigenlijk de fondamenten der leer raken] onder de werken des vleses geteld worden, Gal. 5:20; hoewel het somwijlen ook breder genomen wordt.26 tezamen Of, verenigd; ene gelijkenis, genomen van ene zaak, die uit vele delen bestaat, welke, in elkander gevoegd, een volkomen werk of lichaam maken.27 zin, en in Of, mening; dit is het andere middel, om ware enigheid te houden in de gemeente, namelijk onder dezelfde wijze van spreken te houden enerlei mening of gevoelen.Vers 11 Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn.28 Chloe Deze schijnt geweest te zijn een vrome bejaarde vrouw, en van aanzien onder de gemeente van Corinthe.Vers 12 En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus.29 Paulus; en ik Namelijk discipel, gelijk ook in 1 Cor. 1:13.30 van Apollos; Dat deze Apollos ook te Corinthe velen tot het geloof gebracht heeft, blijkt uit Hand. 18:24,27.31 Cefas; Dat is, Petrus, zie Joh. 1:43; Gal. 2:9, waaruit nochtans niet volgt dat Petrus te Corinthe ook gepredikt heeft, maar het kan zijn dat enigen zijner discipelen daar geweest zijn, die zich op Petrus of op Petrus' leer beroemd hebben. Want dat zij ook Paulus, Cefas en Apollo's namen hiertoe hebben misbruikt, en niet alleen de namen van andere leraars, blijkt uit hetgeen volgt 1 Cor. 4:6.32 Christus. Deze waren de eenvoudige en oprechte Christenen die geen partijnamen van leraars hebben willen aannemen, en daaraan welgedaan hebben.Vers 13 Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt?33 Is Christus Van hier voort brengt de apostel verscheidene redenen bij, waarmede hij bewijst dat zulke verdeeldheden onbehoorlijk zijn. Want vooreerst schijnt hieruit dat men Christus wil verdelen, die alleen het hoofd is Zijner gemeente, wanneer men een deel van de gemeente alleen naar Christus noemt, en de andere delen naar Paulus, Petrus, Apollos en andere leraars. Daarenboven dat ook Christus niet alleen de Verlosser is van Zijne gemeente, eindelijk dat zij in iemands anders naam, dan in Christus' naam zouden gedoopt zijn.34 in Paulus' Namelijk om Paulus' naam hierdoor aan te nemen. Zie van deze wijze van spreken Matth. 28:19.Vers 14 Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Krispus en Gajus;Vers 15 Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb.Vers 16 Doch ik heb ook het huisgezin van Stefanus gedoopt; voorts weet ik niet, of ik iemand anders gedoopt heb.

De wijsheid van God en de wijsheid der wereld 

Vers 17 Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.35 niet gezonden Dat is, niet voornamelijk. Want al de apostelen zijn gezonden geweest om te dopen, Matth. 28:19, en anderszins zou de apostel ook dezen niet hebben mogen dopen. Maar zij hebben dezen dienst, waartoe minder gaven van node waren dan tot het prediken, om geen tijd te verliezen, aan anderen van hunne discipelen en leraars overgelaten. Zie Hand. 10:48.36 niet met wijsheid In de navolgende woorden ontdekt de apostel den oorsprong, waaruit deze verdeeldheden onder de Corinthiërs waren gesproten, namelijk daaruit, dat enige leraars de oprechtheid in de eenvoudigheid des Evangelies van Christus zochten op te pronken met menselijke welsprekendheid en te vermengen met menselijke wijsheid of wijsbegeerte, waardoor de oren van sommige toehoorders kittelig werden, en andere oprechte leraars verachtten, of voorbijgingen; welk doen de apostel met zijn voorbeeld en andere redenen wederlegt.37 woorden, Gr. woord, of rede; namelijk die de menselijke wijsheid leert, 1 Cor. 2:4; of met kunstige welsprekendheid.38 het kruis van Dat is, het woord des kruises, gelijk in 1 Cor. 1:18 verklaard wordt.39 verijdeld worde. Dat is, van zijn lof en kracht beroofd worde, hetwelk geschiedt als men dezelve aan de menselijke wijsheid of welsprekendheid toeschrijft.Vers 18 Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods;40 het woord des Dat is, de leer des Evangelies van Christus, die voor ons gekruisigd is.41 dwaasheid; Dat is, wordt van hen voor dwaasheid gehouden en van de wereldwijzen gerekend.42 ene kracht Dat is, een middel, waardoor de Geest van Christus in ons krachtig werkt het geloof en de wedergeboorte tot onze zaligheid; Rom. 1:16; 2 Cor. 3:3,4.Vers 19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.43 der wijzen Dat is, die voor wereldwijzen gehouden worden, of die zichzelven zulke wijsheid toeschrijven. De profeet verhaalt deze woorden tegen degenen, die het woord Gods, van de profeten voorgesteld, verachtten, en meer hielden van menselijke leringen.Vers 20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?44 de wijze? Dat is, wereldwijzen. Deze woorden schijnen genomen te zijn uit Jes. 33:18, waar dergelijke, doch wat veranderd, gevonden worden, of zijn de woorden van Paulus zelf, die hij uit de voorgaande getuigenis trekt. Dan de zin komt op een uit.45 de wijsheid Namelijk wanneer de mensen de goddelijke zaken naar dezelve willen afmeten.46 dwaas gemaakt? Dat is, getoond dwaas te zijn, of ook door een rechtvaardig oordeel tot dwaasheid overgegeven. Zie Rom. 1:21,22.Vers 21 Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;47 in de wijsheid Gods Dat is, in de schepselen van den hemel en de aarde, door welke God Zijne wijsheid zonderling openbaart; Rom. 1:20.48 niet heeft gekend Namelijk alzo het behoort en ter zaligheid nodig is; Rom. 1:18,20.49 door de wijsheid, Door hun natuurlijk verstand en rede.50 de dwaasheid der Dat is, door de prediking des gekruisigden Christus, die de wereldse mensen voor dwaasheid houden, 1 Cor. 1:23.Vers 22 Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;51 een teken Dat is, wonderen. Zie Matth. 16:4; Joh. 4:48.52 wijsheid zoeken; Dat is, redenen, die van het menselijk vernuft voor wijsheid gehouden worden.Vers 23 Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;53 een ergernis, en Namelijk vanwege Zijn geringen en verachten staat in de wereld, overmits zij een machtigen koning in de wereld verwachten, die hen als kleine koningen over anderen zou doen heersen. Zie ook Luk. 2:34.54 ene dwaasheid; Namelijk dat wij het leven door den dood van een gekruisigden mens zouden verwerven.Vers 24 Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.55 die geroepen zijn, Namelijk niet alleen uitwendig door het Woord, want alzo zijn ook de voorgaanden, die verloren gaan, geroepen; maar ook inwendig en krachtig door den Geest Gods en naar Zijn voornemen; Rom. 8:28,30 en hier 1 Cor. 1:26,27.56 prediken wij Hierdoor kan verstaan worden, òf de predikatie van Christus, welke tevoren, 1 Cor. 1:18, ook de kracht Gods is genoemd; òf Christus zelf, die de macht en wijsheid Gods genoemd wordt, omdat Hij is het uitgedrukte beeld van den persoon des Vaders, door welken Hij Zijn goddelijke macht en wijsheid, in het verlossen des mensen, boven alle dingen heeft betoond, 1 Cor. 1:30. Zie Spreuk. 8:1; Matth. 11:19; Luk. 11:49.Vers 25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.57 het dwaze Gods, het zwakke Gods Dat is, hetgeen zij voor zwak en van gene kracht houden om de mensen tot de zaligheid te brengen, is sterker of krachtiger dan zij met al hun vermetele welsprekendheid en aanzienlijkheid.Vers 26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.59 gij ziet uwe Of, ziet uwe roeping; dat is, hoe gij geroepen zijt; of, degenen, die geroepen zijn onder u, namelijk tot de gemeenschap van Christus en van Zijne gemeente.60 naar het vlees, Dat is, naar den uitwendigen staat en achting der mensen.Vers 27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;61 het dwaze der Dat is, degenen, die de wereldwijzen voor dwazen, zwakken, onedelen, enz. houden.62 uitverkoren opdat Hij de wijzen Dat is, naar Zijn eeuwige verkiezing tot Zijne gemeente gebracht.63 zou beschamen. Dat is, betonen zou dat hetzelve in zaken der zaligheid voor God niet geldt, maar ijdel is.Vers 28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken;64 hetgeen niets is, Dat is, dat zo gering geacht wordt, alsof het niets ware; 1 Cor. 3:7.65 hetgeen iets is Dat is, dat geacht wordt iets, of wat groots te zijn.66 te niet zou Dat is, ijdel en onnut zou betonen te zijn.Vers 29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.67 geen vlees Dat is, geen mens, gelijk Gal. 2:16, namelijk alsof er iets in hem ware, waardoor God bewogen zou zijn om hem deze genade meer dan andere te doen.Vers 30 Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;68 uit Hem zijt Dat is, uit Zijne genade en kracht; gelijk Rom. 11:36. Zie 1 Joh. 4:1,2,4,6.69 in Christus Dat is, met Christus, door het geloof verenigd; Rom. 8:1.70 wijsheid van Dat is, een oorzaak en stof van alle rechte wijsheid, en rechtvaardigheid, en heiligmaking.71 verlossing. Namelijk van alle kwaad en ellenden des lichaams en der ziel, welke volkomen zal geschieden ten uitersten dage, die daarom de dag der verlossing genaamd wordt; Ef. 4:30. Zie ook Luk. 21:28; Rom. 8:23.Vers 31 Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere.72 roeme in den Dat is, alles Hem alleen toeschrijve, met dankzegging; Jer. 9:23.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.