Advertentie

1 Koningen 16:8-14

7 verzen · 11 kanttekeningen · Statenvertaling

Ela koning van Israël

Vers 8 In het zes en twintigste jaar van Asa, den koning van Juda, werd Ela, de zoon van Baësa, koning over Israël, te Thirza, en regeerde twee jaren.15 twee jaren. Versta, niet ten volle twee jaren; maar, tot in het tweede jaar. Want in het zes en twintigste jaar des konings Asa is hij koning geworden, gelijk in 1 Kon. 16:8 gezegd is, en in het zeven en twintigste is hij omgebracht, onder, 1 Kon. 16:10. Het is de gewoonte der Heilige Schrift, een effen getal te gebruiken voor een oneffen, en een volkomen voor een onvolkomen. Zie Gen. 15:13; idem boven, 1 Kon. 7:15, en 1 Kon. 15:25,33, en 1 Kon. 16:10, enz.Vers 9 En Zimri, zijn knecht, overste van de helft der wagenen, maakte een verbintenis tegen hem, als hij te Thirza was, zich dronken drinkende in het huis van Arza, den hofmeester te Thirza;16 hofmeester Hebreeuws, die over het huis was; te weten, des konings. Versta daardoor, het gehele hofgezin. Die nu daarover gesteld is, wordt bij ons hofmeester genoemd. Vergelijk boven, 1 Kon. 4:6, en de aantekeningen daarop.Vers 10 Zo kwam Zimri in, en sloeg hem, en doodde hem, in het zeven en twintigste jaar van Asa, den koning van Juda; en hij werd koning in zijn plaats.17 zeven en twintigste jaar Zie boven, 1 Kon. 16:8.18 werd koning Te weten, den tijd van zeven dagen. Zie onder, 1 Kon. 16:15.Vers 11 En het geschiedde, als hij regeerde, als hij op zijn troon zat, dat hij het ganse huis van Baësa sloeg; hij liet hem niet over die mannelijk was, noch zijn bloedverwanten, noch zijn vrienden.19 troon zat, Op dezen te zitten, is als koning te regeren; welk woord hier ook tot verklaring voorgaat, gelijk boven, 1 Kon. 1:13. Zie voorts aldaar de aantekeningen.20 die mannelijk was, Zo boven, 1 Kon. 14:10.21 zijn bloedverwanten, Hebreeuws, zijn lossers; wien het toekwam de wraak des doodslags wettelijk te verzorgen, welke waren de naasten van den bloede; Num. 35:12.22 zijn vrienden. Dat is, zijn goede beminden en bekenden, ofschoon zij door maagschap hem niet bestonden.Vers 12 Alzo verdelgde Zimri het ganse huis van Baësa, naar het woord des Heeren, dat Hij over Baësa gesproken had, door den dienst van den profeet Jehu;Vers 13 Om al de zonden van Baësa, en de zonden van Ela, zijn zoon, waarmede zij gezondigd hadden, en waarmede zij Israël hadden doen zondigen, tot toorn verwekkende den Heere, den God Israëls, door hun ijdelheden.23 zonden van Baësa, Op welke God gezien heeft, die aldus zijn gerechtige wraak uitvoerde, en niet Zimri, die alleen zijn ongerechtigen moedwil volgde, boven, 1 Kon. 16:7. Vergelijk ook boven de aantekeningen op 1 Kon. 15:29.24 ijdelheden. Dat is, afgoden, die gans niets zijn in de wereld; 1 Cor. 8:4, en 1 Cor. 10:19. Zie Lev. 19:4.Vers 14 Het overige nu der geschiedenissen van Ela, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israël?25 in het boek Zie boven, 1 Kon. 14:19.

Lees heel 1 Koningen 16

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.