Advertentie

1 Koningen 3:16-28

13 verzen · 10 kanttekeningen · Statenvertaling

Eerste rechtspraak van Sálomo

Vers 16 Toen kwamen er twee vrouwen, die hoeren waren, tot den koning; en zij stonden voor zijn aangezicht.28 hoeren waren, Zie van het Hebreeuwse woord Joz. 2:1.Vers 17 En de ene vrouw zeide: Och, mijn heer. Ik en deze vrouw wonen in een huis; en ik heb bij haar in dat huis gebaard.29 Och, mijn heer. Alzo onder, 1 Kon. 3:26. Zie Gen. 43:20.Vers 18 Het is nu geschied op den derden dag na mijn baren dat deze vrouw ook gebaard heeft; en wij waren te zamen, geen vreemde was met ons in dat huis, behalve ons tweeën in het huis.Vers 19 En de zoon dezer vrouw is des nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had.30 gelegen had. Te weten, alzo dat zij haar kind in den slaap doodgedrukt had.Vers 20 En zij stond ter middernacht op, en nam mijn zoon van bij mij, als uw dienstmaagd sliep, en leide hem in haar schoot, en haar doden zoon leide zij in mijn schoot.Vers 21 En ik stond in de morgen op, om mijn zoon te zogen, en zie, hij was dood; maar ik lette in den morgen op hem, en zie, het was mijn zoon niet, dien ik gebaard had.31 lette in den morgen op hem, Het Hebreeuwse woord betekent dikwijls, iets zeer naarstiglijk waarnemen en aanmerken; Job 37:14; Ps. 119:95; Jes. 43:18.Vers 22 Toen zeide de andere vrouw: Neen, maar die levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon; gene daarentegen zeide: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Alzo spraken zij voor het aangezicht des konings.Vers 23 Toen zeide de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, die leeft, maar uw zoon is het, die dood is; en die zegt: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende mijn zoon.Vers 24 Verder zeide de koning: Haalt mij een zwaard; en zij brachten een zwaard voor het aangezicht des konings.32 Haalt mij een zwaard; Hebreeuws, neemt mij een zwaard; dat is, nemende [brengt] mij. Zie van deze manier van spreken Gen. 12:15.Vers 25 En de koning zeide: Doorsnijdt dat levende kind in tweeën, en geeft de ene een helft, en de andere een helft.Vers 26 Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.33 ingewand Versta hierdoor, de natuurlijke beweging en beroering, die een moederlijk hart heeft als zij haar kind in enig ongemak en nood, of gevaar van zwarigheid ziet. Zie deze manier van spreken Gen. 43:30, en de aantekening.34 dood het geenszins; Hebreeuws, dodende dood het niet. Alzo in 1 Kon. 3:27.35 zij noch het uwe noch het mijne, Hebreeuws, ook mijne, ook uwe zij het niet.Vers 27 Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, en doodt het geenszins; die is zijn moeder.Vers 28 En geheel Israël hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.36 wijsheid Gods Dat is, een zeer voortreffelijke en extra-ordinaire wijsheid, die hem van God gegeven was.37 in hem was, Hebreeuws, in het midden van hem. Zie Job 20:14.

Lees heel 1 Koningen 3

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.